Zinnen Deel 1 Flashcards Preview

Duits 13a > Zinnen Deel 1 > Flashcards

Flashcards in Zinnen Deel 1 Deck (20):
1

Hij bezorgt kranten.

Er trägt zeitungen aus.

2

Mijn broer geeft bijles.

Mein Bruder gibt Nachhilfe.

3

Daar heb ik echt geen rijd voor.

Dafür habe ich echt keine Zeit.

4

Ik werk alleen maar in de vakantie.

Ich arbeite nur in den Ferien.

5

Mijn ouders hebben mij verboden een bijbaantje te hebben.

Meine Eltern haben mir verboten zu jobben.

6

Is het werk leuk?

Macht die Arbeit Spaß?

7

Je moet behoorlijk hard werken.

Man muss ganz schön schuften.

8

Mijn ouders geven mij zakgeld.

Meine Eltern geben mir Taschengeld.

9

Wat zullen jullie er mee doen?

Was werden ihr damit machen?

10

Ik geef het aan van alles en nog wat uit.

Ich gebe es für alles Mögliche aus.

11

Ik moet de kosten voor mijn mobieltje daarvan betalen.

Ich muss meine Handy-gebühren davon bezahlen.

12

Hij zal voor zijn rijbewijs sparen.

Er wird für seinen Führerschein sparen.

13

Ik heb een arbeidscontract voor acht uur per week.

Ich habe einen Arbeitsvertrag für acht Stunden pro Woche.

14

Gisteren stond er een intressante advertentie in de krant.

Gesternte stand eine interessante Annonce in der Zeitung.

15

Dit baantje verhoogt mijn kans op een studieplek.

Dieser Job erhört meine Chancen auf einen Studienplatz.

16

Mijn ouders willen dat ik zelfstandiger word.

Meine Eltern wollen, dass ich selbstständiger werde.

17

Je kunt veel ervaring opdoen.

Man kann viel Erfahrungen sammeln.

18

Ik kan dat niet met school combineren.

Ich kann das nicht mit der Schule kombinieren.

19

Hoe ben je aan die baan gekomen?

Wie hast du den Job bekommen?

20

Waarvoor heb je het geld nodig?

Wozu brauchst du das Geld?