Koolhydraten, vetten en vetzuren Flashcards

1
Q

Waar dienen koolhydraten voor?

A
  • Energievoorraad of brandstof (bijvoorbeeld zetmeel of inuline in planten of glycogeen in de mens)
  • Belangrijke elementen in celwanden van bacteriën en planten
  • Bouwstenen voor DNA en RNA
  • Gebonden met vele eiwitten en vetten
  • Op celoppervlakken spelen ze een rol in herkenning
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Waaraan werd het woord koolhydraat gegeven?

A

Een groep verbindingen die de molecuulformule Cn(H2O)n bezit, klopt alleen voor monosacchariden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn monosacchariden?

A

Enkelvoudige suikers met één carboxylgroep.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is een aldose?

A

Verbinding met drie koolstofatomen, genaamd glyceraldehyde.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is een ketose?

A

Verbinding met drie koolstofatomen, genaamd dihydroxyaceton.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

De meeste suikers bevatten één of meer ….

A

Asymmetrische koolstofatomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn asymmetrische koolstofatomen?

A

Enantiomeren (spiegelbeeld isomeren).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn diastereomeren?

A

Wanneer er meerdere asymmetrische C-atomen in een suiker aanwezig zijn, zullen er meerdere isomeren bestaan. Dit zijn niet allemaal enantiomeren, omdat ze geen spiegelbeeld van elkaar zijn. Dit zijn diastereomeren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly