Focus 1: Properties of Gases Flashcards

1
Q

Wat is een ideaal gas?

A

Een ideaal gas is een hypothetisch gas dat precies aan de algemene gaswet voldoet voor alle temperaturen. Een ideaal gas bestaat uit atomen die een te verwaarlozen ruimte innemen en waartussen te verwaarlozen krachten bestaan, behalve bij botsingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat is een toestandsvergelijking?

A

vgl van de vorm p = f (n, V, T). We kunnen de toestand beschrijven a.h.v. 4 eigenschappen (Druk p, Volume V, Temperatuur T, hoeveelheid stof n )

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de ideale gaswet?

A

p * V = n * R * T

met R de gasconstante (gelijk aan 8.31 * J/K*mol)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Bespreek de geldigheid van deze gaswet.

A

Wanneer de druk 0 nadert geld dit voor alle gassen, naarmate de druk hoger wordt zullen minder en minder gassen hieraan voldoen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Waar komt de ideale gaswet vandaan?

A

Boyle’s wet, Charles’ wet, Avogadro’s wet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is Boyle’s wet?

A

Bij constante temperatuur is de druk van een bepaalde hoeveelheid gas omgekeerd evenredig met het volume (hogere druk kleiner volume)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is Charles’ wet?

A

Bij constante druk is het volume van een bepaalde hoeveelheid gas recht evenredig met de temperatuur (Hogere T Groter V)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is Avogadro’s wet?

A

Bij een gegeven temperatuur en druk: gelijke volumes zullen een gelijk aantal moleculen hebben

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is het molair volume en hoe kunnen we dit toepassen op de ideale gaswet?

A

V_m = V/n = R*T/p

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn partieeldrukken?

A

De druk die elk gas van een mengsel bij temperatuur T zou uitoefenen op de container waar het in zit als ze zich alleen in de container zouden bevinden bij dezelfde temperatuur.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is de wet van Dalton?

A

De totale druk in een container door een mengsel van gassen is de som van de partieeldrukken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

welke 3 aannames moeten worden gemaakt voor de KMT?

A
  1. Bestaat uit moleculen die willekeurig en non-stop door elkaar bewegen.
  2. Hun molecuulgrootte is verwaarloosbaar
  3. De moleculen interageren niet met elkaar, ze doen enkel aan elastische botsingen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoe kunnen we de druk van een gas voorstellen in de KMT?

A

p = nMv²_rms / 3V

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is v_rms in p = nMv²_rms / 3V?

A

Root mean square van de snelheid van moleculen: sqrt(SUM(v²_i)/N)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoe kunnen we de RMS en gemiddelde snelheid van moleculen in een ideaal gas bepalen?

A

v_mean = sqrt(8RT/PiM); v_rms = sqrt(3R*T/M)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is de Maxwell-Boltzmann snelheidsdistributie?

A

Omdat niet alle moleculen met dezelfde snelheid bewegen gebruikt men de kans P dat de molecule in een hoeveelheid gas een snelheid hebben die in een bepaald bereik ligt op eender welk ogenblik.
P(v, v+Delta_v) = 4Pi(M/2PiR*T)^(3/2) * v^2 *
e^-[(Mv^2)/(RT)]

17
Q

Wat is effusie?

A

Het ontsnappen van gas door een klein gaatje.

18
Q

Wat is diffusie?

A

Het spontaan (automatisch) mengen van fluïda zonder hierbij mechanisch te hoeven mixen.

19
Q

Wat is Graham’s effusiewet?

A

Bij een gegeven P en T is de effusiesnelheid omgekeerd evenredig met de wortel van zijn molaire massa Rate – 1/sqrt(MM)

20
Q

Hoe werkt Uraniumverrijking?

A

Omdat de molaire massa van de isotopen verschilt kan men UF6^235 en UF6^238 doorheen een poreuze buis laten gaan en aangezien de rate omgekeerd is met (wortel van) de molaire massa, die lager is voor U^235, zal dit sneller effusie ondergaan en kan men het verrijkt gas opvangen en gebruiken. Er komen nog wel moleculen van U238-isotoop mee maar dat is niet erg want er is maar 2-5% U235 nodig.

21
Q

Waarom gebruiken we Uraniumverrijking?

A

Natuurlijk Uranium bevat 0.72% radioactief isotoop U235, nucleaire reactoren hebben 2-5% nodig.

22
Q

Wat is de “mean free path”

A

De gemiddelde afstand die een molecule aflegt tussen botsingen. (lambda)

23
Q

Beschrijf de mean free path voor Liquids en Solids

A

Lambda_liq < d_molecule (diameter); Lambda_sol&raquo_space;> d_molecule

24
Q

Hoe bepalen we de mean free path?

A

Lambda = (average distance travelled: v_mean * delta_t) / (collision frequency: z)
of
Lambda = kT/(sqrt(2)Pi*d^2 * p)

25
Q

Wat is de collision tube?

A

Een denkbeeldige buis met als STRAAL de DIAMETER van het molecule (dus diameter van buis is 2d) en de gemiddelde afstand afgelegd tot botsing (v_mean * delta_t). Het volume hiervan is :
Pi*d^2 * v_mean * delta_t

26
Q

Hoe houden we er rekening mee dat dat beide moleculen die een botsing ondergaan bewegen?

A

We gebruiken v_mean_relative:
= sqrt(8RT/0,5PiM) = sqrt(2) * v_mean
want v_mean = sqrt(8RT/PiM)

27
Q

wat is de botsingsfrequentie?

A

( 2pPid^2 / kT ) * sqrt ( 8RT/Pi*M )

28
Q

Wat is de kritieke temperatuur?

A

De temperatuur T_c waarop een een gas niet meer kan condenseren tot een vloeistof ongeacht de druk die wordt uitgoefend. Er is ook een kritische druk P_c en een bijhorend kritisch volume V_c.

29
Q

Wat gebeurt er als we een gas samendrukken boven het kritisch punt?

A

Dan ontstaat er een superkritieke vloeistof: Deze heeft eigenschappen van een vloeistof maar er is geen oppervlak zichtbaar dat vloeistof onderscheidt van een gas, dus ook eigenschappen van een gas.

30
Q

Wat is de samendrukbaarheidsfactor?

A

De verhouding van het actuele (experimenteel bepaalde) molair volume en het theoretische molair volume (van het ideale gas, dus mbv de ideale gaswet):
Z = V_m_exp/V_m_ideaalgas
Z = P * V_m_exp / R * T

31
Q

Interpreteer samendrukbaarheidsfactor: =1; <1; >1

A

Z = 1: ideaal gas
Z < 1: reëel gas waarin aantrekkingskrachten dominant zijn
Z > 1: reëel gas waarin afstotingskrachten dominant zijn

32
Q

Wat is de toestands-viriaalvergelijking?

A

p = (RT/V_m) * (1 + B/V_m + C/V²_m + …)
Of
p = (nRT/V) * (1 + n²B/V + n²C/V² + …)
B, C, etc zijn de viriaalcoefficienten

33
Q

Wat is de Van der Waals toestandsvergelijking?

A

p = [ (nRT) / (V-nb)] - a * (n² / V²)

34
Q

Hoe is de Van der Waals vergelijking afgeleid?

A

Uit 2 ideeën:
- De afstotingskrachten verminderen het volume waarin de moleculen kunnen bewegen met n keer het volume met straal 2r rond een molecule met straal r.
V - nb
Dit maakt p = nRT / (V - nb)
- De aantrekkingskrachten verminderen de frequentie en kracht van de botsingen. Dit zorgt voor een verlaging in druk:
a*(n² / V²)
Dit maakt p = [ (nRT) / (V-nb)] - a * (n² / V²)

35
Q

Is de Van der Waals equation of state de enige om een reeel gas te benaderen?

A

Neen, viriaalvergelijking doet dit ook, alsook nog andere vergelijkingen maar die vallen buiten deze cursus

36
Q

Wat is het verschil tussen extensieve en intensieve eigenschappen?

A

extensieve eigenschap: Als je het sample in x delen verdeelt, dan veranderen de waarden voor een bepaalde eigenschappen zodat de som van alle x delen gelijk is aan de originele waarde.
Indien de waarde hetzelfde blijft als de originele waarde voor alle x delen spreken we van een intensieve eigenschap

37
Q

Waarom wordt de Maxwell equation of speed gebruikt?

A

Omdat niet op elk moment alle moleculen dezelfde snelheid hebben.

38
Q

Wat is de time of flight?

A

1/Z met z de botsingsfrequentie. Het is de gemiddelde tijd die een molecule spendeert tussen botsingen.