klopto 1.3 hc 1 Flashcards

1
Q

Waar kan een struma mee gepaard gaan?

A
  • toegenomen schildklierhormoonproductie (hyperthyreoïdie)
  • vermindering van de schildklierhormoonproductie (hypothyreoïdie)
  • normale functie (euthyreoïdie)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is een metabolisme?

A

Alle scheikundige reacties waarbij in het lichaam stoffen worden omgezet in andere stoffen.
De stofwisselingsprocessen kunnen in twee groepen worden ingedeeld:
1) anabolisme: de groep van opbouwprocessen waarvoor energie nodig is;
2) katabolisme: de groep van afbraakprocessen waarbij energie vrijkomt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn de incidentie en prevalentie van de schildklieraandoeningen?

A

De incidentie van hypothyreoïdie in de huisartsenpraktijk varieert tussen de 120 en 170 per 100.000 patiënten per jaar. De incidentie van hyperthyreoïdie tussen de 30 en 50 per 100.000 patiënten per jaar.

De incidentie geeft het aantal nieuwe gevallen van een ziekte pertijdseenheid, per aantal van de bevolking weer.
De incidentie is wat ander dan de prevalentie die aangeeft hoeveel mensen uit een gegeven aantal op enig moment aan een ziekte lijden.

Beide aandoeningen komen circa 5 maal vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en nemen toe met de leeftijd. Het voorkomen onder autochtonen
en allochtonen is gelijk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is de pathofysiologie van hypothyreoïdie?

A

• Schildklierfunctiestoornissen kunnen primair of secundair zijn.
• In 95% van de gevallen is er sprake van een primaire stoornis: de schildklier zelf is aangedaan. Het betreft dan vrijwel altijd een auto-immuunziekte.
• Patiënten met een schildklierfunctiestoornis als gevolg van een autoimmuunstoornis hebben een verhoogd risico op een andere autoimmuunstoornis, bijvoorbeeld diabetes mellitus type 1 of reumatoïde artritis.
• De belangrijkste secundaire oorzaak van hypothyreoïdie (5% van de gevallen)
is iatrogeen (door een medisch ingrijpen veroorzaakt).
• Bij de andere secundaire vormen ligt de oorzaak centraal, bijvoorbeeld in de
hypofyse of hoger in het centrale zenuwstelsel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Leg uit hoe een apoptose is zijn werking gaat?

A

Normale cel -> apoptose -> cel krimpt -> cell budding -> apoptotische lichaampjes -> apoptotische lichaampjes worden opgeruimd dus geen ontsteking.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Leg uit hoe een necrose in zijn werking gaat?

A

Normale cel -> Beschadiging van cel (nog omkeerbaar) ->Endoplasmatisch reticulum zwelt op -> Het weefsel ondergaat een progressieve beschadiging -> De cel valt uiteen en de cel inhoud komt vrij. Hierdoor ontstaat een
ontstekingsreactie die het omliggende weefsel beschadigd -> necrose

Necrose (droog gangreen) is vaak schadelijk omdat de celinhoud niet meteen verwijderd wordt, en zo omliggende cellen kan aantasten.

Necrose: ontstaat als weefsel afsterft, bijvoorbeeld door afsluiting van een bloedvat of door bevriezing van een ledemaat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is Lymfefollikel (bij Hashimoto thyroiditis)?

A

Lymfefollikel (bij Hashimoto thyroiditis):
bolvormige celophopingen van witte
bloedcellen (lymfocyten) in lymfeklieren
en lymfoïd weefsel.
Vergrote schildklier (vaak een diffuus sturma).
Schildklier is ontstoken en functioneert langzaam. (minder t3 en t4)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is een struma?

A

Struma: een zichtbare of voelbare vergroting van de
schildklier
Wordt ook wel ‘krop’ of ‘kropgezwel’ genoemd.
Kan voorkomen bij een snel- en een langzaam werkende schildklier

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat voor soorten struma zijn er?

A
Soorten struma
Er zijn twee verschijningsvormen:
• een diffuse zwelling; en
• een nodulaire zwelling (knobbels).
Nodulair struma of nodulaire zwelling
Hierbij ontwikkelt zich één of meerdere knobbeltjes in
de schildklier. Kan ontstaan door:
• een cyste (een met vloeistof gevulde zak);
• een adenoom (een goedaardige gezwel);
• een kwaadaardige tumor;
• andere (zeldzame) oorzaken.

Struma: vergroting van de schildklier. Deze vergroting kan diffuus zijn of het gevolg van verscheidene noduli. De laatste wordt een multinodulair struma genoemd

Struma als gevolg van een schildkliernodus: kleine knobbel in de schildklier. Kan een benigne vergroting of een schildkliercarcinoom zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de Hypothyreoïdie symptomen?

A
  • gewichtstoename
  • vocht vasthouden
  • vermoeidheid
  • trager functioneren
  • lage lichaamstemperatuur
  • snel koud
  • struma
  • lage bloeddruk
  • hoog cholesterol
  • slecht functionerend immuunsysteem
  • concentratieproblemen
  • spastische darm
  • obstipatie
  • haaruitval, huid en nagelproblemen
  • verlies 1/3 van laterale wenkbrauw
  • myxoedeem
  • anemie (bloedarmoede)
  • oogproblemen
  • apathie
  • geheugenproblemen
  • slaapstoornissen
  • vruchtbaarheidsstoornis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is een myxoedeem?

A

• Myxoedeem is slijmerige vochtophoping in de huid.
• Myxoedeem komt (in tegenstelling tot gewoon oedeem) vaak niet in de extremiteiten voor.
• Myxoedeem zit vaak in het gezicht, waardoor
mensen een wat pafferig gezicht krijgen met
dikke oogleden en uitgesproken wallen onder de ogen.
• Vaak is de huid gelig van kleur en voelt koud
aan.

komt voor bij Hypothyreoïdie (Verlies van laterale 1/3 deel van wenkbrauwen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn de kenmerken van Congenitale hypothyreoïdie?

A

Kenmerken baby’s met congenitale hypothyreoïdie:
• zijn vaak suf,
• hebben een lage, diepe stem,
• drinken traag,
• hebben vaak een navelbreuk,
• hebben een opgezette buik en lijden aan obstipatie.
Gevaar van niet onderkennen van congenitale hypothyreoïdie:
• cretinisme

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn de kenmerken van cretinisme?

A
• Dwerggroei
• typisch bol gezicht met gezwollen ogen
• Geelzucht
• dikke, uitstekende tong
• mentale achterstand
• navelbreuk
Hielprik: onder andere controle op congenitale hypothyreoïdie
In het afgenomen bloed wordt het T4-gehalte onderzocht. Als dat te laag is, wordt ook de
TSH-waarde bepaald.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is Hyperthyreoïdie?

A

Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel
schildklierhormoon. Vaak wordt het een snelle of
snel werkende schildklier genoemd.

Naar schatting zijn er 500.000 tot een miljoen patiënten met een schildklieraandoening in Nederland.
Ongeveer 75.000 hebben hyperthyreoïdie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is oftalmopathie?

A

Oftalmopathie: een aandoening van de retrobulbaire weefsels met ooglidoedeem, pijnklachten,
tranenvloed, dubbelzien, proptosis en soms visusstoornissen. Een auto-immuunstoornis die optreedt bij de ziekte van Graves.
5% van de heeft een ernstige, klinisch manifeste oftalmopathie.
45% heeft (milde) oogklachten. De oogverschijnselen treden meestal tegelijk op met de schildklierklachten. Soms gaan ze er echter aan vooraf of ontstaan ze later.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is de pathofysyiologie van Hyperthyreoïdie?

A
  • Schildklierfunctiestoornissen kunnen primair of secundair zijn.
  • In 95% van de gevallen is er sprake van een primaire stoornis: de schildklier zelf is aangedaan. Het betreft dan vrijwel altijd een auto-immuunziekte.
  • Patiënten met een schildklierfunctiestoornis als gevolg van een autoimmuunstoornis hebben een verhoogd risico op een andere autoimmuunstoornis, bijvoorbeeld diabetes mellitus type 1 of reumatoïde artritis.
  • De belangrijkste secundaire oorzaak van hypothyreoïdie is iatrogeen (door een medisch ingrijpen veroorzaakt).
  • Bij de andere secundaire vormen ligt de oorzaak centraal, bijvoorbeeld in de hypofyse of hoger in het centrale zenuwstelsel.
17
Q

Wat gebeurt er bij de ziekte van graves met de antistoffen?

A

Bij de ziekte van Graves hechten de antistoffen zich niet aan een bacterie, maar aan de TSH receptoren op de
schildklier: de antistoffen heten dan TSH-R-antistoffen

1.Hypofyse maakt TSH aan waardoor de schildklier wordt
aangezet
2. B-lymfocyten maken antistoffen aan die zich
hechten aan de TSH-receptore
3.T3 + T4 zorgen door negatieve terugkoppeling voor remming van TSH productie in hypofyse
4. T3 + T4 zorgen wel voor remming hypofyse, maar hebben geen invloed op werking B-lymfocyten.

18
Q

Wat gebeurt er bij Oftalmopathie bij de ziekte van Graves?

A

Oftalmopathie: een aandoening van de retrobulbaire weefsels, waardoor de volgende aandoeningen kunnen ontstaan:
• visusdaling,
• verandering in intensiteit of kwaliteit van kleurenzien,
• subluxatie van de oogbol,
• troebele cornea,
• Papiloedeem,
• excessief zandgevoel in de ogen,
• lichtschuwheid of pijn in of achter de ogen,
• veranderend uiterlijk,
• dubbelzien, beperkte oogbewegingen, of torticollis oculi,
• hinderlijke ooglidretractie, of abnormale zwelling/roodheid van
oogleden/conjunctiva.

1. Antilichamen tussen het
vetweefseltrekken T-lymfocyten aan
2. T-lymfocyten zorgen voor een
ontstekingsreactie
3. Dit trekt hydrofiele
glycosaminoglycanen aan
4. Vetweefsel zwelt op