Week 3 Flashcards

1
Q

imprinting even uitzoeken

A

was vorig jaar tt vraag (stambomen etc)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

anticonceptie gebruik ontwikkeling

A
  • sociologische/ economische ontwikkeling
  • individuele vrijheid, normen
  • verlaging moeder/ kindersterfte
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wie gaat er over anticonceptie?

A

1e lijns zorg (huisartsen NHG en NVOG)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat is de ideale vorm van anticonceptie?

A
  • 100% betrouwbaar
  • geen negatieve effecten gezondheid
  • goedkoop
  • eenvoudig te gebruiken
  • toegankelijk
  • direct toepasbaar
  • reversibel
  • geen effect op seksualiteitsbeleving
  • toepasbaar door man/ vrouw

*geen enkel middel voldoet hieraan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

coitus interruptus (CI)

A

‘voor het zingen de kerk uit’

  • geen neg effecten op gezondheid
  • goedkoop
  • toegankelijk
  • direct toepasbaar
  • reversibel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

hormonale anticonceptie

A

hoofdwerking
- follikelontwikkeling en ovulatie verhinderen (onderdrukken LH piek) (>door mn progestagene component)

  • onderdrukken follikelontwikkeling (onderdrukken FSH stijging) (>door oestrogeen/ progesteron component)

nevenwerkingen (progestagenen):
- transformatie van endometrium (verstroen proliferatie/ differentiatie proces)
- veranderingen in cervixaal slijmproductie (stug/dik)
- beïnvloeding tuba- motoriek-/peristaltiek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

hormonale anticonceptie

A
  • combinatie progestativum en oestrogeen: hypo-gonadotrofie
  • oestrogeen toegevoegd, mn. ter stabiliseren endometrium
  • monofasische versus meerfasepreparaten
  • progestageen is afgeleid van nor-testosteron > androgene werking, 2e en 3e generatie synthetisch progestageen minder androgeen

*monofasisch lijkt beter te zijn dan cyclus volgen
*door androgeen krijg je last van lipidenprofiel en daardoor hart/vaatziekten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

voordelen hormonale anticonceptie

A
  • cyclusregulatie
  • minder bloedverlies en dysmenorroe
  • minder androgeen effect (SHBG)
  • minder endometriumcarcinoom, overiumcarcinoom
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

nadelen hormonale anticonceptie

A
  • tromboserisico verhoogd (DVT, toegeschreven aan EE component; verhoging stollingsfactoren V, VII, VIII, X, fibrinogeen) (Progestageen 2e generatie mogelijk betere ‘counteractors’ dan 3e generatie)
  • cardio-vasculaire aandoeningen risico mogelijk verhoogd (lage EE dosis, androgene werking, hypertensie, dyslipidemie; maar lijkt sterker verbonden met roken)
  • cerebrovasculaire accidenten (arteriële trombose, geassocieerd met oestrogeen component; zeldzaam)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

neveneffecten van hormonale anticonceptie

A
  • metabolisme; verstoorde glucose tolerantie test (geen DM)
  • serum lipiden; verhoogde triglyceriden, HDL/LDL ratio: afhankelijk van ‘androgeniciteit’
  • binding globulines; TBG, SHBG, CBG hoger, vrije fractie lager
  • lever adenoma; door hogere EE component
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

hormonale anticonceptie & kanker risico

A
  • mamacarcinoom lijkt verhoogd met name bij jonge gebruikers maar effect verdwijnt na staken (overall OR 1.1-1.2)
  • ovarium carcinoom en endometrium carcinoom; significant beschermend effect
  • BRCA-I/II genmutatie: onzeker, nog te weinig robuuste data; OAC lijkt beschermend tegen ovarium carcinoom, hoger risico mamacarcinoom is onduidelijk
  • benigne leverafwijkingen en hepatocellulair carcinoom; lijkt verhoogd, echter waarschijnlijk vooral bij bij 1e generatie OAC
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

meestvoorkomende klachten hormonale anticonceptie

A
  • hoofdpijn; vaak spanningshoofdpijn, starters, EE ontsteking (migraine met aura misschien geen OAC geven)
  • onregelmatige bloedingen; spatting tgv<EE
  • libidovermindering; lijkt meer stress/angst
  • stemmingswisseling; PMS: onttrekking P e/o EE. als dit onafhankelijk van stopweek is; relatief E-rijkere pil of P-armere pil
  • gewichtstoename; niet evidence-based aangetoond (misschien lifestyle change)

*meestal zijn dit ‘insteleffecten’ die na 3 mnd weer over zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

advisering over hormonale anticonceptie (keuze afweging voor algemeen/pil)

A

algemeen
- betrouwbaarheid, acceptabiliteit, gebruiksgemak

bij keuze voor pil meewegen:
- betrouwbaarheid door innamefouten
- gebruikgemaakt
- veiligheid (interferentie met andere medicamenten of contraindicaties)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

contravindicaties hormonale anticonceptie

A

(afwegen tov risico op zwangerschap)
- trombose in VG of trombofilie
bijv. factor V leiden mutatie dragerschap
- cardiovasculaire aandoeningen
potentierand effect van roken (<10/d), leeftijd > 35jaar, hypertensie (>100 mmHg diast), huidige generatie progestagenen gunstiger voor lipidenprofiel
- ischemic stroke
arteriële trombose door oestrogenen, cave bij pronomen (migraine met aura: progesteron only preparaat geven)
- leveraandoening (benigne adenomen, cirrhose)
progesteron only pil lijkt minder risico te hebben
- mamacarinoom, gynaecologische maligniteit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

counseling bij keuze hormonale anticonceptie

A
  • voorgeschiedenis
  • cardiovasculaire risicofactoren
  • migraine met aura
  • veneuze trombo-embolie bij familieleden
  • geneesmiddelen gebruik
  • borstvoeding

*zie slides

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

nuva ring

A
  • combinatie
  • 2,7 mg EE & 11,7 mg etonogestrel (ENG)
  • 15mu EE & 120mu ENG / 24 uur
  • constante spiegels
  • geen first pass effect lever
  • 3 weken in 1 week niet
  • tijdens coitus misschien niet prettig
  • vergeten
  • pearl index: 0,4
  • doorgebruiken
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

EVRA pleister

A
  • drielagig
  • o,75mg EE &6 mg Norelgestromin
  • 20mu g EE & 150mu g NEg/24 uur
  • 3 weken, 1 stopweek
  • geen huidverzorgende producten gebruiken
  • baden&douchen
  • doorgebruiken kan
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

minipil

A
  • alleen progestativa
  • 75mu desogestrel
  • endometrium decidualisatie
  • cervix slijm verdikking
  • mindere mate ovulatie remming
  • continue gebruik
  • marge van vergeten kritiek (3-6 uur)
  • betrouwbaar
  • kan met borstvoeding (2 weken PP starten)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Implanon

A
  • alleen progestageen
  • 25-30mu etonogestel/ 24 uur
  • onderdrukt ovulatie (LH-piek): minder de follikelgroei
  • spotting (ongeveer een half jaar)
  • bloedingspatroon veranderd
  • 3 jaar werkzaam
  • uiterst betrouwbaar
  • inbrengen vergt ervaring
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

prikpil (depo provera)

A
  • 150 mg i.m. medroxyprogesterone/ 3 maanden
  • vrijwel volledige onderdrukking ovulaties, in beperkte mate ook follikelontwikkeling
  • atrofische bloedingen & amenorroe
  • lange nawerking (1-2 jaar)
  • < botmineraal dichtheid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

hormonale anticonceptie; pil vergeten

A

uitgangspunt 7 dagen regel:
- tenminste 7 dagen achtereen onderdrukking nodig
- verlengt pil vrije periode tot >7 (betrouwbaarheid minder!)
- interval tussen 2 pillen < 36 uur: alsnog innemen, geen aanvullende maatregelen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

hormonale anticonceptie: nood

A

doel
- verhinderen van ovulatie door hormonale onderdrukking LH piek
- verhinderen innestelen embryo

principe:
- hoge dosis progestagenenL onderdrukt LH en verstoord implantatie window

opties:
- levonorgestrel: onderdrukking LH piek (synthetisch progestageen)
- Ulipristal: onderdrukking LH piek + beinvloeding endometrium (progesteron receptor modulator)
- IUD: beinvloeding endometrium

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

waarom moeten dokters iets weten over seks

A
  • ziekte of handicap kan seksuele disfuncties of problemen geven
  • seksuele klachten soms symptoom van ziekte
  • seksuele problemen soms met medicijnen of operaties te behandelen
  • seksuele problemen als gevolg van medisch handelen
  • fijn seksleven is gezond; betere prognose/ goede preventie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

prevalentie seksuele problemen (mannen/vrouwen)

A

mannen
11% heeft minimaal 1 disfunctie:
- vroegtijdige zaadlozing
- erectiestoornis
- risicogroep: oudere mannen >70

vrouwen
15% heeft minimaal 1 disfunctie:
- orgasmeproblemen
- lubricatieproblemen
- dyspareunie
- risicogroep: jonge vrouwen <25 (50% regelmatig pijn, 11% altijd)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

wat is de definitie van gezonde seksualiteit

A

seksueel gedrag dat als egosyntoon en bevredigend wordt ervaren en waardoor geen schade wordt berokkend aan zelf of anderen

*ergosyntoon= als passend ervaren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
26
Q

biopsychosociaal model

A

seks wordt beïnvloed door:
biologisch:
- leeftijd
- gezondheid
- medicatiegebruik

psychologisch:
- persoonlijkheid
- psychische problemen
- omgaan met seksualiteit
- verwachtingen
- normen/ waarden

sociaal:
- cultuur
- religie
- relatie
- opvoeding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
27
Q

psychotische cirkel naar bacroft

A

zie slides

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
28
Q

opwinding en zin

A
  • seksuele antigeneigdheid
  • ervaring van seksuele opwinding en verlangen

sterke stimuli > opwinding > seksuele actie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
29
Q

incentive motivatie model

A

uitgangspunt:
- je hebt zin omdat je seks hebt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
30
Q

voorwaarden voor zin en opwinding: incentive motivatie model

A
  • intact seksueel systeem
  • stimuli met seksuele betekenis
  • geschikte omstandigheden (mogelijkheid tot seksuele activiteit)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
31
Q

zin krijgen in seks

A

context
- individueel
- partnerrelatie
- situatie

communicatie

prikkels
- intern
- extern

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
32
Q

genitaal lichaamsbeeld meisjes

A

meisjes
- onbekendheid
- onzekerheid
- vergelijking media/porno
- asymetrisch
- te grote labia minora
- vies (overmatige hygiene)
- niet ‘van zichzelf’

nodig
- ontdekken
- bekijken
- mastrubatie
- correcte hygiene
- acceptatie
- positief lichaamsbeeld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
33
Q

genitaal lichaamsbeeld jongens

A

jongens
- onzekerheid
- prestatiedruk
- vergelijking media/porno
- te klein
- te krom

nodig
- acceptatie
- zelfvertrouwen
- positief lichaamsbeeld
- richten op plezier/ ervaring

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
34
Q

praten over seks en attitude

A

gaat ook over jezelf
- eigen normen, waarden en ervaringen

woordgebruik
- welke woorden, zijn de woorden duidelijk, grenzen bewaken ondanks intiem onderwerp

motiverende gespreksvoering
- reflectief luisteren
- open vragen
- ondersteunen + bevestigen
- samenvatten
- veranderingsuitspraken

35
Q

seksuele levensloop fases

A

eerste levensfase: 0-25
tweede levensfase: 25-55
derde levensfase: ouder dan 55
vierde levensfase: ouder dan 75

36
Q

eerste levensfase

A

0-25 jaar
- lichamelijke ontwikkeling
- ontdekken lichaam (voelen, kijken, doktertje, masturbatie)
- eerste seksuele ervaringen v.a. 12 jaar

37
Q

wat moet er ontwikkeld worden in eerste levensfase

A
  • lichamelijke rijping
  • genderidentiteit
  • genderrol gedrag
  • seksuele orientatie
  • seksueel gedrag binnen waardensysteem (socialisatie)
  • integratie seksualiteit in persoonlijkheid en levensstijl
38
Q

voorwaarden gezonde seksuele ontwikkeling

A
  1. intacte seksuele anatomie/endocrinologie
  2. intact brein
  3. overeenkomend fentotypisch geslacht en genderidentiteit
  • affectrijk pedagogisch klimaat (knuffel van je ouders)
  • positief voorbeeldgedrag tav relationeel gedrag
  • positieve boodschappen tav seksualiteit in informeel en formeel curriculum
  • mogelijkheid tot leeftijdspecifiek conventueel ‘sexual rehearsel play’
39
Q

seksueel gedrag prepuberaal

A
  • weinig bekend
  • retrospectief onderzoek moeilijk
  • observaties van ouders onbetrouwbaar
  • cijfers per land zeer verschillend (VS lager dan NL/zweden)

solitair seksueel contact:
- geslachtsdeel voelen
- mast hand
- wrijven
- voorwerp
- seksuele spelletjes

40
Q

feiten en cijfers

A
  • 1e coitus op 18,6 jaar
  • seksueel plezier bij jongens/ meisjes gelijk
  • meer tolerantie homoseksualiteit
  • goed beschermd zwangerschap
  • jonger starten (<14 jaar), meer risico (grensoverschrijding, zwangerschap SOA)
41
Q

in welke houdingen is coitus mogelijk bij een dikke zwangere buik?

A
  • rand bed
  • zijligging, achterlangs
  • schaar
  • been over man
  • hondjes
42
Q

seks tijdens zwangerschap 1e trimester

A

zin: daalt (fysiek ongemak)
coitusfreq: daalt
fyiologische opwinding: continu doorbloeding bekken
pijn: borsten bij opwinding
angst: miskraam, beschadiging vrucht

43
Q

seks tijdens zwangerschap 2e trimester

A

zin: normaliseert
coitusfreq: normaliseert
fysiologische opwinding: continu doorbloeding bekken
pijn: bij opwinding zonder orgasme
orgasme: 50% makkelijker
resolutie: niet meer volledig, langzamer (door continue doorbloeding kan voelen als continue geil, orgasme ‘helpt’ niet)

44
Q

seks tijdens zwangerschap 3e trimester

A

zin: daalt
coitusfreq: daalt
pijn: bij orgasme (wee)
angst: veroorzaken bevalling
orgasme: pijn
algemeen: minder sexy, minder aantrekking man, fysiek ongemak

*zie slides hele overzicht

45
Q

seks na de partus

A
  • tot 3 weken na kans op infecties verhoogd
  • vermoeidheid: hormonale veranderingen, emoties, nachtrust, aandacht baby
  • lactatie (borstvoeding): prolactine verhoging (ovaria liggen stil)
  • eerste maanden fysiologische seksuele reacties vrouw: vastcongestie, spiercontracties
  • ingang vagina minder strak: minder intense beleving
  • beschadiging vagina: grotere kans dyspareunie
46
Q

hormonen na partus en seks

A

Lage E: atrofie
Lage A: minder zin, minder opwindbaar
extra vermoeidheid (aantrekkelijkheid)

oxytocine vrijgave: melkuitstoot, contracties uterus (prettig, orgasme, verwarrend)
stoppen lactatie: binnen 4 weken weer als normaal

47
Q

derde fase en seks

A

55-75 jaar
- hormonale veranderingen
- overgang, menopauze
- verlies van partner

48
Q

androgenen

A
  • bij mannen en vrouwen hebben androgeen *faciliterende8 rol
  • seksuele prikkel is eerder seksuele betekenis
  • testosteron maakt brein + genitaliën klaar voor seks (arousability, responsivitu, gedachten/fantasieen, nachtelijke responsen, genitale sensitiviteit)
  • toch geen absolute factor
  • laag androgeen: moeilijker maar niet onmogelijk
49
Q

oestrogenen

A
  • kwaliteit vd huid vagina: dagelijks last
  • geen invloed lubricatie (duurt alleen langer)
  • bij voldoende stimulatie + seksuele opwinding geen dyspareunie
  • oestrogeen maakt lijf klaar voor testosteron (trofische staat urogenitaal systeem, effect op stemming, geen direct effect seksuele responscyclus)
50
Q

menopauze en dyspareunie

A
  • 20-30% postmenopausaal heeft vaginale droogheid
  • geen verschil in vaginale vasocongestie met/ zonder FSAD bij adequate seksuele stimulatie
  • de oestrogenen compenseren niet langer de gebrekkige opwinding
  • opwinding ontwikkelt trager
  • resolutie voltrekt ook trager
  • minste verandering bij regelmatig doorlopen van seksuele respons
  • advies: meer tijd, meer directe genitale stimulatie, zorgen voor opwinding + lubricatie

*oestrogenen compenseren niet langer de gebrekkige opwinding

51
Q

zin na de menopauze

A
  1. door verlenging androgenen: minder zin
  2. door verlaging oestrogenen/ verlaging SHBG: verhoging bio-available androgen, meer zin in seks
  3. door verandering in oestrogenen: overgangsklachten, minder zin in seks
52
Q

mannen en penopauze

A
  • vanaf 50 jaar relatief snelle daling testosteron
  • onzekerheid over mannelijkheid
  • meer tijd/ stimulatie nodig tot opwinding, erectie en ejaculatie
  • refractaire periode duurt langer (tot 24 uur)
53
Q

seksuele satisfactie op oudere leeftijd is afhankelijk van: (belangrijk)

A
  • geestelijke + fysieke gezondheid
  • seksueel actief blijven
  • positieve attitude tov seksualiteit
  • hebben van een partner
  • vrijfrequentie neemt af bij ouder worden: wordt mede bepaald door relatie duur
    > dus nieuwe relatie = toename vrijfrequentie
54
Q

overlijden partner en seksualiteit

A

man overlijd 5-6 jaar eerder, vrouw trouwt meestal 2-3 jaar ouder

gemiddeld overleeft vrouw haar man 8 jaar:
- eenzaamheid
- rouw
- depressie
- loyaliteitsconflicten (rouwimpotentie)

55
Q

voordelen van ouder worden

A

remmingen verminderen = toename seksueel plezier

  • geen prestatie
  • geen angst zwangerschap
  • vrijer omgaan met lichaam
  • meer intimiteit
56
Q

verschillen jong/ oud seksualiteit

A
  • fysiek ouder worden
  • seks op jonge leeftijd: vooral fysieke potentie
  • emotionele rijping: echte seksuele intimiteit en intensiteit
  • ouder meer seksuele problemen maar minder last
57
Q

PLISSIT model

A

niveau 1 = permission (assessment)
- normaliseren en erkennen seksualiteit

niveau 2 = limited information (education)
- geruststelling en realiteitstoetsing
- zelfredzaamheid vergroten
- voorkomen chronische seksuele problemen

niveau 3 = specific suggestion (counseling)
- simpele gedragsadviezen
- timing van seks en meer tijd nemen

niveau 4 = intensive therapy (referral)
- ‘streekoefeningen’, psychotherpie, cognitieve gedragstherapie
- relatie therapie

(70% kan met niveau 1-3 al behandeld worden)

58
Q

MRI van eten en seks

A

komen redelijk overeen

59
Q

sexual respons cycle (uit je hoofd leren)

A
  • verlangen (desire)
  • opwinding (arousal)
  • plateau
  • orgasme
  • herstel (refraction)

*zie plaatje slides

60
Q

verschil man/ vrouw refractaire periode

A
  • mannen (halfuur tot week)
  • vrouwen (meerdere orgasmes na elkaar kan)
61
Q

van seksuele disfunctie is sprake als

A
  • adequate stimulatie (extern)
  • > 6 maanden aanwezig
  • lijdensdruk
  • (DSM-V)
62
Q

seksuele disfuncties per sexual respons cycle stuk

A

verlangen
- verminderde zin in seks

opwinding/plateau
- lubricatie verlies
- erectiele dysfunctie
- dyspareunie
- vaginisme

orgasme
- anorgasmie
- aspermie (an/retrogade ejaculatie)
- premature/ vertraagde ejaculatie
- climacturie (mannen: urineverlies tijdens orgasme)

herstel
- dissatisficatie
- pijn, dyspareunie
- priapisme (erectie die niet weggaat)
- persistant sexual arousal disorder (PSAD) (continue gevoel van opwinding gaat niet weg)

*zie slides voor totale plaatje

62
Q

anamnese seksuele disfunctie (niet per se anatoom)

A

tijd
- levenslang (primair)
- verworven (secundair)

context
- gegeneraliseerd
- situationeel (partner, solo)

oorzaak
- vasculair
- neurogeen
- endocrien
- iatrogeen; medicatie, operatie
- psychogeen
- mixed

tijdslijn
repertoir
last: mild, matig, ernstig

63
Q

prevalentie seksuele disfunctie man

A

57-85 jaar
- erectiele disfunctie 37%
- verminderde zin 28%
- premature ejaculatie 28%
- anorgasmie 20%

63
Q

prevalentie seksuele disfunctie vrouw

A

57-85 jaar
- verminderde zin 43%
- lubricatie verlies 39%
- anorgasmie 34%
- dysparunie 17%

64
Q

stimulatie gebieden hersenen orgasme vrouw

A

zie plaatje slides

65
Q

mannen tijdens remslaap

A

ongeveer 3-6 keer een erectie

66
Q

erogene zone’s bij soloseks of bij partner seks

A

zie plaatje slides het verschil tussen beide bij mannen/ vrouwen

67
Q

vragenlijsten over seksuele responscyclus

A

IIEF; 15 vragen over laatste 4 weken heteroseksuele partner seks
- erectie bij seksuele activiteit
- erectie bij coitus
- tevredenheid coitus
- ejaculatie/ orgamse
- verlangen
- tevredenheid seksleven
- vertrouwen in erectie

FSFI ; 19 vragen over laatste 4 weken heteroseksuele partner Seks
- opwinding; freq, mate, vertrouwen, tevredenheid
- lubricatie; freq, moeite, duur, tevredenheid
- orgasme; fra, moeite, tevredenheid
- satisfactie; emotionele band, seksuele relatie, seksleven algemeen
- pijn bij vaginale penetratie; tijdens, na, mate

68
Q

hormonen en seksuele responscyclus

A

verlangen
- dopamine
- testosteron
- serotonine
- opgooiden

opwinding
- dopamine
- testosteron
- norepinephrine
- prolactine

orgasme
- serotonine
- testosteron
- oxytocine

69
Q

werkt viagra altijd?

A

nee, er is bepaalde mate van zenuwstimulatie nodig

  • alleen door remming gruanulatie cyclase; zorgt voor langere erectie
70
Q

seksuele responscyclus (platau/ orgasme) zenuwletsel voorbeelden

A
  • dwarslaesie
  • CVA
  • parkinson
  • Multiple sclerose
  • hersentrauma
  • epilepsie
  • perifere neuropathie
  • iatrogeen; chirurgie kleine bekken
71
Q

morbus peyronie

A

kromme penis door stukje verhard weefsel
- prevalentie 0,4-3%
- 40-70jaar
- roken, DM, M.dupuytren, M.lederhosen, peniel trauma, tympanosclerose
- palpabele fibreuse plaque corpora cavernosa
- pijn in erectie
- erectieklachten
- lengte verlies
- pijn bij coitus

72
Q

x en y zijn samen

A

hemizygoot

73
Q

spierdystrofie van Duchenne

A
  • frequent voorkomende erfelijke ziekte 1 op 3500-4000 jongens

2 klinische vormen
- Duchenne muscular dystrophy (DMD)
- beker musculair dystrophy (BMD)

74
Q

klinische symptomen Duchenne

A

Manifesteert zich bij jongens tussen 18 maanden tot 4e levensjaar

  • Laat lopen
  • Moeilijkheden bij het opstaan
    van de grond
  • Vaak vallen
  • Moeilijkheden bij het beklim-
    men van trappen door spier-
    zwakte
  • Pseudo-hypertrofie van de
    kuitspieren (opzwellen spier-
    weefsel)
75
Q

ernstige complicaties Duchenne

A
  • Orthopedische vervormingen door verkorting van pezen & spieren
  • Verlamming ademhalingsspieren
    (permanente beademing op de leeftijd van 20-25 jaar)
  • Hartstilstand (cardiomyopathie)
  • Mentale retardatie (30-50%)
  • Reden overlijden: niet te behandelen of niet tijdig onderkende
    hartproblemen of longinfecties
76
Q

overerving Duchenne

A

X-linked recessief

67% moeder draagster: dochter, 50% drager, zoon 50% aangetast

33% nieuwe mutatie/ de novo

14% kiemcelmozaicisme

77
Q

vrouw heeft 2 X chromosomen en man maar 1, waarom zijn verschillen tussen man/vrouw niet groter

A

PER CEL heeft de vrouw ook maar
één X-chromosoom actief, de andere
wordt geïnactiveerd en vormt een
zogenaamde Barr body. Dit proces
heet X-inactivatie of Lyonisatie.

78
Q

XIC

A

X inactivatie centrum

In het XIC ligt het XIST gen Xq13  produceert een 15 kb RNA
- dit RNA vormt een soort inactiverende coating- dit RNA is noodzakelijk voor de initiatie van de inactivatie, niet
voor het in stand houden

79
Q

pseudoautosomale regio’s

A

zie slides week 3

80
Q

X-inactivatie bij meervoudige X aneuploidie

A

alle overtollige Xen worden geïnactiveerd
- 47,XXY / 47,XXX / 48, XXXX / etc.
- meerdere Barr bodies

Xpter is altijd actief
- monosoom (haploïnsufficient) in Turner females 45,X of 46,X,del(Yp)
- disoom + Y in XXY  verklaart mogelijk het fenotype
- trisoom in XXX  verklaart mogelijk het fenotype

81
Q

Inactivatie van X-chromosomen

A
  • Random in de blastocyst (mozaïek)
  • Dochtercellen hetzelfde activiteitenpatroon
  • Gecondenseerd X-chromosoom (Barr body) = geen transcriptie/ late replicatie
  • Xpter is altijd actief
  • In de meiose zijn beide X-chromosomen actief
82
Q
A