Hoofdstuk 1 Flashcards Preview

Spaans A1.1 > Hoofdstuk 1 > Flashcards

Flashcards in Hoofdstuk 1 Deck (34):
1

qué significa...

wat betekent...

2

cómo se escribe...

hoe schrijf je...

3

qué es eso?

wat is dat?

4

puedes repetir?

kun je dat herhalen?

5

no entiendo

ik begrijp het niet

6

más despacio, por favor

lanzamer, alstublieft

7

otra vez, por favor

nog een keer, alstublieft

8

hasta la semana próxima!

tot volgende week!

9

buenos días

goeiedag

10

buenas tardes

goedemiddag

11

buenas noches

goedenavond/goede nacht

12

qué nombre mas bonito

wat een mooie naam

13

cómo se escribe tu apellido?

hoe schrijf je je achternaam?

14

cómo se escribe?

hoe schrijf je dat?

15

cómo se llama eso en español?

hoe noem je dit in het spaans?

16

cómo te llamas?

hoe heet je?

17

cuál es su nombre?

wat is uw naam?

18

puedes repetir?

kun je dat nog eens zeggen?

19

qué es eso?

wat is dat?

20

qué significa?

wat betekent dat?

21

y tú?

en jij?

22

bonito

mooi

23

de nada

geen dank

24

hola, qué tal?

hallo, hoe gaat het?

25

más despacio, por favor

langzamer, alstublieft

26

mi nombre es

mijn naam is

27

muchas gracias

heel erg bedankt

28

mucho gusto/encantada

aangenaam

29

muy bien, gracias

heel goed, bedankt

30

no entiendo

ik begrijp het niet

31

otra vez, por favor

nog een keer, alstublieft

32

la palabra

het woord

33

yo me llamo

ik heet

34

yo soy

ik ben