Die passenden Worte AIG2KP4 Flashcards

1
Q

zeggen dat je wekelijks sport

A

Ich treibe wöchtenlich Sport

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

zeggen dat je ’s avonds naar de disco gaat.

A

Abends gehe ich in die Disko

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

zeggen dat je in ’t weekend gaat wandelen.

A

Am Wochenende gehe ich spazieren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

zeggen dat je het liefst luiert.

A

Am liebsten faulenze ich.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

zeggen dat je elke dag aan de computer zit en chat.

A

Ich sitze jeden Tag am Computer und chatte.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

zeggen dat je in je vrije tijd veel leest.

A

In meiner Freizeit lese ich viel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

zeggen dat je graag een pretpark wilt bezoeken

A

Ich möchte mal einen Freizeitpark besuchen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

zeggen dat je per maand 50 Euro zakgeld krijgt.

A

Im Monat bekomme ich 50 Euro Taschengeld.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

zeggen dat je zelf geld verdient omdat je een job hebt

A

Ich verdiene selbst Geld, weil ich jobbe

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

zeggen dat je je zakgeld voor je gsm nodig hebt

A

Meine Knete brauche ich für mein Handy

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

zeggen dat je vanaf 16 naar de disco mag gaan

A

Ab 16 Jahren darf man in die Disko gehen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly