irrigatielandbouw in Vietnam Flashcards

1
Q

landbouwsysteem Vietnam

A

traditionele irrigatielandbouw

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

reliëf Moesson-Azië

A
  • riviervlakten Moesson-Azië erg uitgestrekt

- gunstig

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

klimaat Moesson-Azië

A

warm met lang nat seizoen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

hoe gaat wind?

A

van hoogdrukgebied naar laagdrukgebied

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

zomermoesson (wind)

A
  • wind gaat van zee naar land
  • warm
  • aanlandig
  • vochtig
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wintermoesson (wind)

A
  • wind gaat van land naar zee
  • koud
  • aflandig
  • droog
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

moessons

A

halfjaarlijks kerende winden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

warmt land sneller op dan water?

A

ja

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

koelt land langzamer af dan water?

A

nee

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

is de koude lucht zwaarder of lichter dan warme lucht?

A

zwaarder

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

met wat mag rijst niet in contact komen?

A

koude

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

rijst groeit in een

A

rijstveld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

kenmerk rijstveld

A

staat meestal onder water

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

door wat worden rijstvelden geïrrigeerd?

A

rivieren, regen die tijdens moesson-regenseizoen valt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

irrigatie

A

bewateren van akkers

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

in welke klimaatgroepen teelt men rijst?

A

warme en gematigde klimaatgroepen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

in welke neerslagzone teelt men rijst?

A

gebieden met meer dan 1000mm neerslag/jaar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

op welke bodems teelt men rijst?

A

klei en leem bodems

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

in welke reliëfzone? reliëfvorm?

A

rivier of kustvlakte of lage plateaus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

terrasbouw

A

rijstakkers op hellingen -> steile hellingen worden afgevlakt en er worden terrassen aangelegd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

rijstakkers op rivier en kustvlaktes

A

omgeven door dammen of dijken en kanaaltjes

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

uitplanten

A

klein plantje van kweekbed naar akker verplaatsen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

dorsen

A

rijstkorrel van rijstplant verwijderen

24
Q

staat weekbed onder water?

A

nee

25
Q

veel of weinig arbeid? Vietnam

A

arbeidsintensief

26
Q

in wat voor een bedrijf werken ze in Vietnam?

A

familiaal bedrijf

27
Q

opbrengst voor

A

eigen gebruik -> zelfvoorzienende landbouw

28
Q

rendement in Vietnam?

A

laag

29
Q

potentieel landbouwland in India

A

zeer groot

30
Q

opbrengst in India

A

ver beneden mogelijkheden -> men moet beroep doen op internationale markt

31
Q

groene revolutie jaartal

A

1968-1978

32
Q

waarom groene revolutie?

A

zodat rendement zou stijgen

33
Q

groene revolutie

A
  • hoogproductieve variëteiten
  • toename geïrrigeerde akkers
  • gebruik van pesticiden + kunstmeststoffen
34
Q

bevolkingsdichtheid India

A

hoog

35
Q

koopkracht India

A

laag

36
Q

scholingsgraad India

A

laag

37
Q

belang van landbouw India

A

hoog

38
Q

waarom zijn rijstakkers klein?

A
  • hoge bevolkingsdichtheid
39
Q

landbouwmethode rijstteelt

A
  • monocultuur

- traditioneel

40
Q

kapitaal rijstteelt

A
  • kapitaalintensief

- zelfreddend

41
Q

kenmerken traditionele irrigatielandbouw

A
  • afhankelijk van natuurlijke omstandigheden

- gericht naar eigen verbruik

42
Q

waar treffen we nog meer traditionele irrigatielandbouw aan

A
  • Egypte

- Zuid-Amerika

43
Q

reden wisselvallige regens

A

winter -en zomermoessons, moessons zijn halfjaarlijks kerende winden die zorgen voor natte of droge wind

44
Q

opbrengst Moesson-Azië

A

hoog

45
Q

in welke maanden doen ze aan weken en kiemen

A

april

46
Q

in welke maanden ploegen en zaaien ze op kweekbed

A

mei + november

47
Q

in welke maanden wieden en bemesten ze?

A

juli-september + januari-februari

48
Q

in welke maanden doen ze uitplanten en ploegen?

A

juni + december

49
Q

in welke maanden oogsten en dorsen ze?

A

oktober + maart

50
Q

april

A

weken en kiemen

51
Q

mei + november

A

ploegen en zaaien op kweekbed

52
Q

juli-september + januari-februari

A

wieden en bemesten

53
Q

juni

A

uitplanten en ploegen

54
Q

oktober + maart

A

oogsten en dorsen

55
Q

remmende factor op landbouw in Vietnam

A

reliëf, daarom terrasbouw

56
Q

2 soorten akkers rijstteelt

A
  • kweekbed

- rijstveld