1C3 week 10 HC 3 & 7 Hyper- en hypocortisolisme Flashcards

1
Q

Welke soorten van het Cushing’s syndroom zijn er?

A
  • ACTH afhankelijk: hypofyse adenoom of ectopische ACTH productie
  • ACTH onafhankelijk: bijnier adenoom/carcinoom of bilaterale bijnier hyperplasie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is het lichamelijke effect van hypercortisolisme?

A

Atrofie van spieren, toename abdominaal vet en osteoporose

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is het endocriene effect van hypercortisolisme?

A

Hypothyroidie, hypogonadisme en toename bijnier androgenen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is het neurologische effect van hypercortisolisme?

A

Depressie, psychose, geheugenstoornissen en slapeloosheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is het metabole effect van hypercortisolisme?

A

Overgewicht, diabetes, hypertensie en dislipedemie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is het effect op coagulabiliteit van hypercortisolisme?

A

Grotere kans op veneuze trombose en pulmonale emboliën

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is de onbehandelde 5 jaars overleving van hypercortisolisme?

A

50% (vooraal cardiovasculair risico)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Waaruit bestaat de diagnostiek van hypercortisolisme?

A
  • Vaststellen hypercortisolisme
  • Differentieren van pseudo-Cushing
  • ACTH afhankelijk?: hypofysair of ectopisch?
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wanneer vindt screening op hypercortisolisme plaats?

A
  • Meerdere en progressieve symptomen
  • Ongebruikelijke symptomen voor leeftijd
  • Therapie resistente DM of hypertensie
  • Bijnierincidentaloom
  • Kinderen met groeiretardie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn symptomen van hypercortisolisme?

A

Centrale adipositas, rood gelaat, glucose intolerantie, spierzwakte, hypertensie, psychologische problemen, hematomen, hirsutisme, amenorroe, abdominale striae, oedeem, Buffalo hump, moon face en osteoporose

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Welke screeningstesten kunnen worden gedaan bij verdenking op syndroom van Cushing?

A
  • Cortisol excretie in 24 uurs urine: 2-3 verzamelingen, beperkte sensitiviteit
  • 1 mg dexamethason suppresie test: normaal < 50 nmol/L
  • Middernachts speeksel cortisol concentratie: verhoogd, hoge sensitiviteit en specificiteit
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn pitfalls bij middernachts speeksel cortisol concentratie meting?

A

Bloed contaminatie tandvlees, shiftwerk, leeftijd en comorbiditeiten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn pitfalls bij dexamethason suppresie test?

A

Oestrogeen gebruik

- Stimulatie CBG -> hogere cortisol waarden bij meting -> fout positief

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is pseudo Cushing en hoe kun je onderscheid maken?

A

Verhoogd cortisol door stress, psychiatrische ziekten, alcohol of drugs, zwangerschap en DM
- Dag en nachtritme blijft bewaard

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat doe je bij verdenking op de ziekte van Cushing?

A

MRI en daarna bilateral sinus petrosus inferior sampling (BSPIS)

  • Bij hypofyse laesie < 6 mm
  • Bij niet zichtbaar hypofyse adenoom
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe werkt BSPIS?

A

Katheters via vena femoralis naar sinus petrosus, ACTH meten na toediening CRH en vergelijken met perifeer

17
Q

Wat zijn vaak de bronnen van ectopische ACTH productie en hoe toon je deze aan?

A

Neuroendocriene longtumoren

- Somatostatine receptor scintigrafie

18
Q

Wat zijn complicaties van ectopische ACTH productie?

A

Infecties, trombose, psychose, hypertensie en hypokaliemie

19
Q

Wat is de behandeling van de ziekte van Cushing?

A

Transsphenoidale adenomectomie, radiotherapie, bilaterale bijnierextirpatie en medicamenteus

20
Q

Wat zijn de kansen na adenomectomie?

A
  • 60-90% remissie en 25% recidief
  • Recidief micro: 5-10% na 5 jaar en 10-20% na 10 jaar
  • Recidief macro: 12-45% na 1,5 jaar
21
Q

Wat zijn kenmerken van behandeling met radiotherapie?

A
  • 60-80% remissie
  • Duur gemiddeld 12-24 maanden tot volledige remissie
  • Kans op hypopituitarisme
22
Q

Wat zijn kenmerken van behandeling met bijnierextirpatie?

A
  • Onmiddelijke controle hypercortisolisme mogelijk
  • Levenslange gluco- en mineralcorticoid suppletie nodig
  • Risico op acute bijnierinsufficiëntie
23
Q

Welke medicatie kan gebruikt worden bij ziekte van Cushing?

A
  • Hypofyse remmen: somatostatine analogen en dopamine agonisten
  • Bijnier remmen
  • GR antagonisten: mifepristone
24
Q

Welke typen bijnierschorsinsufficiëntie zijn er?

A
  • Primair (ziekte van Addison): veel CRH en ACTH, weinig cortisol en andere hormoon aanmaak
  • Secundair: veel CRH, weinig ACTH, atrofische bijnieren
25
Q

Wat zijn kenmerken van primaire en secundaire bijnierschorsinsufficientie?

A
  • Beide: gewichtsverlies, moeheid, spierzwakte, anorexie, psychische klachten, misselijkheid en braken, buikpijn
  • Alleen primair: hyperpigmentatie, hypotensie, zouthonger, vitiligo
26
Q

Waardoor ontstaat de hyperpigementatie en vitiligo bij primaire bijnierinsufficiëntie?

A

Pigmentatie: hoog POMC/ACTH -> veel aMSH -> melanocyten gestimuleerd
Vitiligo: autoimmuun depigmentatie

27
Q

Wat zijn mogelijke oorzaken voor primaire bijnierinsufficiëntie?

A
  • Bij pasgeborenen: aangeboren bijnierhypoplasie
  • Bij jongeren: autoimmuun, X-gebonden adrenoleukodystrofie, TBC
  • Bij volwassenen: autoimmuun, TBC, metastasen, bloedingen, aids
28
Q

Wat zijn mogelijke oorzaken voor secundaire bijnierinsufficiëntie?

A

Hypofysepathologie, hoofd trauma, geisoleerde ACTH deficiëntie, onttrekken corticoiden na langdurig gebruik (Addison Crise)

29
Q

Welke labwaarden verwacht je bij primaire bijnierinsufficiëntie?

A
  • Hypo natriëmie, hyper kaliëmie
  • Hyper calciëmie: door osteoclasten uit bot
  • Hypoglycemie
  • Anemie
  • Eosinofilie, lymfocytose
  • Hoog ACTH, laag cortisol
30
Q

Hoe kun je primaire bijnierinsufficiëntie aantonen?

A

SynACTH test: ACTH inspuiten en cortisol meten

  • Cortisol > 525 nmol/L
  • dCortisol > 190 nmol/L
31
Q

Hoe kun je secundaire bijnierinsufficiëntie aantonen?

A
  • Insuline test: counterregulatie, cortisol > 525 nmol/L

- Metopiron test

32
Q

Hoe werkt de metopiron test?

A

Remt 11b-desoxyhydrogenase

- Cortisol daalt, dus ACTH en 11-desoxycortisol horen te stijgen (> 350)

33
Q

Wat is de behandeling van primaire en secundaire bijnierschorsinsufficiëntie?

A
  • 15-30 mg hydrocortison in 2-3 dosis
  • 0,1 mg 9a-fludrocortison = aldosteron equivalent (alleen bij primaire insufficiëntie)
  • Bij vrouwen 50 mg DHEA (grondstof testosteron)
34
Q

Hoe beïnvloedt cortisol de bloeddruk?

A

Bloeddrukstijging

  • Plasma volume neemt toe
  • Potentieert vasopressine, angiotensine en catecholaminen tot vasoconstrictie
  • Remt bradykinine en PGE2 vasodilatatie
35
Q

Hoe merk je bijnierinsufficiëntie tijdens ziekte?

A

Onverklaarde collaps, onvoldoende respons op inotropica of koorts zonder reactie op antibiotica

36
Q

Waarom worden corticosteroïden ook gegeven als anti-inflammatoir middel?

A

Suppresie cytokinen, inhibitie lymfocyten, antistoffen en fagocytose

37
Q

Waar hangen complicaties van corticosteroïd gebruik van af?

A

Dosering, duur van gebruik, wijze van gebruik, gevoeligheid en metabolisme

38
Q

Wat zijn complicaties van corticosteroïd gebruik?

A
  • Acuut: ontregeling DM, vochtretentie, ulcus, psychose
  • Chronisch gebruik: syndroom van Cushing
  • Suppresie HPA-as na meer dan 3 weken 20 mg per dag: afbouwschema nodig
39
Q

Wat doe je met de corticosteroid dosering bij verschillende soorten ingrepen?

A
  • Kleine ingreep: 2x zoveel (50mg)
  • Grote ingreep: 75-150 mg
  • Critical illness: 200-300 mg