1.1 De betekenis van levensbeschouwing in het leven van de mens Flashcards

1
Q

Welke niveaus heb je in de piramide van het maken van keuzes?

A

1: Kleine, dagdagelijkse keuzes
Voortdurend kiezen in het leven
Ontsnappen aan deze druk: gewoontegedrag of
rituelen
2. Belangrijke, richtinggevende keuzes
Sturen ons leven
Belangrijke invloed op toekomst, soms zelf
onomkeerbaar
We staan er langer bij stil
3. Het fundamentele of levensbeschouwelijke niveau
Je moet wat graven om het aan het licht te brengen
Fundamenteel belang: ondersteunt je
Het niveau van keuzes die te maken hebben met
datgene dat we geloven dat het ons leven uiteindelijk
zinvol maakt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Door wat worden rituelen gekenmerkt?

A

Vast patroon

Herhaling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is zin?

A

Een goesting en oriëntatie: je kiest voor iets dat je aantrekt en je hebt een doel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is geloven?

A

Werkwoord dat een keuze inhoudt: waar stel jij je vertrouwen in als het gaat om wat het leven uiteindelijk zin en betekenis geeft?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat bedoelen we met uiteindelijk?

A

Je kunt niet verder motiveren ‘waarom’ je iets ervaart als fundamenteel zingevend. Je kan als het ware niet onder het fundament.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Hoe wordt niveau 3 ook wel genoemd? Leg uit.

A

Het niveau van de fundamentele levenswaarden.
Doorheen grote en kleine keuzes in het leven, kiezen we ook voor fundamentele levenswaarden. We geloven dat die ons leven zinvol en de moeite waard maken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hoe kom je uit aan niveau 3?

A

Door telkens “waarom?” te blijven vragen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe zijn niveau 3 en 1&2 met elkaar verbonden?

A

Niveau 3 geeft betekenis, inhoud aan onze keuze op niveau 1 & 2.
Niveau 1 & 2 zijn een concretisering van niveau 3. Niveau 3 wordt tastbaar en zichtbaar op die manier.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Waarom noemen we de piramide dynamisch en “under construction”?

A

Zicht krijgen op je eigen niveau 3 zorgt voor bewustere keuze op niveau 1 & 2.
Maar als je merkt dat bepaalde keuze op niveau 1 & 2 niet goed werken kan je ze herzien. Op die manier evolueert je niveau 3.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Hoe verklaar je mensen die niet trouw zijn aan hun fundamentele keuzes die ze maken in het leven?

A

Menselijke feilbaarheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Welke twee perspectieven zijn er op het verklaren van het menselijk handelen?

A
LEVENSBESCHOUWELIJK: piramide van keuzes
- Waarden zijn belangrijk
- Bewust 
- Cultuur  
PSYCHOLOGISCH: behoeftenpiramide van Maslow
- Behoeften zijn belangrijk: gedreven door bevrediging 
- Onbewust 
- Natuur
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Leg uit: “Je kunt niet geen levensbeschouwelijke overtuiging hebben”.

A

Ook datgene waarin je niet je vertrouwen stelt, geeft belangrijke info over je persoonlijke levensbeschouwelijke overtuiging. Niet geloven is dus minstens even belangrijk als geloven.
“Ik geloof niets” > “Ik geloof dat ik in niets mijn vertrouwen kan stellen als het op zingeving aankomt”

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Waarom spreken we niet over HET geloof?

A

Geloven is een uiterst persoonlijke overtuiging

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wordt je geboren met een LB overtuiging?

A

Neen, het is een resultaat van een ontwikkelingsproces dat nooit af is. De motor = leren uit ervaring

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

“Je ontwaakt uit de LB coma” Hoe?

A

Door intense ervaringen die het levensbeschouwelijke niveau wakker schudden.
Intensiteit = afhankelijk van:
- Wat er gebeurt
- Eigen ingesteldheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Welke soort ervaringen kan je zelf hebben?

A
JA-ervaring: leven is betekenisvol 
   - Verwondering
   - Je wordt iets gegeven 
   - Ervaring van lukken 
   - Ervaring van verbondenheid 
   - Vertrouwen in iets wordt versterkt 
NEEN-ervaring: leven is zinloos 
   - Verbijstering 
   - Er wordt je iets ontnomen
   - Mislukken 
   - Gebrokenheid 
   - Vertrouwen wordt ondermijnt
17
Q

Welke soort ervaringen kan je leren van anderen?

A

Fragmenten van wijsheid en inzicht

Levensbeschouwingen

18
Q

Wat zijn fragmenten van wijsheid en inzicht?

A

Stukjes praktisch inzich die vaan hun talige uitdrukking vinden in zegswijzen
Gegroeid uit levenservaring.
PAS OP: het zijn fragmenten dus het inzicht mag niet veralgemeend of verabsoluteerd worden!!

19
Q

Wat zijn levensbeschouwingen?

A

Grotere gehelen van min of meer samenhangende levensbeschouwelijke inzichten en wijsheden
en de daarmee verbonden praktijken
die worden doorgegeven van generatie op generatie
en belangrijk bestanddelen vormen van een menselijke cultuur

20
Q

Traditie is een werkwoord?

A

Ja, betekent eigenlijk “doorgeven”

Sowieso wil je je eigen overtuiging doorgeven aan je kinderen

21
Q

Wanneer is doorgeven mogelijk?

A

Als er een combinatie is van conserveren en innoveren.
Geen conservatie: verliest eigenheid
Geen innovatie: roest vast

22
Q

Wanneer wordt een levensbeschouwing levenskrachtig?

A

Als er voldoende individuen zijn die zich er door laten beïnvloeden in sterke mate

23
Q

Wat is het verschil tussen katholicisme en de katholieke kerk?

A

Katholicisme: levensbeschouwing

Katholieke kerk: georganiseerde gemeenschap van katholieken