HC Cholinerge receptoren (Ba1B1 week 2) Flashcards Preview

GNK 2023-2024 Ba1B1 > HC Cholinerge receptoren (Ba1B1 week 2) > Flashcards

Flashcards in HC Cholinerge receptoren (Ba1B1 week 2) Deck (13)
Loading flashcards...
1
Q

Noem enkele vormen van interferentie in de cholinerge synaps (/presynaptisch)

A
  • Heropname Ach tegengaan
  • Ach-lijkende stof toedienen (niet omgezet naar Ach)
  • Depolarisation pre-synaptisch neuron remmen (tetrodotoxine)
  • Ach-afgifte remmen (botulinetoxine)
  • Afbraak Ach tegengaan (cholinesteraseremmers)
  • (ant)agonisten M en N receptoren postsynaptisch
2
Q

Welke stof breekt Acetylcholine weer af?

A

Acetylcholineesterase

3
Q

Welke muscarinereceptoren zijn er en waar?

A

M1 - CZS, perifere zeuwen
M2 - Hart, zenuwen
M3 - Exocriene klieren, gladde spier
M4 - CZS (locomotie)
M5 - CZS (functie onbekend)

4
Q

Wat is het effect van muscarinereceptoren op het hart?

A

Afname van de hartfrequentie, hartinotropie (contractiekracht), hartminuutvolume (en bloeddruk)

5
Q

Wat is het effect van muscarinereceptoren op de arterien?

A

Vasodilatie, en daling bloeddruk (meestal)

6
Q

Wat is het effect van muscarinereceptoren op het presynaptische neuron?

A

Daling van transmitterafgifte

7
Q

Wat is het effect van muscarinereceptoren op de gladde spieren?

A

Contractie van oog, bronchiën, maagdarmkanaal en urineblaas.

8
Q

Wat is het effect van muscarinereceptoren op de exocriene klieren?

A

Traan-, speeksel-, bronchiale- en zweet*secretie

  • zweten gaat sympathisch met Ach als transmitter
9
Q

Wat zijn zoal bijwerkingen van muscarine agonisten?

A
  • diarree
  • zweten
  • miosis (pupilvernauwing)
  • misselijkheid
  • urinelozing

Typische parasympathische effecten.

10
Q

Wat is de locatie-effect verhouding van nicotine receptors?

A

Ganglia - Transmitter afgifte
Bijnier - Adrenaline en Noradrenaline afgifte
Presynaptisch - Transmitter afgifte
Skeletspier - Contractie

11
Q

Welke efferente banen gebruiken cholinerge receptoren en waar?

A

Parasympatisch: Hart, gladde spieren, exocriene klieren, synapsen (muv klieren ook sympathisch adrenerg geinnerveerd)

Sympathisch cholinerge receptoren: zweten

Sympathisch: bijnier (adrenaline productie)

Somatisch: skeletspieren (niet AZS!)

12
Q

Hoe werkt botulinetoxine A?

A

Remt Ach-afgifte na binden met het presynaptisch membraan.

Botulinetoxine grijpt aan op alles met Ach afgifte, dus o.a.

13
Q

Wat is het therapeutische gebruik van botulinetoxine A?

A
  • Verschillende spasmen (blefarospasme, hemifacialispasme, torticollis spasmodica, strabismus door spasme (scheelzien))
  • Hyperhydrose (overmatig zweten)
  • Chronische migraine
  • Cosmetische botox