Dag 7 Flashcards

1
Q

Carcino

A

Kanker

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Carcinofobie

A

Ziekelijke vrees aan kanker te lijden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Carcinoma

A

Kankergezwel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Carcinoom, Carcinoma

A

Kankergezwel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Carcinomata, carcinoma

A

Kankergezwel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Cardia

A

hart

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Cardiaal

A

Het hart betreffend

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Cardialgie

A

Pijn in de hartstreek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Cardie

A

toestand van het hart

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

cardio

A

Hart

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Cardio, Cardia

A

Mond van de maag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Cardiologie

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

De wetenschap betreffende het hart

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Cardioloog

A

hartspecialist

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Cardiomegalie

A

Toestand waarbij het hart vergroot is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Cardiospasme

A

Ongecontroleerde samentrekkingen van het hart

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Cardiospasme

A

Kramp van de maagmond

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

carditis

A

Ontsteking van het hart

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Carpale tunnel

A

Tunnel die aan de binnenkant van de handwortel de buigpezen van de vingers geleidt.

20
Q

carpalia

A

handwortel

21
Q

Carpofalangeaal

A

Handwortel van vingerkootjes betreffend

22
Q

Carpometacarpaal

A

Handwortel en handwortelbeentjes betreffend

23
Q

Carpus

A

Handwortel

24
Q

Catabolisme

A

Het afbreken van grote moleculen in kleinere moleculen d.m.v. stofwisseling in de cellen

25
Q

Caudaal

A

Met betrekking tot het (staart) uiteinde (cariaal vs. caudaal, plaatsaanduiding)

26
Q

Caudo

A

Plaatsaanduiding

27
Q

Cavernosus

A

Rijk aan holten

28
Q

Cavum tympani

A

Middenoorholte

29
Q

Cavum uteri

A

Baarmoederholte

30
Q

ceco

A

Blinde darm

31
Q

Cefalalgie

A

Hoofdpijn

32
Q

cefalo

A

Hoofd

33
Q

cefalo

A

hersenschedel

34
Q

cefalo, cranio

A

schedel

35
Q

Cerebellum

A

Kleine hersenen

36
Q

Cerebraal

A

Betreffende de grote hersenen

37
Q

Cerebrale cortex

A

Hersenschors

38
Q

Cerebrale embolie

A

Verstopping van een hersenbloedvat door van elders meegevoerde bloed- of weefselprop

39
Q

Cerebri

A

Hersenen

40
Q

Cerebro

A

Hersenen

41
Q

Cerebrospinaal

A

De hersenen en ruggengraat betreffend

42
Q

Cerebrospinale rinorroe

A

Het uit de neus lekken van liquor

43
Q

Cerebrum

A

De grote hersenen

44
Q

Cervicaal

A

De hals betreffend (kan op baarmoederhals en op wervelkolom slaan)

45
Q

Cervicitis

A

Baarmoederhalsontsteking