Zinnen Deel 2 Flashcards Preview

Duits 13a > Zinnen Deel 2 > Flashcards

Flashcards in Zinnen Deel 2 Deck (20):
1

Welke eigenschappen heb je voor dit beroep nodig?

Welche Eigenschaften braucht man für diesen Beruf.

2

Als ingenieur moet je goed in wiskunde en natuurkunde zijn.

Als ingenieur muss man gut in Mathe und Physik zijn.

3

Mijn sterke punten zijn stiptheid en betrouwbaarheid.

Meine Stärken sind Pünktlichkeit und Zuverlässigkeit.

4

Wat zijn jouw zwakke punten?

Was sind deine Schwächen?

5

Hij heeft een wiskundeknobbel.

Er ist ein Mathe-Ass.

6

Om te kunnen studeren, heb je een Vwo-diploma nodig.

Um studieren zu können, braucht man das Abitur.

7

Na school ga ik een beroepsopleiding doen.

Nach der Schule macht ich eine Lehre.

8

Wat is jouw droomberoep?

Was ist dein Traumberuf.

9

Hij wil graag iets met talen doen.

Er möchte irgendwas mit Sprachen machen.

10

Door haar bijbaantje heeft ze ervaring als serveerster.

Durch ihren Schülerjob hat sie Erfahrung als Kellnerin.

11

Waar wil je het liefst werken?

Wo möchtest du am liebsten arbeiten?

12

Ik heb geen zin omgeving studeren.

Ich habe keine lust zu studieren.

13

Ik zit nog te twijfelen wat ik ga doen.

Ich zweifle noch, was ich machen werde.

14

Misschien ga ik bij Siemens solliciteren.

Vielleicht bewerbe ich mich bei Siemens.

15

Waarop zit je te wachten?

Worauf wartest du?

16

Of ik ga werken of studeren.

Entweder arbeite ich oder ich studiere.

17

Ben je tevreden met je beroepskeuze?

Bist du zufrieden mit deiner Berufswal?

18

Morgen heb ik een sollicitatiegesprek.

Morgen habe ich ein Vorstellungsgespräch.

19

Als ze een studiebeurs krijgt, gaat ze een jaar in het buitenland studeren.

Wenn sie ein Stipendium bekommt, wird sie ein Jahr im Ausland studieren.

20

Ik heb nog geen definitieve beslissing genomen.

Ich habe mich noch nicht endgültig entschieden.