Werkcollege 9 - C Flashcards Preview

Digestie > Werkcollege 9 - C > Flashcards

Flashcards in Werkcollege 9 - C Deck (52):
1

Wat noemen we fermentatie?

De omzetting van voedselcomponenten door micro-organismen onder anaerobe omstandigheden. Fermentatie vindt plaats in de dikke darm van alle dieren en in de voormagen van vooral alle herkauwers.

2

Teken butyraat, acetaat en propionaat.

Acetaat heeft één CH3 en een COO-
Propionaat heeft een CH3, een CH2 en een COO-
Butyraat heeft een CH3, twee CH2 en een COO-

3

Merk op dat VFA voor volatile fatty acids staat, dus vluchtige vetzuren. Waarom zouden de VFA’s azijnzuur, propionaat en boterzuur vluchtige vetzuren zijn, terwijl ander vetzuren zoals stearinezuur (C 18:0) en palmitinezuur (C 1A6:0) dat niet zijn?

Vluchtige vetzuren bestaan in de gasvorm onder normale omstandigheden (C1 t/m C7)

4

Wat is het verband tussen de VVZs azijnzuur, propionaat en boterzuur en de fermentatie producten acetaat, propionaat en butyraat?

Acetaat is de naam van het anion, azijnzuur is de naam die je gebruikt voor het zuur zelf.

5

Wat zijn de overeenkomsten tussen de dikke darm en de voormagen, waardoor in beiden fermentatie plaats vindt?

Groot vat, weinig stroming, goede menging, anaeroob.

6

Welke van de volgende herbivoren zou je bij de pregastrische (“foregut”) fermenteerders indelen en welke bij de postgastrische (“hindgut”): kameel, neushoorn, kangaroe, zeekoe, giraffe, zebra, struisvogel, konijn, rendier en nijlpaard.

Kameel foregut
Neushoorn hindgut
Kangaroe foregut
Zeekoe hindgut
Giraffe foregut
Zebra hindgut
Struisvogel hindgut
Konijn hindgut
Rendier foregut
Nijlpaard foregut

7

Vooral van knaagdieren en konijnen (dieren met uitgebreide postgastrische fermentatie) is het bekend dat ze hun eigen ontlasting opeten (coprofagie en caecotrofie). Waarom zouden ze dat doen?

Bepaalde voedingsstoffen komen pas vrij in het spijsverteringsstelsel ná de locatie waar het opgenomen kan worden. Het gaat om voedingsstoffen zoals vitaminen, mineralen en eiwitten. Ok de concentratie van vluchtige vetzuren is er zeer hoog.

8

Bij fermentatie denken we al gauw aan het verteringsproces bij het maken van wijn of bier. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de fermentatie van glucose bij de bereiding van wijn of bier en de fermentatie van glucose in het maagdarmkanaal?

Fermentatie voor wijn of bier wordt alcoholgisting genoemd. Glucose wordt in ethanol en CO2 omgezet. Er zijn gistachtige organismen nodig, een juiste temperatuur en een juiste pH.

9

Welke fermentatie producten zijn nuttig voor de gastheer en welke moet hij zien kwijt te raken?

Propionaat, butyraat en acetaat zijn nuttig, methaan, koolstofdioxide en methaan zijn niet nuttig.

10

Waarom kan een dier uit propionaat glucose maken, maar niet uit acetaat en butyraat?

Propionaat bestaat uit drie C atomen. Propionaat kan worden omgezet in succinyl-CoA., dit kan weer worden omgezet in oxaalacetaat en daarna in glucose. Butyraat wordt gemetaboliseerd via bèta-oxidatie tot acetyl-CoA. Dit is de citroenzuurcyclus (en dan kan je nooit meer terug naar glucose).

11

Glucose tot acetaat.

Per hexose krijg je twee keer pyruvaat. Je krijgt 2 keer acetaat, 4 ATP en 4 FADH2.

12

Glucose tot butyraat.

Per hexose krijg je twee acetyl CoA en dan één butyraat. Je krijgt 3 ATP en 2 FADH2.

13

Glucose tot propionaat.

Per hexose krijg je twee pyruvaat en daar maak je 2 propionaat van. Je krijgt 4 ATP en 1 O2.

14

Glucose tot lactaat

Per hexose krijg je twee pyruvaat en daar maak je 2 lactaat van. Als je nog een lactaat kan toevoegen, kun je 2 propionaat en 1 acetaat maken. Er komt 3 ATP vrij.

15

1. Wat is biest en wat is het verschil tussen biest, koemelk en poedermelk?

Biest is de eerste melk met antistoffen. Koemelk is de melk die daarop volgt en poedermelk is chemisch gemaakte melk. Biest bevat groeifactoren, antilichamen en ontstekingsfactoren. De maternale immuniteit wordt meegenomen in de biest. Bij poedermelk weet je zeker dat er geen gevaarlijke ingrediënten in zitten, het is een schoon product. In biest en koeienmelk kunnen para tbc etcetera zien. Een van de bestrijdingsmechanismen van para tbc is geen koemelk meer later drinken. Biest wordt de eerste 1 tot 3 dagen uitgescheiden.
Biest is de eerste melk (zeer geconcentreerd) met daarin antistoffen voor het kalf. Biest wordt de eerste 1 tot 3 dagen uitgescheiden.

16

2. Hoeveel biest moet een kalfje de eerste dag drinken?

Zo snel mogelijk moet er moedermelk gedronken worden. De darm van een kalf is maar beperkt passabel. Na het kalven is de darm helemaal open. Na 6 uur wordt er al veel minder opgenomen en zitten er al 50% minder antistoffen in de melk. Bij 12 uur is de opnamecapaciteit nog maar 50% en bij 24 uur is de opnamecapaciteit praktisch afwezig. 2 liter moet direct na de geboorte worden gegeven. Tegenwoordig wordt 4 liter gedaan, dat wordt vaak met de sonde gegeven. Dit blijkt beter te zijn dan 2 liter. 4 liter binnen 6 uur en 2 liter later op de dag. De eerste dag in ieder geval 6 liter biest. Biest is binnen 1,5 tot 2 dagen weg.
Het kalfje moet de eerste dag 4 tot 6 liter melk drinken, waarbij minimaal 2 in het eerste uur. Het liefst zo vaak mogelijk zo veel mogelijk zo vlug mogelijk en zo vers mogelijk.

17

3. Probeer te beredeneren waardoor het verschil in goede en minder goede poedermelk wordt veroorzaakt, er vanuit gaande dat de nutritionele samenstelling (vetten, eiwitten, koolhydraten) ongeveer gelijk is?

De verteerbaarheid kan verschillen. Die moet heel hoog zijn. Het moet de natuurlijke situatie goed nabootsen. De aminozuursamenstelling van de eiwitten is heel belangrijk, die moeten worden afgesteld op de behoefte van het kalf. De prijs op de wereldmarkt bepaald de kwaliteit in de poedermelk en is daarom niet constant. Aan het voer zou je kunnen voorspellen welke grondstof op dat moment goedkoop is. Dit is bepalend voor het microbioom. Goed voer geeft een goede microbiota geeft minder darmaandoeningen en dat zorgt voor een lager gebruik in antibiotica. Het gebruik van niet-dierlijke eiwitten in poedermelk (zoals soja) staat onder aandacht vanwege de footprint.

18

4. Wat zijn de voor- en nadelen van het voeren van koemelk vs. poedermelk?

- Ziektes die door de melk overdraagbaar zijn.
- Melk kun je niet leveren > kan wel, 40 bedrijven in Nederland doen het.
+ De temperatuur van de melk is goed.
+ Bij zelf drinken gaat het door de slokdarmsleuf naar de lebmaag.
- Nadeel koemelk wat betreft mineralen: het mist magnesium, je kan een hypomagnesium, heet lal of blair. Ze vallen daarna dood neer.
- Bij poedermelk weet je wat het kalf gedronken heeft, bij koemelk niet.
+ Poedermelk moet je heel goed bereiden, dat is een risico.
- In poedermelk wordt Whey gebruikt, daar kun je stiertjes van mesten > blankvlees. Er zit weinig ijzer in, minder myoglobine en haemaglobine

19

5. Welk criterium zou je (afgezien leeftijd) je in de praktijk kunnen gebruiken om de melkvoorziening te stoppen?

Als het kalf zwaar genoeg zijn. Rond de 75 – 80 kilo moeten ze zijn. Een kalf is ongeveer 40 kg als hij geboren wordt. Ze groeien ongeveer 800 gram per dag. In een maand groeien ze dus naar 64 kg. Na twee maanden zijn ze dan 88 weken. Na twee maanden zijn ze klaar om te spenen. Als je ze alleen op koemelk zet, groeien ze misschien wel 1000 kg per dag.
Als de kalveren zelf ander voer kunnen eten, kun je ze in de praktijk van de melk afhalen. Ze moeten voldoende krachtvoer opnemen. Van krachtvoer kun je weten hoeveel ze eten. Als de pens begint te ontwikkelen weet je dat het kalf hooi aan het eten is.
Je kan ook de borstomvang meten achter de ellebogen over de schouder. Als dag ongeveer 95 cm is dan kun je hem afspenen. Dit geldt voor HF. Bij biologische bedrijven mag je niet eerder spenen dan 13 weken.

20

6. Beredeneer wat er gedurende de periode waarin de kalveren overschakelen op een rantsoen voor herkauwers in de pens moet gebeuren om ze “tot herkauwer te maken”.

De slokdarmsleuf werkt niet meer (gaat redelijk automatisch). Bacteriën moeten worden opgenomen (al eerste dagen na de geboorte gebeurd dit). De pens moet uitgroeien (het volume moet sterk vergroot worden) zodat er veel ruwvoer in kan. De structuur komt er vanzelf in door het eten. Er moeten spieren ontwikkelen om de pensbewegingen te kunnen doen. Er moet een structuurlaag komen, een vloeibare laag en een graslaag. De koe moet gaan herkauwen. De ructus moet opgang komen. De pensinhoud moet gemengd worden en er moet propulsie naar de boekmaag gaan. De mucosa is belangrijk voor opname. Daar loopt de bloedvoorziening in. Boterzuurproductie is belangrijk voor de ontwikkeling van de mucosa. Door de vlokken heb je enorm veel ruimte voor opname. De hoogproductieve koeien hebben de grootste vlokken. Een droge koe heeft minder lange vlokken. Cellulose wordt afgebroken door cellulase. Je moet dus eiwitten af gaan breken. Er zit ureum in de pens wat moet worden afgebroken. Protozoa, bacteriën, gisten zitten er allemaal in. Bacteriën maken microbieel eiwit. De koe eet vanalles en produceert hoogwaardig eiwit danzij zijn bacteriën. Het microbieel eiwit wordt opgenomen in de dunne darm. Eiwit wat in de pens wordt afgebroken is onbestandig eiwit. Bestendig eiwit wordt niet in de pens afgebroken en wordt pas in de darm afgebroken. Onbestendig eiwit kun je coaten en dan toch naar de darm laten gaan. Bij snelle penswerking krijg je onverteelde delen in de pens. Als een pens te traag werkt krijg je paardenkeutels (halve obstipatie). Enzymen die in de pens een rol spelen, moeten de tijd krijgen om hun werk te doen. Bij grote aanmaak van vluchtige vetzuren krijg je een lage pH. Bij veel eten krijg je dus even een lagere pH

21

7. Een veehouder vertelt je dat één van zijn kalveren op de leeftijd van 1 maand ziek is geweest. Op welke manier zou je het standaardadvies wat hierboven staat aanpassen?

Later spenen. Hij moet waarschijnlijk wat inhalen of heeft nog niet de krachtvoeropname die standaard is. Het kan zijn dat de pens nog onvoldoende ontwikkeld is door de ziekte.

22

Wat kan er gebeuren als het spenen niet goed verloopt?

Wanneer het spenen niet goed verloopt, kan er bij de kalveren (tot een leeftijd van wel 6 maanden) “recidiverende kalvertympanie” optreden. Deze kalveren blijken niet in staat om de gasvorming in de pens via het ructusmechanisme af te voeren. Hierdoor ontstaat dus tympanie; de veehouder spreekt over het “oplopen” van de kalveren. (ontwikkeling mucosa loopt achter en vertraagde doorloop). Het kalf heeft een bolle buik, maar wordt mager. Hij groeit niet meer.

23

8. Hoe zal het kalf op dit “oplopen” reageren? In welke zich herhalende cyclus kan zo’n kalf terechtkomen?

Het kalf eet minder, tympanie neemt af, kalf eet weer meer, tympanie neemt toe, het kalf eet minder, tympanie neemt af. Het kalf wordt steeds boller. Uiteindelijk gaat hij dood door de verdrukking van het bloed. Je krijgt dus druk op de grote vaten (vena cava caudalis) en diafragma (moeite met ademen). De koe wordt kortademig en het bloed komt niet terug. Met een schroeftrocart kun je het gas uit de pens halen. Net achter de ribboog verdoof je en daar draai je hem in. Deze blijft zitten tot hij niet meer zelf opblaast. Je moet wel de voeding aanpassen, het kalf krijgt niet voor niets tympanie.

24

Wat doe je om het oplopen van een kalf te doorbreken?

Om deze steeds herhalende cyclus te doorbreken, wordt voor enkele weken een schroeftrocar volgens Buff in de pens te geplaatst. Deze trocar zorgt voor een rechtstreekse verbinding tussen het lumen van de pens en de buitenwereld, waardoor de pensgassen afgevoerd kunnen worden en daarnaast het ructusmechanisme zich ontwikkelt.

25

9. Welke waarneming zou je kunnen gebruiken om vast te stellen wanneer de trocar definitief verwijderd kan worden?

Trocar dichtmaken en kijken of de koe weer opblaast.

26

10. Waaraan kun je (afgezien van de wond die overblijft na het verwijderen van de trocar) dieren die recidiverende kalvertympanie gehad hebben nog lange tijd herkennen?

Groeiachterstand

27

Wat zijn eindproducten van fermentatie?

Kooldioxide (CO2), methaan (CH4), waterstof (H2), acetaat, butyraat en propionaat

28

Waarvoor zijn de vluchtige vetzuren de precursors?

Propionaat voor glucose, Acetaat en butyraat voor bijvoorbeeld melkvet (lipogeen)

29

11. Waarom zal het voor de microflora in de pens of dikke darm gunstiger zijn om glucose uiteindelijk om te zetten in vluchtige vetzuren dan in lactaat, het eindproduct van de anaerobe glycolyse in een zoogdiercel?

Meer ATP productie voor zichzelf. Minder verzuring. Dan krijg je zoveel mogelijk vluchtige vetzuren en zo min mogelijk lactaat. Bij teveel lactaat heb je teveel lactogene bacteriën en dan gaat de pH omlaag en hier herstelt de pens niet meer van. In de pens moet voldoende ATP gemaakt worden. Bij het voeren van een overmaat van eiwit, wordt er teveel ureum gevormd. Er komt ammoniak in de pens. Dit wordt opgenomen en omgezet tot ureum. Dat plas je uit, of zoals de koe, recycle je dat als voedingsbron voor de bacteriën. Dit is een niet-eiwit stikstofbron. Dit kost energie. Dus als je teveel eiwit voert, raak je daar energie aan kwijt. Aanpassen aan rantsoen duurt 10 tot 14 dagen.

30

12. Waarom zal er een mengsel ontstaan van drie verschillende vluchtige vetzuren in plaats van één eindproduct, zoals bij de fermentatie van glucose tot bijvoorbeeld lactaat in een zuurstofloze spiercel of tot alcohol in een gistcel?

Propionaat is heel anders dan acetaat bij de redoxreactie. Als je alleen maar propionaat hebt, heb je een tekort aan acetaat en heb je een te eenzijdige populatie in de pens. 2 acetaat geeft + 8 H+, butyraat geeft +4 H+ en propionaat geeft -4 H+. Methaanproductie gaat omhoog op het gras. Verschillende bacteriën maken verschillende vluchtige vetzuren.

31

13. Ondanks de vorming van de vluchtige vetzuren blijft de pH van de pens behoorlijk constant (ongeveer tussen pH 6-7). Voor een klein deel wordt dit veroorzaakt doordat de koeien via bicarbonaat in het speeksel de pensinhoud bufferen. Welk proces is echter nog veel belangrijker?

Als de pH zakt, dan worden ze opgenomen. De absorptie neemt toe als de pH zakt. Een lage pH is niet goed, de koe gaat gewoon de vluchtige vetzuren opnemen waardoor de pH weer stijgt.

32

Wat vormt lactose?

Glucose en galactose

33

Wat is het percentage melksuiker in melk altijd ongeveer?

4 tot 5%

34

Waar is de melkprijs mede van afhankelijk?

Van de hoeveelheid melkvet

35

Welke twee veranderingen in het fermentatieproces zie je bij een toename van de hoeveelheid snel fermenteerbaar materiaal in het rantsoen (door geven van meer krachtvoer/zetmeel rijk voer).

Meer lactose betekent meer melk. Propionaat is een glucogene precursor en hiervan wordt dus uiteindelijk meer lactose gemaakt en daarom meer melk. Bij een snelle fermentatie neemt de hoeveelheid acetaat (percentage) af. Acetaat komt vooral uit ruwvoer. Als je veel propionaat hebt, heb je meer precursors (in %) en kun je vervolgens meer lactose maken. Meer lactose betekent meer melk. Er is een lagere ATP productie en er worden meer vluchtige vetzuren gevormd.

36

15. Verklaar dat het vetgehalte in de melk daalt bij een rantsoen dat meer snel fermenteerbare componenten bevat, terwijl tegelijkertijd de melkhoeveelheid toeneemt.

Je hebt minder lipogene precursors in je melk zitten (acetaat en butyraat) en het propionaat gaat de lactoseproductie omhoog en dus ook de melkhoeveelheid. Als je insuline omhoog gaat, dan ga je de vetopslag stimuleren, dan heb je minder vet in de maag.

37

Wat gebeurt er als de hoeveelheid snel fermenteerbare componenten in het rantsoen te hoog worden?

de koeien gaan zelf minder brok opnemen en vermageren. Ze eten minder om pensacidose te voorkomen.

38

Wanneer daalt de pH onder de 6 of zelfs de 5,5?

Je krijgt te snelle fermentatie, het is het lactaat wat de pH laat zakken. Te veel propionaat geeft meer vvz opname. Als er veel vetzuren zijn, daalt de pH. Bij veel krachtvoer wordt er minder geherkauwd en komt er dus ook minder bicarbonaat in de pens om te bufferen.

39

Welke processen gaan door bij een te lage pH in de pens?

Lactaat blijft worden gevormd omdat de lactobacillen bacteriën blijven bestaan, de andere bacteriën zijn bijna allemaal dood en dus krijg je pensverzuring.

40

19. Wat gebeurt er met de onbestendige eiwitten (rumen degradable protein) in de pens?

Wordt afgebroken tot aminozuren en stikstof. Stikstof is voeding voor de bacteriën (de aminozuren ook). Ammoniak kan worden gemaakt, dat gaat door de pens en wordt uitgescheiden via de urine en het speeksel.

41

20. Wat gebeurt er met eiwitten die niet in de pens gefermenteerd worden, de zogenaamde bestendige eiwitten (rumen undegradable protein)? Zie de afbeelding.

Die gaan naar de dunne darm en worden daar afgebroken door verteringsenzymen. Als een koe van streek is kan het zijn dat er eiwit onvoldoende gefermenteerd wordt door de dunne darm, dan verteerd de dikke darm het en krijg je een rotte lucht.

42

Wat zijn witvleeskalveren?

Op melkveebedrijven worden de kalveren (fokkalveren) gehouden om later gemolken te worden. Daarnaast worden er i nNederland ook kalveren gehouden die bestemd zijn voor de slacht. Vanaf 2 weken leeftijd gaan ze naar het vleeskalverenbedrijf en op 8 – 12 maanden leeftijd worden ze geslacht. Een deel van deze kalveren wordt gevoerd op een rantsoen met ruwvoer, maar een ander deel wordt alleen met (kunst)melk gevoerd en minimaal 250 gram ruwvoer. Doordat deze kalveren dus nooit worden gespeend, ontwikkelen ze geen functionele pens. Door het lagere hemoglobinegehalte van het rantsoen is het vlees van deze kalveren minder rood dan van kalveren die ruwvoer krijgen; ze worden daarom ook “witvleeskalveren” genoemd.

43

Wat zie je vaak bij witvleeskalveren?

Bij de witvleeskalveren komt een ziekte voor die leidt tot de zogenaamde “kleischijters”. De mest van de kleischijters is erg pasteus en licht van kleur, wat meteen de naam van deze ziekte verklaart. Het blijkt dat er bij deze dieren grote hoeveelheden melk in de pens terechtkomen. (Dit kan door dysfunctie van de slokdarmsleuf of door reflux naar de pens door een te grote inhoud).

44

Welk fysiologisch proces is er gestoord bij kleischeiters?

De slokdarmsleuf werkt niet goed, de melk komt in de pens. Het kan zijn dat de melk toegediend wordt op een verkeerde manier of dat de sleuf niet oke is. De sleuf wordt geactiveerd door het zuigen. Ook temperatuur e.d. kunnen invloed hebben, net als goede samenstelling van de melk, chemoreceptoren en het zuigreflex spelen een rol in het openen en sluiten van de slokdarmsleuf.

45

22. Wat gebeurt er met de melk die in de pens terecht komt? En wat is daarvan de consequentie voor het kalf?

Er vindt fermentatie plaats. Het zal naar rotting gaan omdat er veel eiwitten in zitten en er zal lactaat kunnen worden gevormd. De pensmotiliteit zal ook niet toenemen en daar wordt het kalf ziek van. Tympanie, koliek, diarree. De pens is daar nog niet voor. Verminderde opname, achterblijvende groei. In de pens zit géén rennine dus de melk kan niet stremmen. Melk stimuleert de pensmotiliteit niet.

46

Wat is de therapie bij kleischijters?

De hele pens leeghalen (leeghevelen) met een sonde. Kleine beetjes weer gaan voeren om zo de slokdarmsleuf te stimuleren.

47

Wat is tympanie?

Tympanie of trommelzucht is een verschijnsel waarbij er zich om een bepaalde reden teveel lucht ophoopt in de pens. Meestal betreft dit “vrij gas” maar het is mogelijk dat dit gas aanwezig is in de vorm van schuim. In dat geval spreekt men van schuimtympanie.

48

Hoe wordt in een normale gezonde situatie het pensgas afgevoerd?

Ructus (secundaire contracties van de pens). Als dit niet gaat (in het geval van tympanie) kan dit niet en hoopt het zich op in de pens.

49

Welke 2 vormen van tympanie zijn er?

Primaire tympanie (schuimtympanie, fermentatiestoornis) en secundaire tympanie (ructusmechanisme is verstoord)

50

Geef aan waarom het afvoeren van het gas zal stoppen als er veel schuim in de pens ontstaat

(voedingstympanie = primaire tympanie).
Door het schuim ontstaat er geen gasbel, maar gaat het gas in het schuim zitten. Het geven van slaolie helpt.

51

27. Wanneer een koe geëuthanaseerd wordt, zal er na een paar uur een enorme hoeveelheid “vrij gas” in de pens ophopen. Uiteraard zal dit veroorzaakt worden doordat de motiliteit van de voormagen ontbreekt. U kunt echter een vergelijkbare ophoping van “vrij gas” waarnemen bij koeien die wat langer blijven liggen tijdens de geboorte van een kalf. Hoe kunt u dit verklaren?

Cardia wordt geblokkeerd waardoor gas niet weg kan

52

28. Hoe kan een runt bij een traumatische reticulopericarditis tympanie ontwikkelen?

Er is een lokale ontsteking van de netmaagwand. Vooral bij een perforatie door de maagwand en het peritoneum. Er ontstaat een voorste stenose.