6.2 Flashcards

1
Q

Wat is een geneesmiddel?

A

Een geneesmiddel is een product dat bestemd is te worden gebruikt of op enigerlei wijze wordt aanbevolen bij het genezen, lenigen, of voorkomen van enige aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij de mens.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wie bewaakt de veiligheid van geneesmiddelen?

A

Het college ter Beoordeling van Geneesmiddelen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

In welke vorm kan een medicijn gegeven worden?

A

tablet, zetpil, drankje, capsule, injectie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat is het geneesmiddelen Repertorium?

A

Daarin staan alle geregistreerde geneesmiddelen in Nederland.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat kunnen geneesmiddelen allemaal bestrijden?

A

schadelijke bacteriën of virussen of vergiften onschadelijk maken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welke 6 dingen staan er allemaal in een bijsluiter?

A

de samenstelling en waar het voor dient
wanneer je het niet mag gebruiken
de dosering voor volwassen en kids
de werking en eventuele bijwerkingen.
eventuele wisselwerkingen met andere middelen
waarschuwing over gebruik bij zwangerschap en rijvaardigheden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Welke 5 dingen staan er altijd op een etiket?

A
je naam en adres
naam van geneesmiddel
de voorgeschreven dosering
hoe en wanneer gebruiken
houdbaarheid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is een placebo?

A

Dat is een “nepmedicijn” die een onwerkbare vulstof heeft.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is het placebo-effect?

A

Dat is als mensen een nepmedicijn inneemt en dan geneest omdat hij denkt dat het werkt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn bacteriën?

A

Dat zijn eencellige planten die zich heel snel kunnen vermenigvuldigen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoeveel % van alle bacteriën?

A

1%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is weerstand?

A

Dat is hoe goed je opgewassen tegen de bacteriën bent om ziek te worden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is het natuurlijk afweersysteem?

A

Dat is het systeem in je lichaam die slechte bacteriën herkent en ze dan gaat uitschakelen,

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is antibiotica?

A

Een medicijn de vermenigvuldiging of de bacterie uitschakelt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

tot hoever werkt de antibiotica in?

wat is de betekenis ervan?

A

het celmembraan en dat is een soort vlies dat levend materiaal en alle stoffen in de bacterie bijeenhoud.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe kan antibioticum worden toegediend?

A

tablet, capsule, drankje, injectie, infuus

17
Q

Waar werkt antibiotica niet bij?

A

virussen

18
Q

resistentie

A

als de bacterie ertegen kan door bv te veel gebruik

19
Q

Waarom is Nederland steeds weer bezig met nieuw antibiotica vinden!

A

de bacteriën blijven resisteren.