5.4 – Positieve interventies Flashcards

1
Q

Waar ligt de nadruk op bij positieve interventies?

A

het creeëren van positieve ervaringen in het werk en op het ontwikkelen van positieve eigenschappen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Veerkracht onderscheidt zich van de andere kenmerken van psychologisch kapitaal doordat het zowel proactieve als reactieve gedragingen omvat. Noem voorbeelden van zowel proactieve als reactieve gedragingen.

A

Proactief: het aangrijpen van een gebeurtenis als gelegenheid tot persoonlijke groei.

Reactief: het herkennen en accepteren van de impact van de gebeurtenis en het investeren van tijd, energie en hulpbronnen in herstel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Volgens Scherer (2000) ontstaan zowel positieve als negatieve emoties via een proces dat bestaat uit vier elementen. Welke elementen zijn dit?

A
  1. de situatie
  2. de aandacht die iemand heeft voor de situatie
  3. de beoordeling van de situatie
  4. de reactie naar aanleiding van de situatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Waarom richt de positieve psychologie zich op het onderzoeken van positieve ervaringen, positieve eigenschappen en positieve instituties?

A

Omdat het doel van de positieve psychologie verder gaat dan alleen preventie en het bestrijden van gezondheidsrisico’s. De positieve psychologie richt zich op het laten floreren van mensen door ze energiek, enthousiast en gezond te houden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn sterke punten

A

persoonlijkheidskenmerken die zich manifesteren wanneer mensen optimaal functioneren en waarin mensen zich onderscheiden van anderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is een veelgebruikt meetinstrument om sterke punten in kaart te brengen?

A

VIA character strenghts survey

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hoe kan de sterke-punteninterventie bijdragen aan het floreren op de werkvloer, bijvoorbeeld door met het team de Via character strengths survey in te vullen en gezamenlijk te bespreken?

A

Doordat iedereen meer inzicht krijgt in zijn sterke punten, kan gekeken worden hoe iedereen deze punten verder kan inzetten in zijn of haar werk. Kan er bijvoorbeeld geschoven worden met taken (dit wordt teamcrafting genoemd) of zijn er andere creatieve manieren om sterke punten verder tot hun recht te laten komen?

Verder is het goed om van elkaars sterke punten op de hoogte te zijn en juist diegenen bij bepaalde projecten te betrekken die daar energie van krijgen. Op deze manier kan een werkcultuur ontstaan waarin optimaal gefloreerd kan worden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is teamcrafting?

A

Teamcrafting is een vorm van jobcrafting die uitstekend geschikt is om de positieve eigenschappen en sterktes van individuele teamleden binnen een team in te zetten voor het gemeenschappelijk belang. Dit sluit aan bij wat de individuele teamleden graag doen en waar ze goed in zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Hoe kunnen dankbaarheidsinterventies op het werk worden ingezet?

A

Dankbaarheidsinterventies zijn makkelijk uit te voeren en vragen lang niet altijd de inzet van een coach of trainer. Medewerkers kunnen zelf aan de slag met een dankbaarheidsdagboekje, of iedere dag iets benoemen waar ze dankbaar voor zijn.

Ook centraal zijn er allerlei mogelijkheden om dankbaarheid op de werkvloer te vergroten. Denk aan een dankbaarheidsmuur, vergaderingen beginnen met een rondje om een collega te bedanken, mailtjes sturen waarin je een collega bedankt etc.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Waar richt de positieve psychologie op?

A

Het bestuderen van positieve ervaringen, positieve eigenschappen en positieve instituties.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Waar is de positieve psychologie op gebaseerd?

A

Ideeen uit de humanistische psychologie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Waar richten interventies van de positieve psychologie zich op?

A

Cultivatie van positieve ervaringen of het ontwikkelen van positieve eigenschappen en instituties.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Waar hangt de effectiviteit van de interventies van de positieve psychologie van af? 2x

A
  1. Actieve betrokkenheid van deelnemers
  2. De mate waarin de deelnemers een vertaalslag van de interventies naar de werkplek kunnen maken.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Individuele verschillen in welbevinden worden sterk bepaald door genetische factoren. Maar men kan ook zelf het eigen geluksniveau beïnvloeden. Als mensen worden aangezet tot positieve activiteiten zoals dankbaar of optimistisch zijn, zij significant gelukkiger zijn. Het gaan vaak om manieren om onze aangeboren negativity bias te verminderen.

Waar verwijst deze negativity bias naar?

A

De menselijke eigenschap om aandacht te vestigen op de negatieve dingen in plaats van positieve.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat houdt het fenomeen hedonic adaptation in?

A

De neiging om snel terug te keren naar het basisgeluksniveau ondanks de positieve gebeurtenissen in het leven.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Waar richten veel positieve interventies zich op?

A

Onze aandacht te leiden naar positieve ervaringen en positieve eigenschappen om zo gewenning aan positieve ervaringen te voorkomen en tegenwicht te bieden aan de negativity bias.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Volgens Lyubomirsky en Layous zijn 4
verschillende mechanismen verantwoordelijk voor de werkzaamheid van positieve interventies. Positieve activiteiten leiden tot een verhoogd welzijn via:

A
  1. Positieve emoties
  2. Positieve gedachten
  3. Positieve gedragingen
  4. Vervulling van psychologische basisbehoeften
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Wat zijn de 3 psychologische basisbehoeften?

A
  1. Competentie
  2. Autonomie
  3. Sociale verbondenheid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Wat is de bekendste verklaring voor de effectiviteit van positieve interventies?

A

Positieve emoties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Waarom is volgens de broaden en build theorie het zo dat positieve emoties een verklaring zijn voor de effectiviteit van positieve interventies? 3x

A
  1. Positieve emoties leiden tot een bredere aandacht focus
  2. Positieve emoties leiden tot een breder gedragsrepertoire
  3. Bredere aandacht en breder gedragsrepertoire dragen bij aan het bouwen van sociale, fysiologische en cognitieve hulpbronnen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Werknemers worden vaak gezien als passieve ontvangers van interventies die gericht zijn op gezondheids- of welzijnsbevordering. Dit staat in contrast met meer participatieve processen. Wat houdt dit in?

A

Hierbij zijn de werkgever en werknemer samen verantwoordelijk voor het ontwerp van een interventie en besluiten samen welke methode wordt gebruikt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Op welke 5 factoren kunnen positieve interventies gericht zijn?

A
  1. Vergroten van dankbaarheid
  2. Identificeren en gebruiken van sterke punten
  3. Vergroten van psychologisch kapitaal
  4. Prioritiseren van positieve emoties
  5. Reguleren van eigen gedrag
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Dankbaarheid is een complexe emotie waarbij veel cognitieve processen betrokken zijn. Welke 2 bijvoorbeeld?

A
  1. Vermogen om onderscheid te maken tussen het zelf en de ander
  2. Vermogen om de gift of actie van de ander als intentioneel en vrijwillig te zien.
24
Q

Welke 4 factoren zijn positief gecorreleerd met dankbaarheid?

A
  1. Levensgeluk
  2. Tevredenheid
  3. Vitaliteit
  4. Geluk
25
Q

Welke 3 factoren zijn negatief gecorreleerd met dankbaarheid?

A
  1. Depressie
  2. Angst
  3. Agressie
26
Q

Wat zijn 2 theorieën die de effecten van dankbaarheid verklaren?

A
  1. Cognitieve mechanismen volgens de Broaden en build of positive emotions (Fredrickson).
    dankbaarheid verbreedt zich door negatieve of ambigue situaties steeds positiever te interpreteren. Door positievere herinneringen aan ervaringen in het verleden en door meer aandacht te geven aan positieve in plaats van negatieve prikkels in de omgeving. Er worden zo emotionele en fysieke hulpbronnen opgebouwd, welke
    ingezet kunnen worden als men met stressoren moeten omgaan, zo verbetert het welbevinden
  2. Psychosociale mechanismen volgens Broaden and build of positive emotions (Fredrickson)
    dankbaarheid zet mensen aan tot creatief nadenken over manieren om degene die men dankbaar is te
    bedanken. Zo gaan mensen vaker prosociale activiteiten ontplooien: zoals aanbieden van hulp/steun > positievere relaties > vaker steun > hoger psychologisch en fysiek welbevinden
27
Q

Wat zijn 5 interventies die dankbaarheid te verhogen/stimuleren?

A
  1. Dankbaarheidsdagboeken
  2. Three good things in life
    (3 goede dingen opschrijven die in een bepaalde periode zijn gebeurd)
  3. Brief schrijven
  4. Dankbaarheidspot
  5. Dankbaarheidsmuur
28
Q

Wat houdt het ‘best-self concept’ in?

A

Dit verwijst naar de mentale representatie van kenmerken, talenten en kwaliteiten als mensen op hun best zijn.

29
Q

Op welke 2 manieren ontwikkelt men zijn best-self concept?

A
  1. Gebruiken van sterke punten
  2. Erkenning te krijgen van sterke punten
30
Q

Tot welke 4 uitkomsten leidt het gebruik van sterke punten?

A
  1. Bevlogenheid
  2. Zelfvertrouwen
  3. Prestaties
  4. Lager ziekteverzuim
31
Q

Wat stelt de ‘happy-productive worker thesis’?

A

Dat mensen die positieve gevoelens ervaren beter presteren dan anderen doordat ze:
1. Hogere doelen stellen
2. Meer moeite doen om de doelen te bereiken
3. Beter in staat zijn sociale steun te mobiliseren die hen kan helpen bij het bereiken van doelen

Een positieve gemoedstoestand leidt ook tot
toenaderingsgedrag en onderzoekend gedrag, dit kan zich uiten in innovatief werkgedrag of extra-rolgedrag.

32
Q

Door sterke punten aan te spreken kan iemand functioneren op de toppen van het kunnen, dit brengt gevoelens van energie en authenticiteit teweeg. Dit leidt tot meer werkbevlogenheid.
Wat zijn de 3 kenmerken van bevlogenheid?

A
  1. Vitaliteit: meer moeite en energie in het werk stoppen
  2. Toewijding: trots zijn op hun werk en geïnspireerd raken door het werk wat ze doen
  3. Absorptie: volledig opgaan in de taken die zij uitvoeren
33
Q

Op welke 3 dingen richten sterke-punten interventies zich?

A
  1. Identificeren
  2. Ontwikkelen
    3 Gebruiken
    van sterke punten
34
Q

Uit welke 5 stappen bestaat het sterke punten interventiemodel van Miglianico et al?

A
  1. Deelnemers informeren over principes achter sterke punten benadering en voorgestelde interventies
  2. Sterke punten van deelnemers geïdentificeerd met psychometrisch instrument (StrengthsFinder, VIA-Survey, StrengthProfile) of met open benaderingen (history line, feedforward interview of reflected best-self exercise)
  3. Het integreren van sterke punten in de identiteit van de persoon.
  4. Deelnemer kiest wat voor veranderingen in werk hij wil doorvoeren om beter sterke punten te kunnen
    gebruiken.
  5. Deelnemer kijkt terug op vooruitgang in termen van bewustzijn en gebruik van sterke punten, het bereiken van vooraf gestelde doelen of algemeen welbevinden
35
Q

Welke 4 ontwikkelbare eigenschappen vormen het psychologisch kapitaal van het individu en worden verondersteld tot synergistische effecten te leiden?

A
  1. Hoop
  2. Optimisme
  3. Veerkracht
  4. Zelfvertrouwen
36
Q

Wat houdt hoop in?

A

het positieve vertrouwen dat iemand een doel kan bereiken door energie en plannen te combineren.

NB.
1. Hoopvolle mensen zien negatieve gebeurtenissen als iets tijdelijks en kunnen diverse strategieën inzetten om hun doel te bereiken.
2. Hoopvolle werknemers zijn succesvoller en tevredener met hun baan.

37
Q

Wat houdt optimisme in?

A

De verwachting van positieve uitkomsten.

NB.
1. Hoop richt zich meer op bereiken van doelen, optimisme richt zich meer op de algemene verwachtingen t.a.v. gebeurtenissen.

  1. Optimisten zijn mensen die positieve
    gebeurtenissen toeschrijven aan externe, veranderlijke en specifieke oorzaken. Het gaat hierbij niet om onrealistische verwachtingen maar om een reële inschatting van wat haalbaar is in een situatie.
  2. Optimisme is positief gerelateerd aan werkprestaties, -tevredenheid en -geluk.
38
Q

Wat houdt veerkracht in?

A

Veerkracht gaat om het op een positieve manier omgaan met negatieve gebeurtenissen zoals tegenslag, onzekerheid, conflict en falen. Maar ook met overweldigende gebeurtenissen zoals toegenomen verantwoordelijkheden.

39
Q

Hoe onderscheidt veerkracht zich van optimisme, zelfvertrouwen en hoop?

A

Veerkracht onderscheidt zich door reactieve en positieve gedragingen.

1.Reactieve gedragingen zijn het herkennen en accepteren van de impact van de gebeurtenis en het investeren van tijd, energie en hulpbronnen in herstel.

  1. Bij proactieve gedragingen gaat het om het aangrijpen van de gebeurtenis als gelegenheid voor persoonlijke groei. Zo kan het goed te boven komen van tegenslag leiden tot het ontwikkelen
    van veerkracht.

NB. Veerkracht is positief gerelateerd aan prestaties en behoud van gezondheid en welbevinden en werktevredenheid bij werknemers die te maken hadden met grote veranderingen of tegenslagen.

40
Q

Wat houdt zelfvertrouwen in?

A

De overtuiging dat men in staat is de motivatie, cognitieve vermogens en handelingen te verrichten die nodig zijn voor het succesvol volbrengen van een bepaalde taak in een bepaalde context.

41
Q

Waar is zelfvertrouwen een belangrijke voorspeller van?

A
  1. Werkprestaties
  2. Bevlogenheid
42
Q

Luthans et al. hebben de psychological capital intervention ontwikkeld die bestaat uit kleine interventies om zo psychologisch kapitaal te ontwikkelen.

Wat doen ze om hoop, zelfvertrouwen, optimisme en veerkracht te stimuleren?

A
  1. Hoop: persoonlijke doelen opstellen die concreet en meetbaar zijn en gericht op een positief doel, en om kleinere tussendoelen te stellen. Hoopvolle mensen ontwikkelen steeds nieuwe strategieën om doelen te bereiken. Om deze eigenschap te ontwikkelen worden deelnemers uitgedaagd om diverse manieren te bedenken die leiden tot het behalen van het gestelde doel. Deelnemers helpen elkaar vervolgens in kleine groepen bij het
    bedenken van meer manieren. Tot slot dienen deelnemers te reflecteren op mogelijke obstakels die ze tegen kunnen
    komen en hoe zij hiermee kunnen omgaan.
  2. Zelfvertrouwen: door deelnemers uit te dagen in dit proces, hun positieve feedback te geven en andere deelnemers als rolmodel te laten optreden. Dit leidt tot positieve emoties waardoor ze vertrouwen krijgen in hun vermogen om nieuwe plannen te ontwikkelen om doelen te behalen.
  3. Optimisme: door deelnemers positief terug te laten kijken naar het verleden, het heden te leren waarderen en hen te laten zoeken naar mogelijkheden in de toekomst.
  4. Veerkracht: Door de feitelijke impact van de tegenslag te benoemen wordt getracht veerkracht en optimisme verder te ontwikkelen.
43
Q

Volgens Scherer ontstaan positieve en negatieve emoties uit een proces van 4 elementen. Welke 4?

A
  1. De situatie
  2. De aandaht die men heeft voor de situatie
  3. De beoordeling van de situatie
  4. De reactie n.a.v. de situatie
44
Q

Waar is veel onderzoek naar emoties op gericht?

A

het beperken van de impact die negatieve emoties op ons
hebben. Woede, vijandigheid, agressie, verdriet, angst en schaamte kunnen leiden tot fysieke klachten en
hartaandoeningen

45
Q

Gross heeft het model van emotion regulation ontwikkeld, dit stelt dat er 5 overkoepelende strategieën zijn om emoties te reguleren. Welke 5?

A
  1. Situation selection: men richt zich op het selecteren van situaties die positieve emoties opleveren.
    Bijv. flexplek kiezen naast plezierige collega
  2. Situation modification: situatie wordt in het moment aangepast om deze zo plezierig mogelijk te maken.
    Bijv. Afscheid van collega is verdrietig maar met een speech toch positief afsluiten
  3. Attentional deployment: de situatie wordt niet aangepast maar de aandacht binnen de situatie wordt verlegt waardoor iemand andere emoties ervaart.
    Bijv. Negatief punt even parkeren en later bespreken zodat hij nu focust op andere dingen.
  4. Cognitive change: beoordeling van de situatie veranderen.
    Bijv. Manager presenteert waarbij kritische vragen worden gesteld. Hij kan dit negatief ervaren maar ook positief omdat de medewerkers open en betrokken zijn
  5. Response modulation: aanpassen van gedrag en fysiologische reacties die ontstaan door bepaalde situatie.
    Bijv. Medewerker hoort van klant die niet tevreden is, kan de schuld bij klant leggen of samen met klant zoeken naar oplossingen
46
Q

Mauss et al. heeft onderzoek gedaan dat zich richtte op de response-modulation strategie. Wat heeft hij aangetoond met dit onderzoek?

A

Dat mensen die gestimuleerd werden om
in het moment zo veel mogelijk geluk te ervaren, niet meer geluk ervaarden dan mensen die hier niet toe gestimuleerd werden. Deze mensen ervaarden juist een lager geluksniveau. Mensen waren mogelijk teleurgesteld in de mate van positieve emoties die bij hen werden opgeroepen en vonden dat ze meer hadden moeten genieten dan dat ze gedaan hadden.

47
Q

Hoe heet de strategie waarbij men bewust positieve situaties opzoekt?

Is deze strategie effectief volgens onderzoek?

A

Prioritizing positivity

Ja

48
Q

Wat zegt de broaden & build theory of positive emotions over de prioritizing positivity strategie?

A

Mensen die hoger scoren op prioritizing positivity ook meer persoonlijke hulpbronnen genereren, waaronder zelfcompassie, mindfulness, veerkracht en positieve relaties met anderen.

49
Q

Datu en King onderzochten ook prioritizing positivity maar gebruikten een longitudinaal design met drie meetmomenten en tussenposen van een maand.
Wat vonden ze?

A
  1. Zij vonden ook dat het prioriteren van positieve emoties leidt tot het ervaren van meer positieve emoties en zo tot meer welbevinden en tevredenheid met het leven.
  2. Ook vonden ze bewijs voor de opwaartse spiraal: prioriteren positieve emoties  ervaren meer positieve emoties  positieve
    emoties sterker prioriteren.
50
Q

Wat zijn persoonlijke hulpbronnen?

Wat is het verschil met psychologisch kapitaal?

Noem 6 voorbeelden.

A

Persoonlijke hulpbronnen zijn de kenmerken die samenhangen met weerbaarheid en die aangeven in hoeverre het individu voelt dat hij de capaciteiten heeft om met succes de omgeving te controleren en beïnvloeden.

Persoonlijke hulpbronnen worden breder geïnterpreteerd dan psychologisch kapitaal.

Voorbeelden van persoonlijke hulpbronnen
zijn: zelfvertrouwen, intelligentie, gezondheid, energie, toekomst perspectief en eigen effectiviteit.

51
Q

Wat stelt de conservation of resources (COR) theorie?

A

dat mensen persoonlijke hulpbronnen investeren om
om te gaan met ongunstige (werk)omstandigheden, waardoor deze tot minder negatieve (werk)uitkomsten leiden
en om andere hulpbronnen te genereren die tot positieve (werk)uitkomsten leiden

52
Q

Wat is een verklaring voor het positieve verband tussen persoonlijke hulpbronnen en welbevinden?

A

Zelfregulerend gedrag: strategieën die mensen gebruiken om de fit tussen
henzelf en de (werk)omgeving actief te beïnvloeden of daar actief op te reageren

53
Q

Wat is het Selection, Optimization and Compensation (SOC) model?

A

Het model omvat 3 zelfregulatiestrategieën:

  1. Selectie:
    betekent dat werknemers het aantal taken en doelen op het werk verminderen.
  2. Opimalisatie:
    betekent dat werknemers hun persoonlijke hulpbronnen optimaliseren en meer tijd en energie steken in het behalen van werkdoelen
  3. Compenstie:
    e houdt in dat werknemers hulp vragen van anderen of hulpmiddelen inzetten om hun werkdoelen te behalen. Deze strategieën helpen werknemers om de fit tussen zichzelf en de (werk)omgeving te herstellen of optimaliseren en leidt zo tot meer welbevinden.
54
Q

Ouweneel et al. toetsten een online-interventie om persoonlijke hulpbronnen, welzijn en persoonlijke effectiviteit te
vergroten. Deelnemers moesten in 8 weken 25 opdrachten uitvoeren. Het bestond uit 3 typen online opdrachten. Welke 3?

Leidde de interventie tot een verhoogd welbevinden bij alle deelnemers?

A
  1. Opdrachten rondom het vergroten van geluk, zoals aardig zijn op het werk
  2. Opdrachten rondom het stellen van werkgerelateerde doelstellingen gebaseerd op individuele feedback op
    basis van een online vragenlijst.
  3. Opdrachten gerelateerd aan ontwikkelen van hulpbronnen zoals zelfdoeltreffendheid om te leren omgaan
    met stressvolle gebeurtenissen op het werk.

Nee, alleen bij deelnemer met een lage initiële score op welbevinden.

55
Q

Waar is de ideale interventie gebaat bij?

A

Bij maatwerk. Er dient rekening gehouden te worden met de inbedding van de
interventie in de organisatiecontext en de aansluiting van de interventie bij de behoeften van deelnemers.