Duif & Konijn Flashcards Preview

DHV semester 2 > Duif & Konijn > Flashcards

Flashcards in Duif & Konijn Deck (37):
1

Klinische diagnostiek duif stappenplan

- Signalement
- Anamnese
- Onder van de omgeving: hok en producten van de vogel
- Inspectie van de vogel op afstand: vergelijkbaar met de algemene indruk bij zoogdieren
- Onderzoek van de vogel in de hand
- Aanvullend onderzoek (incl. verzamelen van mest)

2

Signalement duif

- soort en indien van toepassing ras
- geslacht
- leeftijd
- kleur en aftekeningen
- identificatienummer
- bijzondere kenmerken
NB: eigenaarsgegevens dien en ook genoteerd te worden

3

Soort, ras duif

een soort is gedefinieerd als een groep organismen die in staat zijn zichzelf onderling voort te planten en vruchtbare nakomelingen te produceren. Een ras, daarentegen, is een groep organismen met een bepaalde genetische eigenschap die vaak ontstaan zijn als gevolg van genetische selectie door de mens.
Bijv. duif > postduif als soort > latijnse naam Columbus livia domestica

4

geslacht duif

via uiterlijke kenmerken: grootte van kopversierselen, kleur en gedrag (bewegelijkheid of koeren, baltsgedrag)

Vrouwtjes duif = duivin
Mannetjes duif = doffer

5

leeftijd duif

leeftijd is niet te zien aan uiterlijke kenmerken maar wel vaststellen als deze een voetring om heeft.

6

Wat staat er op voetring duif?

land van herkomst, kweker identificatienummer en geboorte jaar.

7

Kleur en aftekeningen

drie basiskleuren: rood, blauw en bruin.
Bij de duif is er sprake van geslachtsgebonden overerving van de kleur (rood incompleet dominant over blauw)
Basisaftekeningen zijn kras (stippeltjes) en band op de vleugel

8

heterozygoot voor kleur duif

doffer is vaak rood van kleur waarbij de blauwe kleur doorbreekt, te zien als donkere streepjes in vleugel- en staartpennen

9

bijzondere kenmerken duif

Kenmerken die bijdragen aan herkennen van individu:
- aanwezigheid van een ring
- missende extremiteiten
- afwijkende stand poot of vleugel
- littekens

10

Anamnese duif

1. Iatrotope probleem
2. Huidige situatie m.b.t. algemeen functioneren
3. Voorgeschiedenis
4. Leefomstandigheden (huisvesting, voeding, verzorging)
5. Entingen en andere preventieve behandelingen

11

Iatrotope probleem

Probleem in kaart brengen = aard, duur, verloop en eventuele behandeling van het probleem en huidige situatie.

12

Vragen iatrotope probleem

Wat is reden van uw komst?
Hoe lang speelt het probleem? Sinds wanneer probleem?
Hoe heeft het probleem zich in de tijd ontwikkeld?
Is er al een behandeling ingesteld?
Hoe staat de situatie er op dit moment voor?

13

Huidige situatie m.b.t. algemeen functioneren duif

- bewustzijnsniveau
- activiteitspatroon
- gedrag en houding
- locomotie
- voedsel- en wateropname
- ontlasting
- ademhaling
- reproductie
- verenkleed/rui
- prestaties

14

Voorgeschiedenis duif

- herkomst vogel
- duur van bezit
- contacten met soortgenoten
- ziektegeschiedenis nestgenoten, bloedverwanten, contactdieren
- ziekten bij contactpersoon
- andere problemen, incl. behandelingen
- evt. uitgevoerde operaties
- (re)productiegegevens: eieren, nakomelingen, groei
- sectie-uitslagen gestorven contactdieren

15

Leefomstandigheden duif

huisvesting, voeding, verzorging

16

Leefomstandigheden duif huisvesting

Hoktype, inrichting hok, verlichting, klimaat, eventuele veranderingen in huisvesting

17

Leefomstandigheden duif voeding

- samenstelling en toevoegingen
- selectie en voorkeuren
- drinkwatervoorziening en -verversing
- recente wijzigingen
- wat wordt er daadwerkelijk van gegeten

18

Leefomstandigheden duif verzorging

- douchen, sprayen, badderen
- kortwieken
- Hygiene en ongedierteproblematiek
- eventuele blootstelling aan toxische stoffen/medicatie in omgeving

19

Vaccinaties duif

paramyxovirus
pokken
paratyfus

20

Antiparasitaire behandeling

coccidiose
ontwormen
trichomonas/hexamitiasis
ectoparasieten (stuiluis, schachtmijt, lange veerluis)

21

welke overige preventieve behandeling wordt bij duiven gedaan?

behandeling van het ornithose-complex, i.e. problemen met de voorste luchtwegen

22

onderzoek van omgeving duif

Inspectie huisvesting (leefomgeving)
Inspectie en onderzoek producten van vogel (ontlasting, dons of veren, eventuele eieren)

23

Inspectie huisvesting duif

- plaatsing hok
- inrichting
- klimaat
- verlichting
- algemene hygiene
- voeding en voerresten
- aanwezigheid van eventuele toxische of gevaarlijke stoffen

24

onderzoek ontlasting

Urinewegen en darmkanaal monden uit in de cloaca. 3 onderdelen:
1. feces = daadwerkelijke ontlasting
2. praten = witte vlag, het onoplosbare zout van urine zuur
3. urine

Er wordt gelet op: hoeveelheid, consistentie, kleur, geur, bijmengingen in de vorm van bloed, slijm, weefsel of pseudo membranen. Let op dat de ontlasting die je onderzoekt wel bij de onderzochte vogel hoort

25

onderzoek dons of veren

- stagnatie van donsrui = ziekteverschijnsel. Donsrui vindt het hele jaar door plaats.
- Verenplukken, zoals bij papegaaien.

26

onderzoek eieren

afwijkingen aan de schaal of vorm van het ei

27

Algemene indruk

= inspectie van de vogel op afstand.

- bewustzijnsniveau
- gedrag
- houding
- locomotief/gang
- ademhaling
- verenkleed/kopversierselen
- IHOSKA
--> voedingstoestand kan niet beoordeeld worden i.v.m. verenpakket

28

bewustzijnsniveau duif

reactie van duif op omgeving.
Afhankelijk van de ernst en aard van de ziekte kan het bewustzijnsniveau veranderen in:
1. sopor (slaperigheid)
2. stupor (alleen met sterke prikkels wakker te maken)
3. coma (niet wakker te maken)

29

gedrag duif

Het bedrag geeft aanwijzingen over de relatie tussen patiënt en eigenaar.

Voorbeelden van pathologische gedragingen:
- pica (eten van vreemde voorwerpen)
- dwangbewegingen/trillen
- convulsies/toevallen
- braken
- verenpikken
- kannibalisme

30

houding duif

vogel zal normaliter staand of zittend op een stok worden aangeboden. Bij ziekte of zwakte kan de vogel niet meer op een stok zitten.
Ook vaak bolzitten = in elkaar gedoken waarbij verenkleed uitgezet

31

Waar wordt op gelet bij de verschillende houding duif?

- kop en hals bijv. limber nek of torticollis
- vleugels = vleugels horen op de rug gedragen te worden. Bij neurologische of orthopedische afwijkingen kan de vleugel gaan hangen.
- poten = niet of minder belasten van poot, of standsafwijkingen

32

locomotief duif

bij een afwijkende houding is vaak ook de locomotief verstoord. Gestoorde locomotief betrekking op gebruik van vleugels of poten.
Verstoring kan zich uiten als:
- kreupelheid
- onvermogen tot vliegen
- ataxie (incoördinatie)
- parese (onvoldoende kracht)
- stijve gang

33

ademhaling duif

ademhaling bij vogel sterk beïnvloed door stress. Er wordt gelet op:
- frequentie = aantal adembewegingen
- diepte
- type = dit wordt niet beoordeeld omdat vogels geen diafragma hebben
- regelmaat

34

Hoe zie je een afwijking in de ademhaling vogel?

Accessoire adembeweging:
- ademen met bek open
- gapen (vaak bij sinusproblemen)
- gestrekt houden van de hals
- uitstaande vleugels (hyperthermie)
- schudden met kop (aanwezigheid slijm of exsudaat in voorste luchtwegen)
- opbollen sinussen (problemen neusgang of sinussen)
- pompen met het lichaam
- staartwippen

35

wat zijn bijgeluiden ademhaling vogel?

voorbeelden zijn:
- proesten
- klikken
- piepen
- rochelen
- knorren
- stridor nasals/pharyngealis/trachealis
- verandering stemgeluid (bij papegaaien)

36

verzorgingstoestand vogel

- Verenkleed = dient goed aangesloten en schoon te zijn. Kale plekken of gebroken veren en verontreiniging moeten genoteerd worden.
- nagels = niet te lang en geen resten eraan
- kopversierselen = sterk afhankelijk van diersoort en effect van geslachtshormonen. Worden beoordeeld op kleur, laesies of zwellingen, ontwikkeling (verschil duivin en doffer)

37

IHOSKA vogel

- verstopte neusgaten
- neus- en ooguitvloeiing
- afwijkende kleur neusdoppen
- gezwollen infraorbitale sinus
- overvulde cervicoephale luchtzakken (papegaai)
- toegenomen buikomvang
- fracturen van poot of vleugel
- abnormale diktes