Les 25 Flashcards Preview

Frans > Les 25 > Flashcards

Flashcards in Les 25 Deck (32):
1

'wilt wat zeggen over...' (≠veut dire qqc sur)

en dire long sur

2

gemaakt zijn voor (≠être fait pour)

être prédisposé

3

genoeg van krijgen (≠en avoir marre)

se lasser

4

leeuwachtige

fauve

5

wat betreft (≠concernant)

quant à

6

zeden

moeurs

7

mislukking/flauwte

défaillance (f)

8

bedelaar

mendiants

9

aalmoes

aumône

10

pad (weg)

sentier (m)

11

nalaten

léguer

12

vroeger (avant)

autrefois

13

zweer

ulcère

14

gemeente (≠commune)

municipalité

15

achterbuurt

taudis

16

er goed uitzien

avoir bonne mine

17

tablet (pil)

cachet (m)

18

veroordeling

condamnation (f)

19

met dat/dit doel

dans ce but

20

gevangene

détenu

21

geschenk (cadeau voor nieuwjaar)

étrenne (f)

22

verwijten

reprocher

23

begrafenis-... , doods-..., somber

funèbre

24

onnauwkeurigheid

inexactitude (f)

25

gebrek

infirmité (f)

26

overstroming

inondation (f)

27

jurylid

juré

28

meerderheid

majorité

29

uittrekken (kleding, retirer)

ôter

30

prediken

prêcher

31

zich onthouden

se priver

32

ravijn

ravin (m)