dutch Flashcards

(94 cards)

1
Q

taalwetenschap

A

linguistiek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

ononderbroken aaneenhangende reeks

A

continuüm

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

gek, dwaas

A

krankjorum

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

overmeesteren

A

bevangen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

onverklaarbare toestand of gebeurtenis

A

singulariteit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

geheime leer

A

kabbalistiek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

verschijnsel

A

manifestatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

ploeg, groep

A

equipe

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

omgeven, omsluiten

A

omranken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

befaamdheid, beroemdheid

A

vermaardheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

grondslag, basis

A

fundament

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

diep, grondig

A

intensief

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

schandalig bekend

A

berucht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

eerbiedige angst

A

ontzag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

onbeduidend, niet ter zake

A

irrelevant

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

lanceren, beweren

A

poneren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

nep-etymologie

A

pseudo-etymologie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

in een systeem gieten

A

systematiseren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

ontmaskeren

A

ontsluieren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

“dikke nek”

A

gewichtdoenerij

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

aanpassen aan de (doel-)taal

A

verbasteren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

voor jezelf durven opkomen

A

assertief

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

aantrekkelijk / aanlokkelijk

A

begeerlijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

belangrijk

A

gewichtig

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
gedreven / grote plannen hebben
ambitieus
26
dwangmatig
obsessief
27
baas zijn / macht uitoefenen
dominant
28
bekwaam
competent
29
trouw
loyaal
30
betrekking hebbend op de menselijke samenleving
sociologisch
31
goed en gezellig met andere mensen kunnen omgaan
sociaal
32
een prettige indruk makend op anderen
sociabel
33
een hoger niveau bereiken
promoveren
34
angst
fobie
35
in balans brengen, goedmaken
compenseren
36
maatchappelijk aanzien
status
37
levendig en vrolijk
geanimeerd
38
ziekelijke angst
manie
39
sterk aanraden
propageren
40
benaderen
bejegenen
41
wat betreft de fantasie
visceraal
42
met betrekking tot het lichaam
fysiologisch
43
plotseling opkomend
acuut
44
werkelijk, echt
effectief
45
waakzaam
alert
46
nadrukkelijk
prominent
47
mogelijk
potentieel
48
gezamelijk
collectief
49
winstgevend
lucratief
50
verondersteld
vermeend
51
overdrijven
in overdrive zijn
52
het opwekken van een proces door een uitwendige prikkel
inductie
53
ontwerp
concept
54
verlegenheid, schaamte
schroom
55
de omgevende glans
aureool
56
kunstmatig vormen (ww)
construeren
57
een rol vervullen
figureren
58
reclame maken voor
promoten
59
een schijnbare tegenstelling
paradox
60
het eigen karakter doen uitkomen
profileren
61
duivels
satanisch
62
beschaven
cultiveren
63
verkennen
exploreren
64
idee
notie
65
gebaseerd
geënt
66
grenzen
limieten
67
kenmerken zonder verstandelijk nadenken
irrationele parameters
68
cultuur van gulzig pakken
graaicultuur
69
gevolg
emanentie
70
blijvend
permanent
71
nadelig
nefast
72
kenmerkend aan
inherent aan
73
vijandigheid
animositeit
74
vernieuwing
innovatie
75
geminacht
verguisd
76
ingaan tegen
indruisen tegen
77
basisprincipes van Darwin
darwiniaanse klassieke principes
78
mini
lilliputter
79
erg gevoelig
hoog-sensitief
80
licht
brak
81
niets doen, stilstaan
wortel schieten
82
tegenkanting ondervinden
wind vangen
83
over koetjes en kalfjes praten
keuvelen
84
lesgeven op maat v/h kind
remedial training
85
zure blik met veeeel kabaal
als een misthoorn
86
er alles uithalen
optimaal
87
standhouden
weerbaarheid
88
zelf gekozen voor...
intrinsiek
89
educatief
didactisch
90
dwaas
spastisch
91
zeuren
jengelen
92
racen (vervoegen)
ik race - ik racete - ik heb geracet
93
scoren (vervoegen)
ik scoor - ik scoorde - ik heb gescoord
94
verkassen
ik verkas - ik verkaste - ik heb verkast