m&m topweek 2 Flashcards

1
Q

belasting

A

geld of goedern die je moet betalen aan de besturing

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

politiek

A

dat bestuurd een gebied

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

bondgenootschap

A

samenwerking

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

grieks romeins cultuur

A

gemengde cultuur van grieken en romeinen in het romeinse rijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

keizer

A

baas van een groot rijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

landbouwstedelijke samenleving

A

samenleving met steden waar een klein deel van de bevolking leeft van wat ze zelf maken en verkopen terwijl de meeste mensen op het platteland leven van landbouw

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

oudheid

A

tijd van grieken en romeinen 3000 v.c 500 n.c

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

rijk

A

gebied met een grenseromheen en een egein bestuurder

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

tijd van grieken en romeinen

A

oudheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

verdrag

A

afspraak, overeenkomst

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

bisschop

A

godsdienstig leider van een gebied

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

christendom

A

jebus christ

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

godsdienstvrijheid

A

het recht om zelf te kiezen wat en hoe je gelooft

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

jodendom

A

godsdienst van joden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

katholieke

A

wat hoort bij de kerk onder leiding van de paus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

kerk

A

christelijk gebedshuis en organisatie van christenen

17
Q

paus

A

leider van de katholieke

18
Q

synagoge

A

joods gebedshuis

19
Q

tempel

A

gebouw waar een god wordt vereerd

20
Q

thora

A

heilig gebouw van joden

21
Q

volksverhuizing

A

verplaatsing

22
Q

zuil

A

stenen paal

23
Q

schaal van richter

A

manier om de kracht van aardbevingen aan te geven

24
Q

wat zijn legerkampen forten

A

een plek waar mensen spullen kunnen verkopen

25
Q

waarom kon erveel gereisd worden

A

veiligheid en gode wegen

26
Q

romeinse goden

A

jacht zee liefde landbouw etc

27
Q

wat zijn offers

A

geschenken aan de goden

28
Q

wat wouden de romeinen

A

dat de joden iin dezelfde goden geloofde

29
Q

waarom kwam er een verbod op christendom

A

de christen weigerden om de belangerijkste goden te vereren

30
Q

wanneer eindigde de oudheid

A

500n.c

31
Q

op welke drie manieren bewegen de aardplaten

A

tegen elkaar van elkaar weg en langs elkaar

32
Q

hoe onstaanq bergen

A

waaneer twee aardplaten tegen elkaar aan duwen

33
Q

wat de zijn positive gevolgen van een vulkaan uitbarsting

A

het as van de vulkaan maakt grond rondom heel vruchtbaar