Hoofdstuk 4 Flashcards

1
Q

Wat is motivatie?

A

Het geheel van drijfveren of motieven dat bepaald of gedrag wel of niet gaat vertonen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn emoties?

A

Zijn psychische en lichamelijke reacties die ontstaan door interne of externe prikkels die je als gunstig of schadelijk ervaart voor je belangen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Geef voorbeelden van interne prikkels

A

Pijn, honger en andere behoeften of driften

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Geef voorbeelden van externe prikkels

A

Brand, een drukke omgeving of mooie muziek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn lichamelijke reacties?

A

Zijn veranderingen in het lichaam, spieren aanspannen of een verhoogde bloeddruk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn psychische reacties?

A

boosheid, dagdromen en vrolijkheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Welke 4 componenten van emotie onderscheiden we?

A
  1. cognitieve component (waarnemen en interpreteren van gebeurtenissen)
  2. Gedragscomponent/expressieve component (uiterlijke zichtbaarheden van emoties)
  3. fysiologische component (verandering binnen in ons lichaam)
  4. subjectieve component (beleving van de emotie)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Benoem de motivatietheorie van Maslow

A
  1. Fysiologische (primaire levensbehoeften)
  2. Veiligheidsbehoeften
  3. Sociale behoeften
  4. Erkenning (respect, status)
  5. Zelfactualisatie (kennis, schoonheid en wijsheid)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Welke prestatiemotivaties kennen we?

A
  1. Positieve faalangst (beetje nerveus, maar geen negatieve gevolgen)
  2. Negatieve faalangst (onderpresteren door de stress)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly