1 Almost neighbours and 2 The more the merrier Flashcards Preview

Engels > 1 Almost neighbours and 2 The more the merrier > Flashcards

Flashcards in 1 Almost neighbours and 2 The more the merrier Deck (118):
1

to serve

serveren

2

busy

druk

3

to hurry up

zich haasten

4

corner shop

buurtwinkel

5

apple juice

appelsap

6

to be thirsty

dorst hebben

7

customer

klant

8

to enjoy

genieten van

9

across

aan de overkant van de

10

road

weg

11

post office

postkantoor

12

almost

bijna

13

neighbours

buren

14

to introduce

voorstellen

15

local

plaatselijk

16

close to

dichtbij

17

gym

fitnessruimte

18

see you

tot ziens

19

bye

tot ziens

20

to be in a rush

haast hebben

21

out of sight

verdwenen

22

Are you all right?

Gaat het goed?

23

I'm fine.

Het gaat goed met mij.

24

Are you enyoing the festival?

Hebben jullie het naar je zin op het festival?

25

Do you live around here?

Wonen jullie in de buurt?

26

Let me introduce my family to you.

Ik zal mijn familie aan jullie voorstellen.

27

I'm Mr Ford and this is my wife Helen.

Ik ben meneer Ford en dit is mijn vrouw Helen.

28

These are our new neighbours

Dit zijn onze nieuwe buren

29

Nice to meet you.

Aangenaam kennis te maken.

30

I can't believe it

Ik kan het niet geloven.

31

How are things here?

Hoe gaat het hier?

32

I have to go.

Ik moet gaan.

33

Let me see.

Laat me eens kijken.

34

Large

Groot

35

Family

Gezin

36

Less

Minder

37

To find out

Ontdekken

38

To understand

Begrijpen

39

Jealous

Jaloers

40

Age gap

Leeftijdsverschil

41

Eldest

Oudste

42

Youngest

Jongste

43

Married

Getrouwd

44

To move out

Uit huis gaan

45

Boring

Saai

46

Job

Taak

47

The same

Hetzelfde

48

Attention

Aandacht

49

To agree

Het eens zijn

50

Downside

Nadeel

51

Tot compare to

Vergelijken met

52

To bug

Dwarszitten

53

Buzz

Gezellige drukte

54

Noise

Lawaai

55

Only child

Enig kind

56

The more the merrier

Hoe meer zielen hoe meer vreugd

57

What it is like

Hoe het is

58

The one with itchy feet

De reislustige

59

Conflict

Onenigheid

60

serveren

to serve

61

druk

busy

62

zich haasten

to hurry up

63

buurtwinkel

corner shop

64

appelsap

apple juice

65

dorst hebben

to be thirsty

66

klant

customer

67

genieten van

to enjoy

68

aan de overkant van de

across

69

weg

road

70

postkantoor

post office

71

bijna

almost

72

buren

neighbours

73

voorstellen

to introduce

74

plaatselijk

local

75

dichtbij

close to

76

fitnessruimte

gym

77

tot ziens

see you

78

tot ziens

bye

79

haast hebben

to be in a rush

80

verdwenen

out of sight

81

Gaat het goed?

Are you all right?

82

Het gaat goed met mij.

I'm fine.

83

Hebben jullie het naar je zin op het festival?

Are you enyoing the festival?

84

Wonen jullie in de buurt?

Do you live around here?

85

Ik zal mijn familie aan jullie voorstellen.

Let me introduce my family to you.

86

Ik ben meneer Ford en dit is mijn vrouw Helen.

I'm Mr Ford and this is my wife Helen.

87

Dit zijn onze nieuwe buren

These are our new neighbours

88

Aangenaam kennis te maken.

Nice to meet you.

89

Ik kan het niet geloven.

I can't believe it

90

Hoe gaat het hier?

How are things here?

91

Ik moet gaan.

I have to go.

92

Laat me eens kijken.

Let me see.

93

Groot

Large

94

Gezin

Family

95

Minder

Less

96

Ontdekken

To find out

97

Begrijpen

To understand

98

Jaloers

Jealous

99

Leeftijdsverschil

Age gap

100

Oudste

Eldest

101

Jongste

Youngest

102

Getrouwd

Married

103

Uit huis gaan

To move out

104

Saai

Boring

105

Taak

Job

106

Hetzelfde

The same

107

Aandacht

Attention

108

Het eens zijn

To agree

109

Nadeel

Downside

110

Vergelijken met

Tot compare to

111

Dwarszitten

To bug

112

Gezellige drukte

Buzz

113

Lawaai

Noise

114

Enig kind

Only child

115

Hoe meer zielen hoe meer vreugd

The more the merrier

116

Hoe het is

What it is like

117

De reislustige

The one with itchy feet

118

Onenigheid

Conflict