2 Inleiding in de tandheelkunde Flashcards

1
Q

aan welke eisen dienen thk materialen te voldoen? (5)

A
  • de mond is een vochtig, warm milieu
  • weerstand tegen kauwkrachten
  • weerstand tegen chemische en thermische invloeden van de mond
  • biologische eisen
  • cosmetische eisen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

4 basismaterialen in de thk

A
  • metalen
  • keramische materialen
  • polymeren
  • composieten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat voor mengsel is composiet?

A

fysisch mengsel van metalen, keramische verbindingen en/of monomeren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

tandheelkundige composieten zijn een mengsel van: (2)

A
  • keramische partikels: vulstoffase

- polymeren: polymeermatrix: matrixfase

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

matrixfase van composieten =

A
  • materiaal plastisch te verwerken

- minst gunstige eigenschappen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

integriteit van het materiaal van composiet wordt in eerste instantie bepaald door:

A

de efficiënte bonding van de vulstoffase

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

thermo-expansiecoëfficiënt =

A

uitzetten en krimpen van materiaal

thermische eigenschap

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

thermische geleiding =

A

vermogen om warmte door te geven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

2 goede warmtegeleiders

A

goud & amalgaam

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

elektrische geleidbaarheid =

A

een maat voor de graad van elektronentransport doorheen een materiaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

reflectie (optische eigenschappen) =

A

terugkaatsing van het licht op het oppervlak

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

refractie (opt eigens) =

A

afbuigen van lichtstralen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

translucent materiaal =

A

lichtstralen worden doorgelaten maar men kan geen achterliggende objecten onderscheiden doorheen het materiaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

optisch uitzicht wordt mede bepaald door:

A
  • gladheid van de vulling (ruw opp toont lichter)

- dikte van het materiaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

radio opaak =

A

materiaal absorbeert de RX stralen (toevoeging van radio-opake vulstofpartikels)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

waarbij speelt de oppervlakte eigenschap van een materiaal een rol?

A

bij elke vorm van interactie tussen het vullingsmateriaal en tandweefsel (hechting) en van beide op zich met intra-orale substanties zoals speeksel

17
Q

bevochtigingsgraad =

A

mate waarin de vloeistof zich op het opp uitspreidt

18
Q

goede bevochtiging afhankelijk van (3)

A
  • oppervlaktespanning van de vloeistof
  • oppervlakte-energie van het materiaal
  • oppervlaktespanning van de vloeistof dient lager te zijn dan de opp energie van het materiaal
19
Q

oppvlaktespanning van een vloeistof kan worden verlaagd door (2)

A
  • temp stijging

- toevoeging van detergenten

20
Q

oppervlakte energie van het materiaal wordt bepaald door: (2)

A
  • chemische samenstelling van het materiaal

- ruwheid vh materiaal

21
Q

capillariteit =

A

penetreren van een vloeistof in een nauwe spleetvormige structuur

22
Q

viscositeit is afhankelijk van

A

de temp (neemt toe tijdens verhardingsreactie)

23
Q

verwerkingstijd

A

de tijd waarbinnen een aangeroerd mengsel verwerkt kan worden

24
Q

bepalende factoren houdbaarheid

A
  • temp
  • vochtigheid
  • tijd
25
Q

combinaties van druk trek en schuifbelasting leidt tot:

A
  • rotatiebelasting

- buigbelasting