9.4 Elektronische schakelingen Flashcards

1
Q

transistor

A

Is ook een automatische schakelaar.
Zelfde functie als een relais (het automatisch uit en aan zetten van een apparaat (actuator)Een transistor werkt volledig elektronisch en bevat geen bewegende delen. je hoort hem niet schakelen.
Transistor is kleiner en goedkoper dan een relais. Ook verbruikt transistor minder energie.
Nadelen: Je kunt er alleen lage spanningen mee schakelen. Voor apparaten die op het lichtnet werken ( 203 V) gebruik je een relais.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

een transistor heeft 3 aanlsuitpunten:

A

3 aansluitpunten
-collector
-basis
-emitter

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Er kunnen door een transistor 2 soorten stromen lopen:

A
  • van de basis naar de emitter
    -van de collector naar de emitter.
    De stroom door de basis bepaalt of de transistor uit of aan staat.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

De transistor staat uit als

A

als de stroom door de basis nul of bijna null is. Er kan dan geen stroom lopen van de collector naar de emitter.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

De transistor staat aan

A

als er een kleine stroom door de basis loopt. Er kan dan een veel grotere stroom lopen van de collector naar de emitter. Zo kun je een apparaat aanzetten dat je op de collector hebt aangesloten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

basis bij transistor

A

aansluitpunt van een transistor via de aansluitpunt loopt de schakelstroom de transistor in .

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

emitter bij transistor

A

aansluitpunt van een transistor, de stroom loopt via de emitter weer terug naar de batterij

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

collector

A

aansluitpunt van de transistor, via dit aansluitpunt loopt de stroom van het apparaat dat door de transistor wordt aan en uitgezet.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

schakelen met een transistor

A

Alleen kleine apparaten.
Bekijk afbeelding 3 van 9.4

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

schakelen met een transistor

A

Alleen kleine apparaten.
Bekijk afbeelding 3 van 9.4

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Automatische straatlantaarn

A

reageert op het hoeveelheid licht.
Met een transistor kan je dit bouwen.
Als het licht is, is de weerstand van de LDR klein. Bijna alle stroom loopt dan via de LDR. Doordat er bijna geen stroom door de basis loopt blijft de transistor uit, de lamp brandt niet.
Als het donker wordt neemt de weerstand van de LDR toe. Daardoor zal er steeds meer stroom door de basis gaan lopen. De transistor schakelt daardoor langzaam naar de aan-stand.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Ventilatorschakeling (bijvoorbeeld in de wc, hoe kan je ervoor zorgen dat als het licht in de wc uitgaat de ventilator toch nog even blijft draaien?

A

Met behulp van een schakelonderdeel: condensator

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly