Week 2: Executief functioneren Flashcards
Werkgroep, hoorcollege en Literatuur in één deck babygirl, yur welcome 𐙚 ✮⋆˙🎧ྀི₊˚⊹♡˚˖𓍢ִ໋🦢˚ 1.Het begrip EF kunnen definiëren2.Verschillende executieve functies kunnen noemen3.Verschillende tests kunnen noemen die EF meten bij kinderen (en specificeren welke EF(s) elke test meet)4.Kunnen uitleggen wanneer een score op een cognitievetest ‘afwijkend’ is5.Het belang van diagnostiek van EF kunnen benoemen (53 cards)
Wat zijn executieve functies(EF) volgens de werkgroep?
Samenhangende, cognitieve processen die belangrijk zijn voor doelgericht, efficiënt en sociaal gedrag.
Waarom eindigt EF ontwikkeling pas na 20-25 jaar?
Gerelateerd aan langzame rijping van de PFC
Zet de volgende EF’s in de juiste volgorde. Eerst noem de EF’s die vroeg beginnen te ontwikkelen naar de laastste
Flexibiliteit, Werkgeheugen/concentratie, vooruitdenken/problemen oplossen, inhibitie en concept generatie
Inhibitie, werkgeheugen/concentratie, flexibiliteit en vooruitdenken/probleem oplossen rond dezelfde tijd en daarna concept generatie. Alle beginnen voor het 10e jaar te ontwikkelen.
Wat zijn EF’s die relevant zijn voor iedereen, maar op de slide stond ‘EF’s bij kinderen, maar dus waarschijnlijk relevanter zijn voor kinderen?
- Inhibitie: impulsen onderdrukken
- Zelfregulatie: gevoel van teleurstelling onderdrukken/ emoties
- Zelf-monitoren: inzicht in eigen gedrag en houding
- Spreekvaardigheid (Fluency)
- Inwijding/ initiatie
- Plannen
- Conceptuele redenering
- Cognitieve flexibiliteit: omgaan met veranderingen
- Werk geheugen: actief het geheugen gebruiken
De drie belangrijkste circuits in de prefrontale cortex die belangrijk zijn voor executieve processen.
Noem de circuits en de functies die erbij horen
- Dorsolateraal prefrontaal circuit (DLPFC);
Functie: Executieve vaardigheden die een voorwaarde zijn voor adequate taakuitvoering. - Orbitofrontale circuit (OFC); omvat ook Ventromediale prefrontale cortex (VMPFC)
Functie: Sociale cognitie. - Anterior cingulate gyrus (AGC); Functie: Motivatie en initiatief.
Welke testbatterij wordt meestal gebruikt om verschillende executieve vaardigeden te testen?
De D-KEFS: Delis-Kaplan EF systeem. bestaat uit vijf instrumenten ( Trail Making Test, Tower Test, Design Fluency Test, Color Word Interference Test en de Twenty Questions test) waarmee verschillende executieve vaardigheden in kaart kunnen worden gebracht. Denk bijvoorbeeld aan planning- en organisatievaardigheden, inhibitie, constructievaardigheden, verschillende vormen van aandacht en de cognitieve flexibiliteit.
Uit welke verschillende instrumenten/ testen bestaat de D-KEFS en wat meten ze?
- Trail Making Test meet visuele zoeksnelheid, scannen, verwerkingssnelheid, mentale flexibiliteit en uitvoerend functioneren.
- Tower Test onderzoekt probleemoplossend vermogen. Het instrument kan gebruikt worden voor het vaststellen van een planningsstoornis of planningsprobleem
- Design Fluency Testv meet vaardigheden als visuele aandacht, motorische snelheid, visueel-perceptuele vaardigheden en constructievaardigheden.
- Color Word Interference Test meet het inhibitievermogen en cognitieve flexibiliteit
- Twenty Questions test: het abstract redenatievermogen.
Wat meet de ‘complex figure of Rey’? (Denk aan rare vis met een kruis)
Visueel-ruimtelijk constructief vermogen en visueel geheugen
Doolhoven (subtest WISC intelligentie test), wat meet het?
Deze subtest zegt iets over het
vermogen om te plannen en te organiseren.
Welke testen meten planning vaardigheden?
Towertest en Rey
Welke test meet inhibitie en cognitieve flexibiliteit?
Color-word interference test
Welke test meet abstract redeneren en probleemoplossen
20 Questions test
Wanneer is een score op een cognitieve test afwijkend?
Wanneer de score meer dan 2 SD afwijkt van de leeftijdsnorm
Waarom is het diagnosticeren / diagnostiek van EF van belang?
➔Begrip kweken: geenonwil, maar onvermogen
➔Aanknopingspunten voor begeleidingen behandeling vinden
Noem de drie soorten aandacht (tree of attention)
Selectieve aandacht, gefocuste aandacht en verdeelde/gescheiden aandacht
Welke twee van de drie soorten aandacht zijn worden gecontroleerd/beheerst door EF’s
Selectief en gefocuste aandacht
Twee processen namelijk 1. Selectiviteit (selectieve, gefocust en gescheiden aandacht) + 2. Intensiteit (alertheid, phasic afwisselingen en tonic alertheid) = …
Sustained ‘aanhoudende’ aandacht
Er zijn twee processen die samen aanhoudende aandacht vormen. We hebben het nu over één van de twee: Intensiteit. Wat houdt het in en welke onderdelen zijn er?
Niveau van bewustzijn/ staat van alertheid
1. Alertheid
2. Phasic alertheid
3. Tonic alertheid
Hoe is intensiteit gerelateerd aan aandacht
Intensiteit is een aspect van aandacht en is gerelateerd aan alertheid. Alertheid is de ontvankelijkheid van het CZS voor stimulaties. Alertheid moet worden gehandhaafd om de aandacht te kunnen vestigen op een informatiebron.
Welke rol speelt aandacht bij informatie verwerking?
Elke fase van informatie verwerking heeft tijd nodig, maar sommige informatie is enkel beschikbaar voor een korte tijd. Dus informatie verwerking is afhankelijk op het functioneren van de aandacht processen. Aandacht selecteert relevante informatie en filters niet-relevante informatie.
Defineer Phasic en tonic alertheid (gerelateerd aan intensiteit een aspect van aandacht)
Phasic Is gerelateerd aan kortdurende stimuli in de omgeving (bijvoorbeeld een hard geluid of chaotisch verkeer). Tonisch is gerelateerd aan lange termijn, interne, onbewuste biologische processen (een dip in aandacht na een maaltijd)
Er zijn drie aandacht modellen één daarvan is ontworpen door Norman en Shalice en heet de Mental Schema Theory. Omschrijf hoe het gaat van stimuli (omgeving) naar actie (intern of extern).
In dit model wordt er onderscheid gemaakt tussen routine situaties en niet routine.
1. Routine, automatische en geoefende situaties (geen bewuste aandacht nodig en kan gelijktijdig uitgeoefend worden): Externe stimuli - Sensorische systemen leggen dit vast / nemen dit op - schema’s voor de routine acties worden geactiveerd - CONTENTIE SCHEDULING kiest de sterkste schema - automatische actie is uitgevoerd.
- Niet-routine (bewuste aandacht nodig): Externe stimuli - Sensorische systemen leggen dit vast / nemen dit op - schema’s voor de routine acties worden geactiveerd - CONTENTIE SCHEDULING kan geen automatisch oplossing vinden - de hogere orde SUPERVISORY ATENTIONAL SYSTEM (SAS) wordt geactiveerd - Deze inhiberen de routine schema selectie - veranderd naar een executieve functie benadering - nieuwe doelen en subdoelen vaststellen - deze worden in werkgeheugen gehouden terwijl een nieuw plan wordt gemaakt, en deze wordt gemonitord in vergelijking met oorspronkelijke doel en geüpdatet als her originele doel behaald moet worden
Er zijn drie aandacht modellen één daarvan is ontworpen door Posner & Petersen en heet het Brain Model. Omschrijf dit model
Het brein model omschrijft aandacht als drie functionele netwerken.
1. Vigilance (rechter cerebrale cortex)-: Verantwoordelijk voor alertheid
2. Posterior attentional - : richt zich op visuospatiele aandacht naar de externe wereld
3. Anterior attentional netwerk: Actief en selectief detecteren van informatie en beschermd ons tegen afleidingen. Verdeelt aandacht tijdens multitasking (is een EF)
Multimodale working memory model door ?
Baddeley en Hitch. Een model voor werkgeheugen (primaire geheugen). Zeggen dat het bestaat uit De phonologische loop, visuospatiale sketchpad en episodische buffer. Die worden overzien door de centrale executieve.
- Phonologische loop: Onderhoudt verbale informatie in werk geheugen
- Visuospatiale sketchpad: Onderhoud visuele en spatiale informatie in …
- Episodische buffer: systeem met beperkte capaciteit dat zorgt voor tijdelijke opslag van informatie in een multimodale code, die in staat is informatie uit de secundaire systemen en uit het langetermijngeheugen te binden tot een unitaire episodische representatie.