Hoofdstuk 7 Flashcards

1
Q

Wat is het predikaat?

A

Het predikaat drukt een relatie uit met andere woordgroepen in die zin, of specificeert een eigenschap van een andere woordgroep.

Jan LACHTE
Marie is MIJN BESTE VRIENDIN

Vaak verbale woordgroep, maar kan ook nominaal, adjectivistisch, adpositioneel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

“Vanmorgen ging Pietje naar de AH”

Wat in de zin is het predikaat, wat het adjunct, wat argument?

A

predikaat = ging
pietje = argument
vanmorgen, naar de ah = adjuncten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de valentie van het predikaat, en hoe ziet dat eruit?

A

De valentie is het aantal argumenten dat noodzakelijk bij het predikaat hoort.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Hoe noemen we één plaatsige predikaten ook wel? En meerplaatsige?

A

Intransitief, onovergankelijk

Daar tegenover staat transitief, overgankelijk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn voorbeelden van nul plaatsige predikaten?

A

Uitdrukkingen van bijvoorbeeld weersgesteldheid en tijd:
Het is mooi weer
Het is vijf uur

In veel talen is een 0 plaatsig predikaat niet toegestaan, waardoor er een dummy woordje zoals ‘het’ toe wordt gevoegd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn de semantische rollen?

A

Agens: de handelende persoon
Patiens: de entiteit die de gebeurtenis ondergaat
Locatie: de plaats
Instrument: de entiteit waarmee een handeling wordt uitgevoerd
Bron: de entiteit waar iets uit ontstaat
Recipiens: de entiteit die iets ontvangt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is de grammaticale rol; het subject?

A

De woordgroep die het perspectief bepaald.

In een actieve zin is dit een transitief predikaat waarin de agens ook subject is, in een passieve zin is de patiens subject.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is valentiereductie?

A

Wanneer het aantal argumenten dat noodzakelijk bij het predikaat hoort, afneemt; de vorm van het ww verandert dan.

In het NL bestaat dit niet, in het Spaans is dat bv ‘levantarse’. Beide argumenten wijzen dan naar dezelfde referent, en zijn conferentieel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is een reflexieve constructie?

A

Gebruik van “zichzelf” etc. Het referent treedt wel alsnog twee keer op (met verschillende semantische rollen), dus is daarin andere dan valentiereductie.

Wanneer in het wederkerend werkwoord het tweede argument wordt vervangen voor een pronomen is dat pronominalisatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is pro-drop?

A

Wanneer een subject helemaal weggelaten wordt, zoals in het Spaans. Het pronomen wordt als het ware gedropt en wordt afgelezen uit de werkwoord’s vorm.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly