M&O 5-8 Flashcards
(42 cards)
HC 5
Wat wordt bedoeld met Span of control?
a. het aantal medewerkers waaraan een leidinggevende direct leiding geeft.
b. Het aantal lagen waaraan een leidinggevende (indirect) leiding aan geeft
c. Het reageren op interne en externe signalen
a. het aantal medewerkers waaraan een leidinggevende direct leiding geeft.
HC 5
Wat wordt bedoeld met Depth of control?
a. Het aantal lagen waaraan een leidinggevende (indirect) leiding aan geeft
b.het aantal medewerkers waaraan een leidinggevende direct leiding geeft.
c. Het reageren op interne en externe signalen
d. de verbinding tussen afdelingen in twee hirarchische lagen
a. Het aantal lagen waaraan een leidinggevende (indirect) leiding aan geeft
Wat wordt bedoeld met Linking pin?
a. Het aantal lagen waaraan een leidinggevende (indirect) leiding aan geeft
b. Het reageren op interne en externe signalen
c. de verbinding tussen afdelingen in twee hirarchische lagen via een leidinggevende die in beide een taak heeft
C. de verbinding tussen afdelingen in twee hirarchische lagen via een leidinggevende die in beide een taak heeft
Welke leiderschapstijl past bij de volgende stelling? ‘De manager betrekt alle mederwerkers bij het beslissingsproces
a. Taakgericht leiderschap
b. Mens- of groepsgericht leiderschap
c. Democtratisch leiderschap
c. Democratisch leiderschap
Dit leiderschapstijl betrekt de medewerkers actief bij het bepalen van beleid.
a. Participatie leiderschap
b. Mens- of groepsgericht leiderschap
c. Democtratisch leiderschap
a. Participatie leiderschap
Dit ** leiderschapstijl** roept onzekerheid bij het personeel op om dat het onduidelijk is wat de leidinggevende precies nastreeft.
a. Participatie leiderschap
b. Mens- of groepsgericht leiderschap
c. Democtratisch leiderschap
d. Onzeker leiderschap
d. Onzeker leiderschap
Welke eigenschappen passen niet bij Ondernemend eigenschap?
a. Creatief & Inovatief
b. Inspirerend & Doelgericht
c. Probleem oplossend & Concervatief
C. Probleem oplossend & Concervatief
Welke eigenschappen horen bij het begrip leidend ?
a. Samenwerkend & mensgericht
b. Inspirerend & Doelgericht
c. Kansen zoekend & Durven
e. Conservatief & SMART-doelen
a. Samenwerkend & mensgericht
Welke eigenschappen kun je vinden in een persoon die Managend is.
- Conservatief
- Ervaren
- Intern gericht
- SMART-doelen gericht
- Overtuigend
- Promeemoplossend
- Meetbaar
a. Innovator
b. Intergrator
c. Uitvoerder
d. Beheerder
- Samen brengen van doelen en mensen
- Veranderen en doelen
- Meten is weten; sturen en coördineren met behulp van systemen; procedures en regelingen
- Realiseren van geplande activiteiten
a - 2
b - 1
c - 4
d -3
Het geheel van gemeenschappelijke opvattingen uitingen, normen, waarden, gebruiken, symbolen, taal, ritueelen en producten is:
a. culturering
b. corporate identiteit
c. cultuur
d. Socialisatie
C. cultuur
Alle waarneembare kenmerken van een cultuur bijv. kleding, taalgebruik, huisstijl etc. noemt men:
a. culturering
b. cultuur
c. Identiteit
d. Socialisatie
A. Culturering
Corprorate identiteit refereert naar:
a. Taak cultuur
b. Cultuur
c. Bedrijfsidentiteit
C bedrijfsidentiteit
het aanleren van cultuur noemt men:
A. socialisatie
B. Culturering
c. Snelle reactiesnelheid
A. socialisatie
Welke twee voordelen heeft het kennen van het cultuur binnen organisatie?
- Identiteit (door je te gedragen naar de normen en waarden in de groep hoor je er bij)
- Zekerheid: als je de cultuur binnen een organisatie kent dan heb je zekerheid over de verwachtingen.
Hoe defineren Deal en Kennedy verschillende cultuurtypes in een organisatie?
Dealen Kennedy maken onderscheid tussen Groot- en klein risico en Langzaam- of snelle reactie snelheid
Hieruit kan blijken welke type organisatie cultuur en binnen en organisatie heerst.
Hoe kijkt Harrison naar cultuur binnen een organisatie?
Harrison maakt onderscheid tussen taak-, persoon-, macht- en rol culuur
a.Taakcultuur
b. persoonscultuur
c. Machtscultuur
d.rolcultuur
- Regels en proceduren
- Gericht om taak + doel
- Gericht op klanten + medewerkers
- Baas+ manager centrale figuur
1 - d
2 - a
3 - b
4 - c
waar dient het Hofman TOPOI-model voor?
- TOPOI staat voor Taal, Onderdening, Perspectief, Organisatieniveau en Inzet.
- TOPOI-model helpt een lastiggesprek voor te bereiden of naderhand te analyseren door zich te richten op 3 kernvragen
- Wat is mijn aandeel
- wat is het aandeel van de ander
- wat is de invloed van de **omgevingscultuur **op onze communicatie
Naar welke problemen refereren De Vries en Miller als ze het hebben over Paranoïde in een organisatie?
A. Mensen zijn bang om regels te overtreden en zijn gericht op perfectie
B. Medewerkers doen alsof ze hard werken maar doen dit feitelijk niet; Gericht op uiterlijk.
C. Mensen zijn bang dat er veel misgaat, dat anderen op ze letten; veel geroddel
D. iedereen doet zijn eigen ding
C. Mensen zijn bang dat er veel misgaat, dar abdereb op ze letten; veel geroddel
Naar welke problemen refereren De Vries en Miller als ze het hebben over Dwang neurosis in een organisatie?
A. Mensen zijn bang om regels te overtreden en zijn gericht op perfectie
B. Medewerkers doen alsof ze hard werken maar doen dit feitelijk niet; Gericht op uiterlijk.
C. Mensen zijn bang dat er veel misgaat, dat anderen op ze letten; veel geroddel
D. iedereen doet zijn eigen ding
A. Mensen zijn bang om regels te overtreden en zijn gericht op perfectie
Naar welke problemen refereren De Vries en Miller als ze het hebben over theatraal in een organisatie cultuur?
A. Mensen zijn bang om regels te overtreden en zijn gericht op perfectie
B. Medewerkers doen alsof ze hard werken maar doen dit feitelijk niet; Gericht op uiterlijk.
C. Mensen zijn bang dat er veel misgaat, dat anderen op ze letten; veel geroddel
D. iedereen doet zijn eigen ding
B. Medewerkers doen alsof ze hard werken maar doen dit feitelijk niet; Gericht op uiterlijk.
Naar welke problemen refereren De Vries en Miller als ze het hebben over Schizoïde in een organisatie cultuur?
A. Mensen zijn bang om regels te overtreden en zijn gericht op perfectie
B. Medewerkers doen alsof ze hard werken maar doen dit feitelijk niet; Gericht op uiterlijk.
C. Mensen zijn bang dat er veel misgaat, dat anderen op ze letten; veel geroddel
D. iedereen doet zijn eigen ding
D. iedereen doet zijn eigen ding
Welke 5 kernbegrippen staan Centraal in Het model van Hoffman
- TOPOI staat voor Taal, Onderdening, Perspectief, Organisatieniveau en Inzet.
- Taal: Begrijpen wat je bedoeld en wat anderen bedoelen
- Ordening van problemen: bewust zijn dat probleembenadering verschilt per pesoon.
- Perspectieven
- Organisatie niveau: welke functie heb jij en welk functie heeft de ander
- Inzet en invloed: wat is jouw aandeel en wat is het aandeel van een ander op de communicatie.