H10 De Klassieke Periode: De Atheense bevolking in de vijfde en vierde eeuw voor Christus Flashcards

1
Q

Vergelijk de positie van metoiken met die van Atheense burgers. Wat waren de rechten en plichten van metoiken? Welke nadelen waren aan de positie van metoik verbonden? En welke economische rollen vervulden metoiken?

A
  • ze hadden persoonlijke vrijheid, maar geen stemrecht
  • ze waren direct belast
  • ze konden dienen in het leger
  • ze mochten bijna geen land bezitten in Attica
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

In welke sectoren van de Atheense economie werkten grote concentraties slaven?

A

In de industrie, haven of mijnen van Laurium

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Waarom waren slaven in Athene minder tot opstand geneigd dan heloten in Sparta?

A

De heloten leefden samen in nederzettingen, waren een homogeen nationale groep. Slaven in Athene waren verspreid over heel Athene en er waren verschillen in levenskwaliteit en verantwoordelijkheden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Geef de verschillen aan tussen de positie van vrouwen in Sparta en die in Athene.

A

Vrouwelijke Atheense burgers hadden geen aandeel in recht en politiek, waren bezit van man, hadden een rol in cultuur, dagelijks leven was vooral in huis

Spartaanse vrouwen hadden meer bewegingsvrijheid, hadden atletische training, beheerden het huishouden, trouwden vaak later

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly