Werkcollege 9 Flashcards Preview

IA > Werkcollege 9 > Flashcards

Flashcards in Werkcollege 9 Deck (27):
1

Tot welke familie behoort het influenzavirus? Wat voor genoom neemt het met zich mee? Welke eiwitten zitten er in de mantel van deze virussen?

Influenza behoort tot de familie Orthomyxoviridae. Het zijn RNA virussen met een gesegmenteerd genoom en een mantel. De mantel bevat eiwitten die o.a. van belang zijn voor de aanhechting en de infectie van de cel: het haemagglutinine eiwit (H ofwel HA) en het neuraminidase (N ofwel NA). Antilichamen tegen het HA zijn met name ook van belang voor de bescherming tegen infectie.

2

Hoe kan het dat er, na het ontstaan van een solide immuniteit tegen het influenza, in een volgend virusseizoen toch weer een nieuwe infectie en soms zelfs ziekte kan optreden?

Het veroorzaken van een nieuwe infectie komt door antigene variatie. Deze antigene variatie ontstaat dankzij antigene drift. Dit zijn spontane mutaties waardoor het virus minder goed herkend wordt. Dat leidt dus tot selectie voor een virusvariant waarvoor het organisme geen herkenning heeft. De mutaties kunnen bijvoorbeeld leiden tot een verandering in aminozuren waardoor het haemagglutinine eiwit verandert. Het antilichaam kan daar dan vervolgens niet meer goed aan binden.

3

Welke aviaire influenzastam is verantwoordelijk voor ernstig verlopende uitbraken van vogelpest in Azië?

De hoogpathogene stam H5N1. Deze stam kan, ondanks dat het een specifieke vogelstam is, ook bij de mens ernstige infecties veroorzaken met sterfte als gevolg. Deze virussen verspreiden echter niet van mens tot mens.

4

Leg uit welke aanpassingen nodig zijn in een vogelgriepvirus om een mensengriepvirus te worden.

Genetische drift (reassortment) of genetische shift in de vogelgriep kan leiden tot het ontstaan van een infectieuze variant voor mensen. Het virus past zich dan op een aantal fronten aan: het virus moet kunnen binden aan receptoren van humane cellen en de eigenschappen van het virus moeten zo zijn dat het zich kan vermeerderen in humane cellen en gebruik kan maken van het metabolisme in humane cellen. Haemagglutinine van influenza bindt specifiek aan signaalzuren. Vogelvirussen gebruiken alfa 2, 3 binding. Signaalzuren van humane virussen gebruiken alfa 2, 6 binding. In theorie is het verspreiden van mens op mens wel mogelijk, maar het is niet makkelijk. In de diepere luchtwegen zitten wél afla 2, 3 receptoren maar in de neus, pharynx en trachea niet waardoor virussen niet makkelijk kunnen spreiden.

5

Noem 3 soorten influenza

Jaarlijkse griep
Aviaire influenza
Pandemic influenza

6

Leg uit waarom zo een virus (influenza) een pandemie kan veroorzaken

Het veranderen van het influenza virus kan leiden tot een pandemie omdat de influenza betere eigenschappen krijgt waardoor het zich beter kan verspreiden, maar ook omdat er geen immuniteit aanwezig is in het menselijk lichaam, doordat het vogelvirus nu voor het eerst in deze vorm in de mens kan leven. De mens heeft dan geen antigenen tegen de eiwitten van dat vogelvirus.

7

In welk dier komen vogelgriep en mensengriep virussen samen?

In varkens omdat deze zowel alfa(2,3)siaalzuur als alfa(2,6)siaalzuur bezitten. In het varken vindt genetische shift of genetische drift (genetische reassortment) bijvoorbeeld plaats

8

Noem een aantal virussen zeer lang in het lichaam kunnen persisteren en een latente infectie kunnen veroorzaken.

Bovine, equine, feline herpesvirussen
Humane herpesvirussen: (cytomegalovirus (HCMV) en Epstein-Bass virus (EBV)

9

Waardoor kunnen herpesvirussen persisteren in het lichaam?

Herpesvirussen hebben een aantal mechanismen waarmee zij kunnen "ontsnappen" aan de immuunrespons van de gastheer. Het is deze ontsnapping die persistentie mogelijk maakt. Persistente virussen staan voor de taak niet alleen de humorale respons (antilichamen) te omzeilen, maar ook de cellulaire respons (T-cellen).

10

Welke ontsnapping is essentieel voor de persistentie van het humane herpesvirus cytomegalovirus?

Ontsnapping aan de antivirale T cel respons.

11

Wat betekent een latent?

DNA virus blijft stil in de cel en is niet herkenbaar voor het immuunsysteem. Een latent virus kan weer gereactiveerd worden door bepaalde factoren.

12

Hoe ontwijkt het equine herpesvirus het immuunsysteem?

Door het induceren van downregulatie van MHC klasse I moleculen.

13

Worden MHC-I negatieve cellen dor het immuunsysteem herkend, en zo ja, hoe?

MHC-I negatieve cellen worden door NK cellen herkend. Zolang er voldoende MHC-I is, doet de NK cel helemaal niets. Als er geen MHC-I is, krijgende de activerende receptoren van de NK cellen de overhand omdat de inhiberende mechanismen worden opgeheven. Apoptose wordt dan geïnduceerd.

Bij een MHC positieve cel bindt MHCI aan een MHCI receptor en ook een ander eiwit op de MHCI positieve cel bindt aan de T cel. De tweede binding activeert apoptose, maar de eerste binding inhibeert deze weer. Als MHC nu niet aanwezig is, vindt er ook geen inhibitie meer plaats

14

Wat kan het virus doen om eventuele nadelen van MHC-I downregulatie te voorkomen?

Het aanmaken van MHC-I analogen.

15

Hoe manipuleren de humane herpesvirussen HCMV en EBV het immuunsysteem?

Door de synthese (door het virus) van cytokine analogen. Ze maken bijvoorbeeld een cytokine analoog dat veel lijkt op IL-10.

16

Beschrijf twee mechanismen waarop een viraal cytokine analoog het immuunsysteem kan manipuleren.

1. Analogen kunnen functioneel zijn en doen het biologisch effect van het authentieke molecuul na.
2. Analogen kunnen niet-functioneel zijn en binden en blokkeren specifieke cytokine receptoren (competitie) om activiteit te neutraliseren.

17

Wat doet viraal cytokine analoog IL-10?

Dit remt de immuunfuncties.

18

Welke cellen zijn essentieel voor de inductie van immuunresponsen? Wat doet beïnvloeding door een virus met deze cellen?

Dendritische cellen. Daar begint stimulatie van T-cellen, beïnvloeding door virus tast de functies van de cel aan waardoor antigeenpresentatie bijvoorbeeld niet mogelijk is of het aanmaken van interleucines niet mogelijk is. De maturatie van de DC's wordt voorkomen of geinhibeerd.

Ook macrofagen worden beïnvloed

Het humane herpes cytomegalovirus doet dit.

19

Geef voor extracellulaire bacteriën naast antigene variatie ook een aantal andere mechanismen waarmee zij het immuunsysteem kunnen misleiden, als mede een aantal mechanismen dat sommige bacteriën benutten om het immuunsysteem of delen daarvan uit te schakelen.

Patronen op bacteriën (PAMP) worden herkende door o.a. macrofagen en antigeen presenterende cellen met behulp van toll-like receptoren. Antilichamen kunnen worden ontdoken doordat sommige bacteriën Fc receptoren hebben waardoor zij de antilichamen andersom op hun membraan binden. Op deze manier kan de bacterie opsonatie ontduiken.

20

Wat is antigene shift?

Antigene shift is het proces waarbij twee of meer verschillende strengen van het influenza virus zich combineren tot een nieuw subtype griepvirus dat een combinatie heeft van eiwitten op de eiwitmantel van de twee originele virusstrengen. De term antigene shift is specifiek voor influenza. De influenza virussen moeten wel beide in dezelfde cel zitten om uitwisseling te laten plaatsvinden.

21

Wat kan een virus dat in het cytoplasma zit doen om te zorgen dat het latent kan blijven?

- Virus kan TAP inhiberen
- Virus kan ervoor zorgen dat MHCI in het ER blijft
- Virus kan MHCI degraderen
- Virus kan de productie van MHCI remmen
- Virus kan nep MHCI maken die bindt met een Tc-cel

22

Geef voor de extracellulaire bacteriën een aantal mechanismen aan waarmee zij het immuunsysteem kunnen misleiden, als mede een aantal mechanismen dat sommige bacteriën benutten om het immuunsysteem of delen daarvan uit te schakelen

Antigene variatie
- Modulatie pilli en fimbriae

Schielding/inhibiting MAMPs
- Coating met self antigens
- Capsulair polysaccharide

Inhibiting opsonisatie
- Complement degradatie
- Kapsel van oligosaccharide vormen
- Expressie van Fc receptoren

Inhibiting ROS
- Catalaze uitscheiden

Resistentie tegen antimicrobiële peptiden
- AMP degraderende peptidases uitscheiden.

23

Geef voor de intracellulairebacteriën een aantal mechanismen aan waarmee zij het immuunsysteem kunnen misleiden, als mede een aantal mechanismen dat sommige bacteriën benutten om het immuunsysteem of delen daarvan uit te schakel

Doordat intracellulaire bacterie in de cel zit, is het al beter beschermd tegen het immuunsysteem.

- antigene variatie
- Inhibiting MAMP, (ook met intracellulaire toxines)
- Resistentie tegen antimicrobiële peptiden
- Inhibitie van fuseren fagosoom met lysosoom
- Ontsnappen uit fagosoom (met hemolysins)

24

Hoe wordt slaapziekte overgebracht en wat veroorzaakt slaapziekte? Wat voor parasiet is dit? Waar groeit en vermenigvuldigt de parasiet zich? Wat zie je dan in het bloed terug? Hoe is het verloop van de ziekte?

Het wordt overgebracht door de Tsetse vlieg en wordt veroorzaakt door Trypanosomen. Dit is een protozoaire parasiet en deze groeit en vermenigvuldigt zich volledig extracellulair. Geeft hierom hoge titers van antilichamen specifiek gericht tegen de parasiet. Chronisch verloop van infectie leidt uiteindelijk tot coma, gevolgd door de dood.

25

Beschrijf het mechanisme waarmee Trypanosomen ontkomen aan antilichaam response. Bedenk aan welke voorwaarden dit mechanisme moet voldoen om gedurende lange tijd succesvol te kunnen zijn.

Trypanosomen hebben elke keer een andere gen-expressie, waardoor elke keer weer andere VSG eiwitten (oppervlakte eiwitten) gemaakt worden, waar de antilichamen op moeten gaan zitten. Deze eiwitten veranderen steeds, dus ze hebben elke keer andere antilichamen nodig.

26

Waar staat VSG voor?

Variant surface glycoprotein

27

Geef aan waar (in plaats en tijd) nieuwe antigene varianten van een Trypanosoom ontstaan in vergelijking tot nieuwe influenza virus antigenic drift varianten.

Op de één of andere manier komt er maar één ander gen in de trypanosomen tot expressie. De trypanosomen zijn dus onderling op elkaar afgestemd. Elke 2 weken hebben ze weer een nieuwe variant wat gebeurt binnen één gastheer. Influenza doet aan genetische drift. Dit duurt langer dan een jaar en is random in één gastheer, wordt daarna overgedragen naar andere gastheren.