TV Flashcards

1
Q

Welke kleppen zijn meer apicaal verplaatst bij een morbus ebstein?

A

Posterior en septaal, anterior niet.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is een ander woord voor de septale klepblad?

A

mediale klepblad

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is een ander woord voor de anterior klep?

A

Anterosuperior

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is een ander woord voor de postior klep?

A

De inferiorklep

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Welke klep is meestal het grootst?

A

de anterior (ook wel anterosuperior klep)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat zijn o.a. comorbiditeiten bij een morbus ebstein?

A
  • ASD
  • VSD
  • PS
  • ccTGA
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wanneer spreek je van een morbus ebstein?

A

wanneer de aanhechting van het septale klepblad tov het voorste MV klepblad geindexeerd > 8 mm/m² is.
Normaal is 0-10 mm, morbus ebstein bij 7-50 mm

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn de anatomische/echografische gevolgen van een m. ebstein?

A

matige tot ernstige TI met als gevolg volume belasting voor RA en RV. Verminderde transportfunctte van zowel RA en RV

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is een TV-prolaps?

A

syst. doorbolling van 1 of meerdere klepbladen boven de annulus uit het RA in. Komt minder vaak voor dan MVP.

Minimaal de 4CH en 5CH nodig om TVP uit te sluiten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Waar moet je op letten bij een MVP?

A

op een TVP, bij een kwart komt ook een TVP voor.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

hoe uit een tricuspidalisatresie zich en wat zijn evt comorbiditeiten?

A

Geen aanleg of doorgang TV, onderontwikkelde RV. Er moet een shunt ontstaan, anders niet levensvatbaar, meestal ASD en vaak een VSD. Echocardiografisch een dikke echogene band ipv TV. Soms zijn enkele klepstructuren zichtbaar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn de gevolgen van een TS?

A

Drukbelasting voor RA en Vena cavae, waardoor de VCI een verminderde collaps krijgt en de RA dilateerd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Waardoor ontstaat een TS?

A

Komt weinig voor, meestal aangeworven, bv door carcinoïd of löfflers endocarditis, endocarditis van TV, PM-endocarditis of PM-leadadhesie. Ook serotonine uit de lever (bij carcinoïd) kan het rechterharthelft aantasten. Het veroorzaakt een neerslag van fibreus weefsel op het endocard. Hierdoor verstrijft en verdikt het endocard en dit zie je aan de TV: Meestal gering stenotisch en meestal ernstig insufficiënt, vrijwel gefixeerd klepostium met bolle klep en amper beweging.

PS kan hierdoor ook ontstaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Hoe beoordeel je de ernst van een TS? (5)

A
  • RA-grootte meten.
  • Doppler-piekdrukverschil: normaal niet vaak over de 0.7 m/s.
  • Gemiddelde drukverschil: normaal < 2 mmHg. Belangrijk drukverschil >= 5 mmHg
    Afhankelijk van duur diastole en daarmee de hartfrequentie. HF daarbij benoemen.
  • P1/2T. Hemodynamisch belangrijk >190 ms.
  • Ostiumopp met continuiteitsvergelijking: (220/P1/2T) alleen indien geen TI is, anders niet nauwkeurig. <= 1 cm² is afwijkend.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Bij welke ademhaling meet je een TS? Waarom?

A

Bij uitademing.

Flowsnelheden nemen bij inademing toe.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zijn de oorzaken van een TI?

A

Meestal door annulusverwijding/dilatatie van de RV, wat een vicieuze cirkel met elkaar vormt.

17
Q

Wat is primaire TI?

A

TI veroorzaakt door:

  • prolaps
  • endocarditis
  • carcinoïd
  • myxomateuze degeneratie
  • chordaruptuur/ papillairspierruptuur/klepruptuur
  • aanwezigheid v pm-leads
18
Q

Hoe ontstaat bij een totaal AV-blok diastolische TI?

A

Hierbij ontstaat mogelijk diastolische TI, door stijging diastolische druk in RV. Door de atriale contractie stijgt de diastolische druk in de RV, die dan boven de RA druk uit komt. Daarna relaxeerd het RA waardoor er diastolische TI ontstaat.

Doordat de P-top zo vroeg kan vallen, kunnen de drukken in de RV al hoger zijn dan in het RA, voordat het QRS complex er is, waardoor er diastolische TI is. Dichte kleppen met nog tijd over tot het QRS complex er is.

19
Q

Wat zijn de gevolgen van een TI

A

Volumebelasting v RA en RV, waardoor stijging van de diastolische RV druk en dus de centraal veneuze druk.
Hierdoor treedt leververgroting, oedeem aan de enkels en in extreme gevallen ascitis op.

Bij ernstige TI kan het HMV afnemen.

20
Q

Wanneer spreek je van annulusdilatatie en op welk moment meet je dit?

A

Dit meet je diastolisch.

Bij >= 21 mm/m² of >35 mm

21
Q

Wanneer spreekt men van toegenomen klepbladbeweegelijkheid?

A

Bij

  • prolaps
  • endocarditis
  • chordaruptuur
  • papilllairspierruptuur
  • klepruptuur
22
Q

Waar past syst. malcoaptatie van de TV bij?

A

bij ernstige TI

23
Q

Wat is een paradoxale septumbeweging bij volumebelasting vd RV?

A

Syst. normaal

Diast. dijdt de RV uit naar links.

24
Q

Wat zijn de gevolgen voor de VCI van een chronische ernstige TI?

A

toegenomen diameter met verminderde collaps

25
Q

Wat is de carpentier classificatie van de TI?

A

Type I: klepbladperforatie/annulusverwijding

Type II: toegenomen beweeglijkheid door prolaps van 1 of meerdere klepbladen

Type III: verminderde beweeglijkheid van 1 of meerdere klepbladen door reumatische ziekte, verkalking of toxische valvulopathie.

26
Q

Wanneer is de VC ernstig bij een TI?

Hoe meet je dit?

A

> = 7 mm = ernstig

diameter van de smalste, snelste deel vd jet, op de plaats waar deze de TV doorgaat.

Correleerde beter met de PISA methode dan de longveneflow, het regurgiterende volume en het RA hoog sensitief, hoog specifiek.

27
Q

Wanneer is een EROA ernstig en wat is dit ook alweer?

A

Effective regurgitative orface area, trace van het CW signaal vd TI.

Ernstig bij EROA >= 40 mm²/ regurgiterend volume van >= 45 ml

28
Q

Bij wat voor PISA is er sprake van een belangrijke TI en welke nyquist grens gebruik je hierbij?

A

PISA van >= 9 mm

Belangrijke TI bij:

  • nyquist-grens van > 28 cm/s
  • straal van < 5 mm
29
Q

Wat is een normaal vullingspatroon vh TV ostium en wanneer is dit toegenomen?

A

CW-signaal ostium is normaal 0.6 m/s
Kan toenemen tot 1.4-1.8 m/s

Toenemend bij toenemende ernst vd TI, echter geen zwart-wit verhaal

30
Q

Wat zegt de flowrichting in de levervenen?

A

Dit geeft een betrouwbare reflectie vd ernst vd TI. Zowel met PW als met collor doppler.

Bij ernstige TI syst. rode backflow met syst. leververgroting die je zelfs zou kunnen voelen als echolaborant (positieve leverpols).

vooral wanneer de backflow holosyst. is, is er sprake van ernstige TI

31
Q

Wat zegt de grootte van het kleuropp over de TI?

A

Kwalitatieve maat, maar niet aan te raden voor de ernst vd TI. Kan beïnvloed worden door hemodynamische en technische factoren.

TI-jet is soms vrij plat en niet kegelvormig. Om de jet goed in beeld te krijgen moet je de oorsprong vd TI in het midden plaatsen en om de lengteas roteren tot de jet een zo groot mogelijk opp heeft.

32
Q

Wat voor tumoren kan een TV hebben?

A

Myxoom aan de TV

Non hodgkin lymfoon

Papillair fibro-elastoom