Week 13 Flashcards

1
Q

Wat zijn de fysieke effecten van veroudering?

A
  • Toename (35%) lichaamsvet
  • Afname (8%) plasmavolume
  • Afname (17%) totale lichaamswater
  • Afname (40%) extracellulaire lichaamsvocht
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Waardoor is bij het ouder worden de systolische BD hoger en en diastolische BD lager t.o.v. jonge mensen?

A

De bloedvaten worden stijver.
Hierdoor is de terugkaatsende golf al in de systolische fase→ normaal alleen in de diastolische fase.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Hebben ouderen een lager of hoger serumeiwit (zoals albumine)?

A

Lager

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat wordt er bedoeld met de dubbele vergrijzing?

A

Toename van de populatie 80 plussers binnen een populatie ouderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is de belangrijkste factor voor de vergrijzing?

A

Afname in de vruchtbaarheidscijfer.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is de top 3 van zorggebruik en kosten bij ouderen?

A
  1. Dementie
  2. CVA
  3. Accidentele val
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hoe kunnen we de zorg betaalbaar houden?

A
  • Minder zorg
  • Meer zelf betalen
  • Preventie
  • Doelmatiger zorg
  • Rekening houden met budget impact
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoeveel % van de ouderen heeft lichte- en ernstige depressie?

A
  • Licht: 15-20%
  • Ernstig: 2-3%
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat zijn de criteria voor frailty van Fried?

A
  • Gewichtsverlies
  • Uitputting
  • Verminderde lichamelijke activiteit
  • Verminderde loopsnelheid
  • Verminderde handknijpkracht
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Naar welke 4 assen wordt er gekeken met de CGA?

A
  • Somatisch
  • Psychisch
  • Functioneel
  • Sociaal
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is de klinische presentatie van delirium?

A

Patiënten zijn:
- Gedesoriënteerd
- Boos
- Geen aandacht voor de omgeving
- Hyperactief of hypoactief

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat hebben mensen vaak met corticale en subcorticale verschijnselen?

A
  • Corticaal: ziekte van Alzheimer
  • Subcorticaal: vasculair probleem: vertraagd denk tempo.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is sarcopenie?

A

Afname van spierkracht en spiermassa.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is cachexie?

A

Multifactoreel syndroom dat gekenmerkt wordt door ernstig gewichtsverlies en sarcopenie dat niet reageert op de gebruikelijke voedingsinterventies en leidt tot progressieve functionele beperkingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Naar welke 3 punten kijk je bij MUST?

A
  1. BMI
  2. Ongewenst gewichtsverlies
  3. Acuut ziek of verwachting van minder inname?
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Waarvoor wordt MUST gebruikt?

A

Beoordelen van het risico op ondervoeding.

17
Q

Wat is de top 3 farmaca bij bejaarden?

A
  1. Cardiovasculaire middelen
  2. Psychofarmaca
  3. Analgetica (pijnstillers)
18
Q

Hoe veranderd de lichaamssamenstelling bij ouderen?

A
  • Meer vet: lipofiele stof krijgt grotere verdelingsvolume
  • Minder lichaamswater
  • Plasma albumine licht gedaald
19
Q

Wat is er met de fase 1 en fase 2 metabolisme bij ouderen?

A
  • Fase 1: afname
  • Fase 2: weinig verandering