Sentences 1 Flashcards Preview

Argentina > Sentences 1 > Flashcards

Flashcards in Sentences 1 Deck (34)
Loading flashcards...
1

Que hiciste ayer?

Wat heb je gisteren gedaan?

2

Ayer he estado en el Ateneo.
Ayer he leido una revista española.

Ik ben gisteren naar Ateneo geweest.
Ik heb gisteren een Spaans tijdschrift gelezen.

3

Puedo probarme esta camisa?

Mag ik dit overhemd passen?

4

Creo que voy a pensario.

Ik denk er nog even over na.

5

Yo me acuesto a las once.

Ik ga om 11 uur naar bed.

6

Yo hago la tarea por la tarde.

Ik doe m’n huiswerk in de middag.

7

Voy en...
Tren
Avion
Subte
Auto
Bicicleta

Ik ga met de...

8

Ir de...
Vacaciones
Compras
Fiesta
Joda

Met vakantie gaan
Gaan shoppen
Naar een feestje gaan
Lol trappen

9

Pasar unos dias con la naturaleza.

Een paar dagen in de natuur doorbrengen.

10

Cuando voy a un casamiento, me visto muy bien.

Als ik naar een bruiloft ga, doe ik iets nets aan.

11

Cuando quiero estar mas linda, me maquillo.

Als ik er mooier uit wil zien, maak ik me op.

12

Si quiero parecer mas alta, me pongo los zapatos con tacos.

Als ik langer wil lijken, trek ik schoenen met hakken aan.

13

Yo mido un metro sesenta y cinco.

Ik ben 1.75 meter lang.

14

Cuando llegaste?

Wanneer ben je aangekomen?

15

El bidet pierde aqua.

Het bidet lekt.

16

El piso esta mojado.
Podes secar el piso por favor?

De vloer is nat.
Wil je de vloer droogmaken?

17

No hay mas papel.
El botton no funciona.

Er is geen toiletpapier meer.
Het toilet trekt niet door.

18

Que hago?

Wat doe ik?

19

Donde esta la tecla para encender la luz?

Waar is de knop om het licht aan te doen?

20

Vos te sentas.

Jij gaat zitten.

21

Lo conoces?

Ken je het?

22

Espero verte pronto.

Ik hoop je snel weer te zien.

23

Lo que aprendo.

Dat wat geleerd heb.

24

Hoy hay un transito terrible.

Vandaag was het verkeer verschrikkelijk.

25

Podes repetir por favor?

Kun je dat herhalen?

26

Que lastima!

Dat is jammer!

27

Que papelon!

What a fool!

28

Tengo el mismo telefono.
Nos gusta la misma musica.
Es lo mismo en Holanda.

Ik heb dezelfde telefoon.
We houden van dezelfde muziek.
Dat is hetzelfde in NL.

29

Quanto tiempo dura la pelicula?
La dura dos horas.

Hoe lang duurt de film?
Hij duurt twee uur.

30

No, no importa.

No, never mind.