medisch onderwerp hersentumoren Flashcards

1
Q

op welke plaatsen kunnen hersentumoren zich bevinden ?

A
  • Primair (hersenweefsel zelf) /secundair (uitzaaiingen van tumoren elders)
  • Intracerebraal (in de hersenen zelf)/ extracerebraal (hersenvliezen, hersenzenuwen, hypofyse)
  • Supra (boven) /infratentorieel (onder tentorium, plooi tussen grote en kleine hersenen)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

welke verschijnselen treden op bij een hersentumor ?

A
  • Uitvalverschijnselen
  • Epilepsie
  • Intracraniële druktoename
  • Gedrag en cognitieve veranderingen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

welke symptomen doen zich voor bij een hersentumor?

A
• In het begin
o Frontale hoofdpijn, vooral in de ochtend
o Algehele malaise (beroerd voelen)
o Anorexie, misselijkheid en braken
o Concentratie en aandacht stoornissen
o Soms vermagering
• Later
o Hele dag hoofdpijn
o Misselijkheid en braken 
o Krachtverlies
o Verwardheid
o Abducens parese (hersenzenuw ogen)
o Pupilverschil
• Levensbedreigend
o Dalend bewustzijn
o Wazig zien
o Eenzijdige wijde lichtstijve pupil
o Stoornissen in de vitale functies
o Bradycardie (trage hartslag), hyper- of 
hypotensie (hoge of lage bloeddruk), cheyne strokes ademhaling (afwisseling van niet 
ademen naar langzaam luider, naar wegzakken, naar niet meer hoorbaar)
• Lokale verschijnselen
o Epilepsie
o Verlamming arm of been
o Coördinatiestoornissen 
o Gedrags- en karakterverandering
o Reukstoornissen
o Visuele stoornissen, druk op oogzenuw, baan occipitaalkwab 
o Hersenzenuwtumoren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat is een meningeoom?

A
  • Tumor van de hersenvliezen
  • Benigne (goedaardig)
  • Meestal supratentorieel
  • Klachten als algemeen
  • Soms prikkeling bot: schedelvervorming
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is een acusticus neurinoom?

A

• Brughoek tumor (tussen pons en cerebellum)
• Kan drukgeven op de n. VII (aangezichtszenuw) of n. VIII
(gehoor-en evenwichtszenuw)
• Vaak microchirurgische verwijdering

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat is een medulloblastoom?

A
  • Maligne (kwaadaardig) kindertumor
  • Kinderen
  • Dak 4e ventrikel, in de buurt van de kleine hersenen
  • Goed behandelbaar, vaak nog wel restsymptomen met coördinatieproblemen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wat is een hersenmetastasen?

A
  • Secundaire hersentumoren
  • Allerlei
  • Vooral long, mama (borst), melanoom (moedervlek)
  • Gemiddelde overleving 3-4 maanden
  • Symptomen lijken op CVA
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat zijn gliomen?

A
• Gliomen ontstaan uit gliaweefsel (steunweefsel van zenuwcellen) 
• Meest voorkomende primaire hersentumoren 
• Indeling: naar celsoort
o Astrocyten: 
§ Cellen lijken op sterren
§ Tumor: Astrocytomen: hebben een gradiënt 
van benigne tot maligne
• Laaggradige pilocytaire 
astocytomen (goedaardig)
• Diffuse laaggradige astrocytomen
• Gliblastoma multifomre (kwaardaardig)
o Oligodendrocyten: 
§ Hebben weinig dendrieten
§ Tumor: oligodendroglioom
o Ependym cellen:
§ Aan de binnenkant van de ventrikels
§ Tumor: ependymomen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

hoe wordt een hersentumor gediagnostiseerd?

A

• Neurologisch onderzoek (kijken naar uitvalverschijnselen)
o Algemeen en focale verschijnselen
o Fundoscopie onderzoek: papil atrofie (kleurloze plek->
langdurige drukverhoging van de schedel)
• MRI
• Evt. PET-scan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat zijn de behandelmogelijkheden bij een hersentumor?

A
• Wait and see
• Chirurgie
o Weefsel verificatie
o Vermindering intracraniële druk
o Verminderen tumorload
o Craniotomie: luikje uit schedel halen
o gliadelwevers
• Radiotherapie
o Laaggradige gliomen: toename progressievrije 
periode
o Hooggradige gliomen: postoperatief 
• Chemotherapie
o Adjuvant als toevoeging aan RT bij nieuwe tumoren
o Overlevingsduur van glioblastoma multiforme neemt toe
• Chemoradiotherapie
o Met name glioblastoma multifomre
o Sommige oligodendrogliale tumoren
• Bij recidief
o Afhankelijk van 
§ Lokalisatie
§ Eerdere behandelingen 
§ Tijd tot recidief
§ Toestand van de cliënt
o Zowel chirurgie, RT als chemotherapie kunnen worden toegepas
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat is de prognose bij een hersentumor?

A

• De prognose van cliënten met gliale tumoren wordt in belangrijke mate bepaald door de gradering
o Laaggradige tumoren (mediane overleving 5-10 jaar)
o Hooggradige tumoren, en anaplastische astrocytomen (mediane overleving 2-4 jaar)
o Glioblastomen (mediale overleving 9-12 maanden)
• Daarnaast is de prognose van tumoren met oligodendrogliale karakteristieken beter dan de prognose
van puur astrocytaire tumoren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly