Farmacologie 1.C3 Flashcards Preview

Farmacologie > Farmacologie 1.C3 > Flashcards

Flashcards in Farmacologie 1.C3 Deck (12)
Loading flashcards...
1
Q

Oestrogenen

A

Worden gebruikt als een hormone replacement therapy (HRT). Dit zorgt voor 33% reductie van heupfracturen en 24% reductie van alle fracturen. Echter zorgen oestrogenen voor een toename van het risico op een mammacarcinoom (26%) en toename van HVZ (22%). Daarom worden oestrogenen tegenwoordig niet meer gebruikt.

Zorgen voor een betere RANKL/OPG balans

2
Q

SERM’s (Selective Estrogen Receptor Modulator) –> raloxifene

A

Agonist effect van oestrogeen op het bot en het HVZ. Ze hebben een antagonist effect op borsten en uterus. Er is geen invloed op de niet-wervelfracturen en zorgen ze voor verminderde kans op borstkanker.

3
Q

Bisfosfonaten

A

Remmen de osteoclasten en verlagen de botturnover, waardoor er minder botombouw eenheden (BMU’s), minder diepe resorptie putjes en een minder negatieve balans in de putjes zijn, met toegenomen secundaire mineralisatie. Ook zorgen bisfosfonaten voor een lichte stijging van de BMD en verbetering van de microarchitectuur. Bisfosfonaten zijn de meest gebruikte medicijnen. Bijwerkingen: maagdarmklachten (moeten 30 min voor maaltijd op een nuchtere maag worden ingenomen), osteonecrose van de kaak (vooral bij intraveneuze toediening), AF en atypische fracturen.

4
Q

Alendronaat en risedronaat

A

Zijn de belangrijkste bisfosfonaten en beschermen tegen alle fracturen. Tegenwoordig kunnen bisfosfonaten ook eenmalig per jaar per infuus gegeven worden (zoledronaat). Na het gebruik hiervan is het overlijdensrisico na een heupfractuur kleiner. Na het stoppen houdt het effect van bisfosfanaten nog enige tijd aan.

5
Q

Antilichamen tegen RANKL (denosumab)

A

Dit zijn monoklonale antilichamen. Denosumab moet 2 keer per jaar als een subcutane injectie worden toegediend. Het voorkomt dat RANKL kan binden aan de osteoclast. Het aantal nieuwe wervelfracturen wordt met 68% verminderd en het aantal heupfracturen daalt met 40%. RANKL bevindt zich ook in andere weefsels. In sommige gevallen kan bij gebruik van denosumab necrose van de kaak of een atypische femurfractuur optreden. Mensen die denosumab gebruikten, vielen ook minder en hadden een hogere BMD. Dit effect verdween echter binnen een half jaar na het stoppen van het middel. Bij bisfosfonaten blijft het effect langer bestaan.

6
Q

Serum CTx en BSAP

A

Serum CTx is een marker voor de botafbraak. BSAP staat voor botspecifiek alkalisch fosfatase en is een marker voor de botopbouw. Beiden kunnen bepaald worden.

7
Q

Remmende botafbraak medicatie

A

oestrogenen, SERM’s, bisfosfonaten en RANKL antilichamen

8
Q

Teriparatide (PTH 1-34) en preoctact (PTH 1-84)

A

Menselijk nagemaakte PTH vormen. PTH stimuleert osteoclasten en osteoblasten: leidt normaal tot osteoclastaire botresorptie, waardoor de serum [Ca2+] stijgt. PTH is een katabool hormoon, maar als het met pulsen wordt toegediend zorgt het voor minder RANKL, meer OPG en minder osteoblast apoptose.

9
Q

Teriparatide (vervolg)

A

Zorgt initieel voor botaanmaak zonder afbraak, toename van de botturnover en een netto positieve balans. De BMD stijgt bij gebruik van dit medicijn en dan vooral de BMD van het trabeculaire bot. Er zijn 70% minder wervelfracturen en 50% minder niet-wervelfracturen. Het mag alleen gegeven worden aan postmenopauzale vrouwen met ernstige osteoporose, waarbij andere behandelingen niet effectief of niet werden verdragen. Dit komt vooral omdat het een erg duur middel is.

10
Q

Strontiumranelaat (dubbele werking)

A

Zorgt voor een lichte remming van de botafbraak en een lichte toename van de botaanmaak. Strontiumranelaat zorgt voor een BMD stijging van 14%. Het heeft. een hogere dichtheid dan calcium en als het ingebouwd wordt dus voor een hogere BMD zorgt. Het wordt nauwelijks meer gegeven, maar heeft geen contra-indicaties of ernstige bijwerkingen.

11
Q

Flowchart

A

alendronaat/risedronaat (bisfosfonaten) –> als deze niet werken kan op andere bisfosfonaten of andere soort medicatie worden overgestapt

12
Q

romosozumab

A

Antilichamen tegen sclerostine, waarmee indirect de botaanmaak wordt gestimuleerd