HC.1 en ZO.3 en 4 Flashcards

X-chomosoom, situs inversus en ademhalingsapparaat

1
Q

Wat is compound heterozygoot?

A

2 verschillende mutaties in hetzelfde gen/chromosoompaar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is dubbel heterozygoot?

A

dan ben je alleen maar drager van de aandoening

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welke 2 vormen van Duchenne zijn er?

A

Duchenne muscular dystrofie
Becker muscular dystrofie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de klinische symptomen bij Duchenne?

A

laat lopen
moeilijkheden bij het opstaan van de grond
vaak vallen
moeilijkheden bij het beklimmen van tappen
pseudo-hypertrofie van de kuitspieren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn ernstige complicaties van Duchenne?

A
  • orthopedische vervorming door verkorting pezen en spieren
  • verlamming ademhalingsspieren
  • hartstilstand
  • mentale retardatie
  • levensverwachting is 30
  • pneumonie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welk eiwit is aangedaan bij Duchenne?

A

dystrofine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is X-inactivatie?

A

per cel is 1 X-chromosoom actief, de andere wordt uitgeschakeld en vormt een Barr body

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wanneer gebeurt de X-inactivatie?

A

blastocyst stadium

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Waar ligt het X-inactivatie centrum?

A

op het X-chromosoom, dicht bij de centromeer op de lange arm

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Waardoor speelt de inactieve X toch nog een rol in de cel?

A

door de pseudo-autosomale regio’s die op de X liggen, deze zijn nog wel actief en doen mee in recombinatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Waardoor heb je bij Turner een probleem met je Xen?

A

daar is maar 1 X en mis je dus een extra pseudo-autosomale regio

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat gebeurt er bij meervoudige X aneuploidie?

A

alle extra Xen worden uitgeschakeld, maar alle pseudo-autosomale regio’s blijven wel aanstaan en deze geven afwijkend fenotype

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoe kunnen vrouwen bij X-linked recessief toch klachten krijgen?

A

door scheve X-inactivatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is incontinentia pigmenti?

A

aandoening met afwijkingen aan nagels, huid en tanden
X-linked dominant

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Welke stadia doorloop je bij incontinentia pigmenti?

A

1: blaarvorming(geboorte tot 4 mnd)
2: wratachtige uitslag(paar mnd)
3: krulvormige maculaire hyperpigmentatie(6 mnd tot volwassen leeftijd)
4: lineaire hypopigmentatie, alopecia, hypodontie, afwijkende tandvorm en dystroplastische nagels

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat gaat er mis bij incontinentia pigmenti?

A

NEMO gen is deficiënt, waardoor er geen geïnduceerde apoptose is van cellen maar juist hyperproliferatie en daarna apoptose

17
Q

Welke mannen kunnen toch incontinentia pigmenti krijgen?

A

Klinefelter
milde mutatie
somatisch mozaïcisme

18
Q

Wat is de functie van Lefty-2?

A

remt Nodal

19
Q

Waar komt Lefty-2 tot expressie?

A

zijplaat mesoderm links

20
Q

Waar komt Lefty-1 tot expressie?

A

deel van de neurale buis dat grenst aan notochord

21
Q

Wat is de functie van Lefty-1?

A

voorkomt dat nodal en lefty 2 middenlijn passeren

22
Q

Wat geeft het Kartagener syndroom?

A

onbeweeglijke trilharen en dus situs inversus

23
Q

Wat is de gehele links cascade?

A

nodal flow –> nodal –> lefty 1 op de middenlijn en lefty 2 die nodal remt –> nodal zet pitx2 aan –> zorgt voor leftness

24
Q

Welke kiembladen dragen bij aan de vorming van de longen?

A

endoderm: binnenkant longen
mesoderm: bloedvaten en bindweefsel

25
Q

Welk syndroom kan optreden bij te vroeg geboren baby’s?

A

respiratory distress syndrome door te weinig surfactans

26
Q

Uit welke fases bestaat de longontwikkeling?

A
  1. embryonale fase
  2. pseudo-glandulaire fase
  3. canaliculaire periode
  4. sacculaire periode
  5. alveolaire periode