10.3 Flashcards

1
Q

wat zijn thermoplasten?

A

die worden zacht of vloeibaar bij verwarming

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat voor binding zitten er in thermoplasten?

A

vanderwaalsbinding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat is een thermoharder?

A

wordt niet zacht bij verwarming

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat voor binding zit er in een thermoharder?

A

atoombinding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat zijn elastomeren

A

lijkt op thermoharders maar met kleinere moleculen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

welke 5 dingen kun je gebruiken om kunststoffen te veranderen?

A
  1. Weekmakers
  2. Blaasmiddelen
  3. Kleurstoffen
  4. Vulstoffen en harders
  5. Uv- absorptie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wat doen weekmakers?

A

moleculen van de weekmakers dringen tussen de moleculen van de kunststof hierdoor word de afstand groter

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat doen blaasmiddelen?

A

daardoor wordt de dichtheid groter

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wat doen kleurstoffen?

A

kleurstofmoleculen mengen zich met de kunststof

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat doen vulstoffen en harders?

A

harders zorgen ervoor dat er crosslinks ontstaan hierdoor wordt het een thermoharder

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat doet uv-absorptie ?

A

voegt stoffen toe die het uv-licht opnemen zodat de stof niet zacht wordt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat is spuitgieten? wat kan ook gedaan worden?

A

gebruikt voor het verwerken van thermoplasten, extruderen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

wat zijn bioplastics?

A

kunststoffen die biologisch afbreekbaar zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly