4. De huid Flashcards Preview

Bo - Hasselt - 1. Ana, patho en fysio > 4. De huid > Flashcards

Flashcards in 4. De huid Deck (111):
1

Opbouw huidlagen (+ Latijnse naam)

Opperhuid (epidermis)
Lederhuid (corium, cutis, dermis)
Onderhuid (subcutis)

2

Kenmerken opperhuid (5) —> epi=boven / derma=huid

0,05 - 0,1 mm dikte
Meerlagig epitheelweefsel met weinig/geen tussenstof
Veranderen van levende in dode cellen (buitenzijde)
Geen zenuwen, bloedvaten, lymfevaten en klieren
Verhoorningsproces ca. 28 dagen

3

Lagen opperhuid (+Latijnse naam)

Hoornlaag (stratum corneum)
Doorschijnende laag (stratum lucidum)
Korrellaag (stratum granulosum)
Stekelcellenlaag (stratum spinosum) —> kiemlaag (laag van Malpighi)
Basaalcellenlaag (stratum cylindricum)—>

4

Kenmerken basaalcellenlaag (stratum cylindricum)

Eenlagig cilindrisch epitheel
Zeer vochtrijk
Voedingsstoffen en zuurstof vanuit bloedvaten lederhuid
Voortdurende celdeling (hoe hoger hoe platter) -> herstelling na beschadiging
Cellen liggen op basale membraan (bindweefsellaag tts opper en leder)
—> uitwisseling voedings- en afvalstoffen
Cellen voor pigmentvorming (melanocyten)

5

Kenmerken stekelcellenlaag (stratum spinosum)

Meerlagig kubisch epitheel met uitlopers met stekels
Stekels zijn verbindingen met andere cellen
Dikste laag van de opperhuid
Samen met basaalcellenlaag = kiemlaag (laag van Malpighi)

6

Kenmerken korrellaag (stratum granulosum)

Meerlagig epitheel
Plattere cellen
Begin van verhoorningsproces:
- levend celmateriaal verdwijnt en wordt dood materiaal
- verandering in de eiwitmoleculen van celplasma
- in cellen komen meer protoplasmakorrels (keratohylinekorrels), voorlopers van hoornstof (keratine)

7

Kenmerken doorschijnende laag (stratum lucidum)

Meerlagig epitheel
Platte cellen, liggen zonder structuur op elkaar
Cellen verliezen kern
Keratohyalinekorrels -> eleïdine (heeft hydroscopische/wateraantrekkende en hydrofiele/wateropzuigende werking)

8

Kenmerken hoornlaag (stratum corneum)

Cellen volledig verhoornd
Eleïdine -> keratine en hoornstof (eindfase verhoorning)
Platte cellen liggen dakpansgewijs op elkaar
Cellen bijeengehouden door kitsubstantie (vetachtige stoffen die buiten cel zijn getreden tijdens verhoorning)
Bevat slechts 10% water (% moet op peil blijven)

9

Wat is verhoorning?

Vorming nieuwe cellen, start in basaalcellenlaag
Via lagen naar buiten toe opschuiven
Geen voeding door afstand bloedvaten lederhuid -> uitdroging (verhoorning)
Verandering celvorm
Chemische verandering eiwitten begint in korrellaag
Proces is ongeveer 28 dagen
Keratohyalinekorrels -> eleïdine -> keratine/hoorncellen

10

Huidbarrière korrel- en doorschijnende laag

Levende cellagen:
-Ca. 70% water in de cellen
-Celdeling kiemlaag
-Vetachtige stof in cellen

Dode cellagen:
-10% water
-geen celdeling (kern verdwijnt)
-vetachtige stoffen buiten cellen

11

Kenmerken lederhuid (corium/ dermis/ cutis)

0,5 - 3 mm dikte
Dichte bindweefsels met veel tussenstof tussen cellen

Celtussenstof = vezels + bindweefsel grondsubstantie
Bindweefsel grondsub = koolhydraten- en eiwitverbindingen
Vezels = collagene v(stevigheid) + elastine v(elasticiteit) + reticuline v(draadjes die structuur geven door netwerk)
Cellen = fibroblasten + histiocyten + mestcellen

12

Waaruit bestaan tussenweefselcellen id lederhuid?

Fibroblasten
Histiocyten
Mestcellen
Bloed en lymfe

13

Functie tussenweefselcellen lederhuid

Fibroblasten: bindweefselcellen die grondstoffen leveren voor
opbouw vezels lederhuid
vormen grondsubstantie
vormen antilichamen tegen bacteriën en ziektekiemen

Histiocyten: beweeglijke cellen die zich richting lichaamsvreemde stoffen en bacteriën bewegen en ze vernietigen (fagocytose= opeten en verteren van ziektekiem of bacterie)

Mestcellen:
wondreparatie, opbouw tussenstof
vorming weefzelenzymen en weefselhormonen histamine (kan bloedvaten verwijden bij bv zonnebrand -> allergie)
massage zorgt voor betere doorbloeding -> Pos invloed op mestcellen

Bloed- en lymfevaten:
bloedvoorziening basaalcellenlaag
dieper in lederhuid -> groter in omvang
aanvoer voedingsstoffen - afvoer afvalstoffen
handhaven lichaamstemperatuur door samentrekken/uitzetten

14

Lagen van de lederhuid

Papillenlaag (stratum papillaire)
Netlaag (stratum reticulaire)

15

Kenmerken papillenlaag (stratum papillaire)

Direct onder opperhuid
Bloedvaten voor voeding en zuurstof basaalcellenlaag
Papilvormige uitstulpingen van lederhuid in opperhuid (dermis- of coriumpapillen)
Veroorzaakt lijntjes aan opp van de huid (huidlijsten/cutislijsten) voor iedere mens uniek

16

Kenmerken netlaag (stratum reticulaire)

Onder papillenlaag
Bevat bloed- en lymfevaten, zenuwen, klieren en receptoren van de huid
Vezelrijke laag maakt huid soepel, rekbaar en stevig
Vezels liggen regelmatig geordend (reticula=netwerk) waardoor splijtrichtingen ontstaan
Grootste deel van lederhuid

17

Kenmerken onderhuid (subcutis)

Losmazig bindweefsel waartussen groepjes vetcellen bevinden
Vetcellen bepalen dikte onderhuid
Aantal vetcellen ligt vast vanaf geboorte

Functie vetten: beschermen lichaam en organen, bepalen veerkracht huid en lichaamsvormen, reservevoorraad, isolerende laag

18

Functies van de huid (grootste orgaan)
—> natuurlijke openingen die overgaan in slijmvlies
—> dikste in nek,handpalm,voetzool en dunste op oogleden

- geeft bescherming aan je lichaam (tegen chemische invloeden, weersinvloeden, elektriciteit, uitdroging, ziekteverwekkende organismen, UV-stralen)
- graadmeter gezondheid: bleke huid=bloedarmoede (tekort hemoglobine)
- uitscheiding van afvalstoffen via zweet
- warmteregulatie (warmte- en koudezintuigen)
- gevoelsfunctie via receptoren (vertakte zenuwtakjes) die verbonden zijn met zenuwvezels -> prikkels naar hersenen
Receptoren: opperhuid (pijn), lederhuid (warm en koud), onder (tast en druk)
- aanmaak vit D onder invloed van UV-stralen
(provitamine D/ergosterol —> vitamine D=belangrijk vr botopbouw)
- stoffen opnemen door huid = transcutane resorptie (transepidermale en transfolliculaire resorptie) wordt beïnvloed door dikte hoornlaag, temp vd huid en moleculaire structuur vd stof
- productie weefselhormonen: histamine en acetylcholine
Histamine: vlekkerig rood / aangemaakt in mestcellen in lederhuid / door bloeddoorstroming meer uitwisseling stoffen -> snellere genezing
Acetylcholine: komt vrij tijdens massage door prikkeloverdracht bij motorische eindplaatjes -> egale rode huidverkleuring en bloedvaten verwijden

19

Kenmerken van de huid

- vochtgraad hoornlaag = NMF (natural moisturizing factor) is afh. van hoeveelheid keratine, kitsub tss hoorncellen, talgsub op huidopp, wateraantrekkende en -bindende stoffen
- micro-organismen/huidflora (bacteriën, schimmels en gisten) zorgen voor afweer tegen ziekteverwekkende micro-org van buitenaf
- zuurmantel = beschermende emulsie aan opp vd huid, bestaat uit zweet, talg, verhoorningsproducten en zuurstof (pH tss 5,5 en 5,8)
- huidglans bepaald door zweet- en talgafscheiding, donshaartjes, conditie vd huid
- huidspanning bepaald door kwaliteit lederhuid, dikte onderhuid, bloed- en lymfevaten, spanning in cellen (vocht,vet), ziekte, spierspanning
- huidreliëf bepaald door talgklierporiën, huidveldjes, huidlijnen
- huidskleur bepaald door hoeveelheid melanine, bloedvulling huid, dikte hoornlaag, ras, leefwijze, lichaamsgebied, leeftijd
- ouderdom (huidastrofie = blijvende verlaging vd huidspanning + teleangiëctastieën = zichtbare huidadertjes)
- verschil mannenhuid (sterkere verhoorning, vettere huid, grovere poriën, vaker acne, hogere pH, baardgroei)

20

Pigmentvorming

Basaalcellenlaag: melanocyten vormen melanogeen (kleurloos eiwit + uv-stralen = gekleurde melanine)
—> stekellaag tem hoornlaag: melanine
—> donkere pigmentatie absorbeert UVA en UVB

21

Aanhangsels (adnexen) van de huid

Talgklieren (talg = sebum)
Zweetklieren
Haren
Nagels

22

Talgklieren (fctie, ligging, bouw)

Functies:
- vet en soepelheid huid/haren
- bescherming uitdroging en vochtverlies
- vormt met zweet een zuurmantel

Ligging:
- bovenste laag lederhuid
- grootste aantal op haargrbieden
- niet op voetzolen, handpalmen

Bouw:
- trosvormige huidklier
- gevormd uit stof afscheidend epitheelweefsel
- klierweefsel v talgklier heeft meerdere cellagen en hoge celdeling
- meestal 2 talgklieren per haarzakje
- exocriene klieren: afscheidingsproduct uitscheiden via afvoerbuisjes

Werking:
- kliercellen die cytoplasma en vet opslaan in talgklier
-> cytoplasma omgezet in vet: kern weg
-> cel sterft en barst open: vettige sub = talg = vet+celresten
- talgklierwerking onder invloed v androgene (mannelijke) hormonen
- veel talg = vette huid / weinig talg of vet = droge huid

23

Zweetklieren (fctie, werking, ligging)

Functie:
- lichaamstemperatuur regelen
- uitscheiden afvalstoffen vd celstofwisseling (niet zichtbaar zweet = perspiratie / zichtbare zweetdruppels = transpiratie)
- vormen v zuurmantel

Werking:
- eccriene zweetklieren: kleine zweetklieren over hele lichaam, onder invloed van onwillekeurig zenuwstelsel, scheiden enkel zweet uit
(romp: belangrijke rol bij temp regelen, gezicht’ emotionele prikkels)
- apocriene zweetklieren: grote zweetklieren, onder invloed v hormoon adrenaline, scheiden deel v kliercellen mee af, oksels/tepels

Ligging:
Onderste deel lederhuid, soms gedeelte in onderhuids bindweefsel

24

Aandoeningen door bacteriën?
Folliculitis

Ontsteking van haarzakjes waarbij kleine jeukende bultjes op de huid ontstaan

25

Aandoening door bacteriën?
Steenpuist

= furunkel
Diepe ontsteking van een haarwortel waardoor warme, rode zwelling ontstaat

26

Aandoening door bacteriën?
Hordeolum

= strontje in het oog
Zwelling aan binnen- of buitenzijde vh ooglid veroorzaakt door ontsteking van zweetklier of talgklier in ooglid

27

Aandoening door bacteriën?
Hydradentis axillaris

Zweetklier abses van de apocriene zweetklieren id oksel

28

Aandoening van bacteriën?
Gonorroe
Syfilis

Gonorroe (druiper):
Soa die veroorzaakt wordt door bacterie in urineleider bij mannen

Syfilis:
Soa is bacterie die zorgt voor zweertjes, maar de ziekte verspreid zich door hele lichaam via bloedbaan

29

Aandoening door virussen?
Herpes simplex

Virus dat infecties kan veroorzaken aan huid, zenuwen en slijmvliezen
Verstopt zich in slapende vorm ih lichaam tot persoon zich niet lekker voelt en komt dan naar boven als koortslip/ uitslag

30

Aandoening door virussen?
Gordelroos

= zona
Ziekte waarbij de getroffene op waterpokken gelijkende, gegroepeerde blaasjes op rode ondergrond krijgt op begrensd deel van het lichaam > deel komt overeen met dermatoom (deel van huid dat door 1 segmentale zenuw vanuit ruggenmerg wordt geïnnerveerd

31

Aandoening door virussen?
Waterwratten

= mollusca contagiosa / bolhoedwrat
Veroorzaakt door virus uit pok-virussen familie
Vooral bij kinderen op romp, oksels, bovenarm en elleboogplooien, knieholte en bovenbeen

32

Aandoeningen door virussen?
Gewone wrat

= verruca vulgaris
Zitten meestal op handen, vingers of voetzool

33

Aandoeningen door virussen?
Hepatitis B
Hepatitis C

Hepatitis B:
Leverontsteking veroorzaakt door hep B virus
Leverschade wordt toegebracht door afweersysteem vh lichaam

Hepatitis C:
Veroorzaakt door virus dat je kan krijgen als besmet bloed in je bloedbaan terecht komt

34

Aandoeningen door virussen?
Aids

Ziekte wordt veroorzaakt door hiv-virus dat het afweersysteem vh lichaam afbreekt

35

Aandoeningen door schimmels? (Dermatofyten/ mycosen)
Voetschimmel
Handschimmel

Voetschimmel = tinea pedis
Schimmels die hoornlaag vd opperhuid aantasten

Handschimmel = tinea manis
Besmettelijke schimmel die vaak in vochtige ruimtes wordt opgelopen

36

Aandoeningen door schimmels?
Ringworm
Angulus infectiosus

Ringworm = tinea corporis
Schimmelinfectie vd huid, begint als ronde plek die eruit ziet als ring en groter wordt

Angulus infectiosus: ontsteking aan de mondhoeken

37

Aandoeningen door schimmels?
Smetten

= intertrigo
Verzamelnaam voor rode, pijnlijke huiduitslag op plekken waar huid tegen huid ligt
Gevolg van combi vocht, warmte en frictie

38

Efflorescenties?

Primaire: huidverschijnselen die zich voordoen als rechtstreeks gevolg van pathologische verandering

Secundaire: “ “ “ als indirect gevolg “ “ “

39

Efflor? Macula

Kleurverandering in de huid, door opslag van gekleurde bestanddelen

40

Efflor? Papula

Verhevenheid vd huid, kleiner dan 1 cm (bv puitjes)

41

Efflor? Vesicula

Blaasje met vloeistof dat boven huidniveau uitsteekt
Vesikel ontstaat door serum of bloed opgehoopt tss 2 huidlagen

42

Efflor? Pustula

Blaasje met pus / puist

43

Efflor? Cyste

Holte gevuld met vloeistof (serum, bloed of celafval)
Kunnen op de huid en in het lichaam voorkomen

44

Efflor? Urtica

Rozige verheffing vd huid, wordt vaak veroorzaakt door vochtophoping en zien we bv bij allergische reacties

45

Efflor? Erytheem

Roodheid vd huid door vaatverwijding

46

Efflor? Zwelling

Vochtophoping onder de opperhuid

47

Efflor? Congenitale naevus

Moedervlek die sinds geboorte aanwezig is

48

Efflor? Nodulus

Knobbel bestaande uit cellen of weefsel, kwaad- of goedaardig
Verheven boven huid

49

Efflor? Squama

Huidschilfer, komen voor bij bv psoriasis of eczeem

50

Efflor? Crusta

= korst
Gestold of ingedroogd bloed, pus, serum

51

Efflor? Ragade

= kloof / fissuur
Diepgaande spleetvormige scheur bv eeltkloven

52

Efflor? Excoratio

Oppervlakkige beschadiging van weefsel vd huid
= schaafwond

53

Efflor? Ulcus

= zweer
Defect id huid dat dieper ligt dan schaafwond bv doorligwond

54

Efflor? Cicatrix

= litteken
Bindweefselvorming vd huid na verwonding

55

Verhoornen?

= keratinisatie
De celwand van de huid verdikt, droogt uit en sterft af

56

Aandoeningen hoornlaag?
Ichtysosis

Schubbenhuid

57

Aandoening hoornlaag?
Eelt

Verdikte hoornlaag op plaatsen waar huid te maken krijgt met wrijving of druk > beschermlaag

58

Aandoening hoornlaag?
Gerstenkorrels

= milia
Kleine witte korreltjes op de huid, die ontstaan door verstopte talg- of zweetklieren

59

Aandoeningen hoornlaag?
Verhoornde haarzakjes

= keratosis pilaris
Vorm van kleine kegels, komen meestal voor op achterkant ven armen of bovenbenen

60

Aandoening hoornlaag?
Likdoorn

= clavus / eksteroog
Naar binnen vergroeide eeltplek die meestal voorkomt op voetzool, bovenkant tenen, teentop of handpalmen

61

Aandoening hoornlaag?
Psoriasis

Opperhuid vernieuwt zich om de 6-7 dagen (normaal 27-30d) > huid wordt schilferig
Chronische huidafwijking

62

Pigmentering?

Huidskleur wordt bepaald door pigment/ melanine
Bruine kleur in pigmentcellen in kiemlaag (pigmentkorrels)
> worden afgegeven opperhuidcellen

63

Afwijking pigmentering?
Hyperpigmentatie

= te sterke pigmentatie
Sproeten: plaatselijke pigmentophopingen
Zwangerschapsmisselijkheid: melasma/ bruine verkleuring gelaat
Moedervlek: naevi pigmentosi / gepigmenteerde huidaandoening
Ouderdomsvlek: naevi pigmentosi sinilis/ platte, bruine vlekken
Levervlek: chloasma/ lentigo / licht gepigmenteerde vlekken

64

Aandoening pigmentatie?
Hypopigmentatie

Albinisme: erfelijke ziekte die gekenmerkt wordt door afwezigheid van melanine in huid, haren, ogen en nagels

Vitiligo: kan erfelijk zijn
melkwitte plekken van verschillende grootte en vorm

65

Aandoening aan bloedvaten?
Couperose

= teleangiëctastieën
Verwijde bloedvatjes, door maag- en darmklachten, verandering in hormonen of cosmetica, temperatuursverandering, medicijnen

66

Aandoening bloedvaten?
Bezemrijs / penselen

Verwijde haarvaatjes in de benen, vaak gepaard met spataders
Bezemrijs: haarvaatjes gevuld met aderlijk bloed (donkerrood)
Penselen: “ “ “ “ slagaderlijk bloed (felrood)

67

Aandoening bloedvaten?
Wijnvlek / naevus flammeus

Paarsrode vlekken die ontstaan door verwijde bloedvaatjes aan de opp vd huid

68

Aandoening bloedvaten?
Slagaderlijke verkalking
Hoge bloeddruk

Verkalking: bloeddoorstrolingsstoornis waarbij wanden vd slagaders vernauwen door afzetting van vet, kalk en bindweefsel op de vaatwand

Hoge bloeddruk = hypertensie

69

Aandoening bloedvaten?
Spataders
Bloeduitstorting

Spataders: ontstaan doordat de klepjes in de beenaderen niet goed sluiten, waardoor bloed terugstroomt naar aderen en deze van zwellen

Bloeduitstorting = hematoom

70

Parasieten?
Schurft

= scabiës
Huidafwijking die wordt veroorzaakt door schurftmijt en is zeer besmettelijk

71

Parasieten?
Pediculosis

= luizen
Kleine insecten die zich voeden met bloed, hoofdluis en schaamluis

72

Afwijkingen vetweefsel?
Panniculose

= sinaasappelhuid
Vetcellen slaan te veel vet op waardoor cellen tegen elkaar drukken en slechte doorbloeding ontstaat > bindweefsel beschadigt
Als bindweefsel ontsteekt = cellulitis

73

Afwijking vetweefsel?
Adipositas

= obesitas, overgewicht, zwaarlijvigheid
Endogene oorzaken 10%
Exogene oorzaken 90%

74

Allergieën?
Fytofotodermatis

Aandoening waarbij licht (foto) een toxische of allergische eczeemreactie (dermatis) uitlokt op een plantaardige stof (fyto)
Bv. Sap van reuzeberenklauw op huid met zonlicht erop

75

Allergieën?
Berlockdermatitis

Vorm van fytofotodermatitis met verkleuring vd huid ten gevolge vd fototoxiteit van sommige plantensappen en etherische oliën
Bv. oliën in parfums

76

Allergieën?
Contacteczeem

Huidaandoening die zowel allergisch als irritatief van aard kan zijn
Eczeem = ontsteking vd huid
Contacteczeem = ontsteking w uitgelokt door externe stof die afweersysteem vd huid activeert

77

Wat is allergische sensibilisatie?

Proces waarbij afweersysteem in contact komt met bepaald stof en hiertegen een reactie ontwikkeld
Bij herhaald contact reageert gesensibiliseerd immuunsysteem met een ontstekingesreactie

78

Allergieën?
Urticaria

= netelroos / galbulten
Huidaandoening waarbij zeer jeukende huiduitslag met rode vlekken in bovenste laag vd huid die snel dikker worden en kunne overgaan in blekere plekken (urtica)

79

Allergieën?
Oedeem van Quicke

= angio-oedeem
Abrupte zwelling van weefsel, vooral in gezicht en id keel
Vergelijkbaar met netelroos, maar zwelling is dieper id huid

80

Wat is een gezwel?

Tumor = Lat. naam voor zwelling
Kan verschillende oorzaken hebben: toename vocht, meer cellen, of beide

81

Goedaardige gezwellen?

Groeien langzaam, rukken zich niet los uit oorspronkelijke omgeving, groeien niet door weefsel heen, zijn zelden gevaarlijk
Bv. wratten, moedervlek, wijnvlek, vetgezwellen

82

Kwaadaardige gezwellen?

Snelle celvermeerdering, dringen binnen in andere weefsels en organen en verwoesten ze
Verspreiden door lichaam via bloedsomloop of lymfestelsel, of zaaien zich uit

83

Huidafwijking door fysische invloeden?
Brandwonden

Verwonding die meestal ontstaat door verbranding vd huid door invloed van hitte gedurende een bepaalde tijd en boven een bepaalde kritische temp (boven 42ºC)
Onderverdeling van eerstegraads tot vierdegraads brandwonden

84

Huidafwijking door trauma/ letsel?

Trauma of letsel = onderbreking vd continuïteit ve weefsel , bv of bot, meestal door inwerking van uitwendig geweld
Wond (vulnus) = onderbreking vd continuïteit vd huid

85

Huidafwijking dr trauma?
Kneuzing

= contusie
Wanneer onderhuids weefsel beschadigd raakt door stomp geweld bv vallen of stoten

86

Huidafwijking trauma?
Bloeduitstorting

= hematoom
Specifieke situaties waarbij het uittredend bloed zich ophoopt ergens in het lichaam, bv blauwe plek

87

Huidafwijking dr inwendige ziekten?
Diabetes mellitus

= suikerziekte
Wordt gekenmerkt door herhaaldelijke verhoogde bloedglucosespiegel
Pancreas produceert niet genoeg insuline of lichaam reageert niet goed op de insuline die het afgeeft

88

Huidafwijking dr inwendige ziekte?
Xanthelasma

= kalkoenlipjes /palpebrarum
Geel bultjes wat rond de ogen kan ontstaan, het is ophoping van cholesterol

89

Huidafwijking door talg- en zweetklieren?
Acne

= verzamelnaam van huidaandoeningen, die te herkennen zijn aan het optreden van puistjes
> acne vulgaris / jeugdpuistjes
> acne conglobata / ernstige vorm met abcessen en littekens
> acne keloidalis

90

Huidafwijking dr talg- en zweetklieren?
Rosacea

Chronische huidaandoening die vooral voorkomt bij mensen met lichte huid
Rode uitslag in het gezicht, soms ook op borst, in nek, oren of op haargrens, gaat soms samen met tele’s en puistjes, geen comédienne

91

Huidaandoening dr talg- en zweetklieren?
Hyperhidrose

= overmatig zweten
Oorzaak niet gekend, Botox kan plaatselijk helpen

92

Degeneratie van de huid?

Achteruitgang van de huid

93

Huidveroudering?
Atrofie

= ‘zonder voeding’
Celdeling neemt af en cellen verrimpelen door waterverlies/ atrofie
> nummerieke: afname aantal cellen
> eenvoudige: afname celfunctie

94

Huidveroudering?
Elastosis

Door vermindering van elastine vezels domineren collagene vezels, waardoor huid stug en minder elastisch wordt

95

Huidveroudering?
Rimpels en plooien

Ontstaan rimpels is te wijten aan combi van atrofie en elastosis
Plooien zijn diepe rimpels

96

Huidveroudering?
Donkere kringen onder ogen
Wallen onder ogen

Donkere kringen: huid onder ogen is dun en gevoelig en bloed is door huid zichtbaar
Wallen: vet of vochtophoping

97

Regeneratie vd huid?

Verschijnsel waarbij beschadigde delen van dierlijke organisme volledig woorden hersteld bv wondgenezing

98

Litteken?

Blijvend zichtbare afwijking die resteert na genezing van een diepe wond ( dieper dan opperhuid)
Het is bindweefsel dat id plaats van de opperhuid komt

99

Wat is de Rheinse barrière?

Vliesje/ membraan tussen korrellaag en doorschijnende laag dat natuurlijk vochtniveau vd huid regelt
Niet alle stoffen kunne erdoor

100

Functies van de nagel?

Beschermen vingers en tenen
Waarschuwen voor aanrakingen
Warmteverdeling vh lichaam

101

Bouw van de nagel?

Nagelbed (matrix unguis)
Nagelwortel (radix unguis)
Nagelwal (vallum unguis)
Nagelplooi (sulcus matrices unguis)
Nagelriem (eponychium)
Nagelplaat (corpus unguis)
Nageluiteinde (par destalis unguis)
Halve maantje (lunula)

102

Wat is het nagelbed?

Voortzetting van de opperhuid
Waar nagelbed loslaat van nagelplaat = vrije nageluiteinde
Waar nagelbed begint = kiemlaag

103

Wat is de nagelwortel?

Begin van de nagelplaat, ligt gedeeltelijk id huid en bestaat uit verhoornde cellen

104

Wat is de nagelwal?

Deze wordt gevormd door huid die de nagel aan de zijkant en achterkant omsluit > nagelwal gaat over in nagelplooi

105

Wat is de nagelriem?

De zichtbaar verhoornde rand van de nagelwal aan de zijkant en achterkant vd nagelplaat
> biedt bescherming tegen binnendringen ziektekiemen en vuil

106

Wat is de nagelplaat?

Opgebouwd uit sterk verhoornde epitheelcellen vd opperhuid en vormt de eigenlijke nagel
Bevat fosforzure kalk dat de hardheid bepaald

107

Wat is het halve maantje?

Bleek gedeelte aan begin vd nagelplaat
Cellen zijn nog niet volledig verhoornd

108

Wat zijn bacteriën?

Eencellige micro-organismen die de vorm van een spiraal, roede of bol hebben en zichzelf kunnen vermenigvuldigen.
Ze komen individueel of met andere bacteriën als kettingen, paren of pakketjes voor

109

Wat zijn virussen?

Parasieten zonder een eigen metabolisme.
Ze vermenigvuldigen zelfstandig door gebruik te maken vd cellen vd gastheer

110

Wat zijn gisten?

Eencellige micro-organismen die suikers en zetmeel afbreken, waarbij koolzuurgas vrijkomt en schuimvorming ontstaat

111

Wat zijn schimmels?

Meercellige draadvormige organismen die samenwerken met een taakverdeling en die zo grotere zichtbare zwamvlokken vormen