OPAMP's Flashcards

1
Q

Wat is een OPAMP?

A

Een operationele versterker. (OPerational AMPlifier)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe kan je een OPAMP gebruiken?

Geef een voorbeeld!

A

Voor het maken van schakelingen.

Twee signalen optellen of aftrekken!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Geef de symbolische voorstelling van een OPAMP!

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Hoeveel in- en uitgangen heeft een OPAMP?

A

Twee ingangen en één uitgang!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat sluit je aan U1 aan?

Wat sluit je aan U2 aan?

A

U1 : Geïnverteerde spanning

U2 : Niet-geïnverteerde spanning

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welke vier kenmerken heeft een ideale OPAMP?

A
  • De ingangsimpedanties zijn oneindig groot.
  • De uitgangsimpedantie is nul.
  • De versterkingsfactor is oneindig groot.
  • Er is geen ruis.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is ‘impedantie’?

A

Weerstand van wisselstroom!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat doet een comparator?

A

Een comparator vergelijkt de ingangsspanning met een referentiespanning!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat gebeurt er bij een comparator wanneer de ingangsspanning groter is dan de referentiespanning?

A

Dan komt aan de uitgang een spanning die even groot is als de voedingsspanning van de OPAMP!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat gebeurt er bij een comparator wanneer de ingangsspanning kleiner of gelijk aan de referentiespanning is?

A

Dan is de uitgangssapnning gelijk aan 0V!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat weet je over de uitgangsspanning?

A

Deze kan nooit groter zijn dan de voedingsspanning.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is een inverterende ingang?

A

Een ingang met negatieve potentiaal!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat gebeurt er wanneer je de referentiespanning aansluit aan de +?

A

Dan is de uitgangsspanning voorhanden als de ingangsspanning kleiner is dan de referentiespanning!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat gebeurt er bij een inverterende versterker?

A

Bij een inverterende versterker wordt het ingangssignaal versterkt en ten opzichte van het nulpunt 180° verschoven of geïnverteerd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat gebeurt er bij een niet-inverterende versterker?

A

Bij een niet-inverterende versterker wordt het ingangssignaal versterkt en niet verschoven of geïnverteerd!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat gebeurt er bij een somversterker?

A

Bij een somversterker worden twee of meer ingangssignalen samengesteld en versterkt!

17
Q

Wat gebeurt er bij een verschilversterker?

A

Bij een verschilversterker wordt één signaal geïnverteerd en dan opgeteld bij het andere signaal. Het resulterende signaal wordt versterkt!