4. Doelgerichte keuzes Flashcards Preview

Action > 4. Doelgerichte keuzes > Flashcards

Flashcards in 4. Doelgerichte keuzes Deck (11):
1

Hoe zijn de laterale prefrontale cortex, de orbitofrontale cortex, en de anterieure cingulate cortex betrokken bij doelgerichte keuzes?

lPFC: Staatrepresentatie; de specifieke staat van de omgeving, om optimaal gedrag te bepalen. Houdt zich wellicht ook bezig met verwachte beloning en de toepassingen of waarde geassocieerd met verschillende staten van de omgeving.

OPFC: Waarderepresentatie; past strategieen aan wanneer situatie verandert, houdt rekening met voorkeuren, attribueert waarde aan verwachte uitkomsten, en encodeert vooral voor verwachte uitkomst, zelfs wanneer de uitkomst bepaald wordt door de eigen keuze.

ACC: Uitkomstevaluatie; kosten en baten van alternatieve gedragingen. Optimale keuze bij het integreren van uitkomsten van voorgaande keuzes. Uitkomstevaluatie en het updaten van keuzestrategieen.

2

Welke hersengebieden zijn op welke manier betrokken bij sociale interactie?

Orbitofrontaal: agressie en sociale dominantie.
lPFC: context waarin activiteit geupdate wordt gedurende interactie.
ACC: Interesse in het vergaren van informatie uit sociale stimuli zoals gezichten, en sociale perceptie (misschien samen met de amygdala).

3

Wat stelt de somatic marker hypothesis?

Op emotie gebaseerde signalen ontstaan in het lichaam en worden geintegreerd in hogere hersengebieden, vooral de ventromediale cortex, om vervolgens keuzegedrag te reguleren in complexe situaties.

4

Welke neurale circuits zijn er onder andere betrokken bij de somatic marker hypothesis?

Het limbisch systeem
De VMPFC/OPFC
Somatosensorische cortex
Insula
Basale ganglia

5

Wat zegt Damasio over de reden van de zogenaamde "acquired sociopathy"?

Door schade aan de VMPFC kunnen mensen emotie-gebaseerde signalen uit het lichaam niet meer gebruiken (somatische markers).

6

Hoe werkt de IOWA gambling task?

Er worden 4 stapeltjes kaarten gegeven, waarbij iedere stapel een andere beloning en straf kent (soms pas na een bepaald aantal keer een kaart trekken). Het wordt aangenomen dat mensen niet in staat zijn om te beredeneren wat het best zal werken. In plaats daarvan zorgen somatische markers ervoor dat ze goede keuzes maken. Onder andere geleiding van de huid hing samen met succesvol leergedrag. De patienten met een VMPFC laesie waren meer gedreven door directe beloning en hadden een 'myopia for the future'. Hieruit werd opgemaakt dat zij de somatische markers niet kunnen gebruiken om hun keuze te beinvloeden.

7

Wat is onder andere de kritiek op de IGT?

Er is gevonden dat de taak wel te doorzien is. Hoe langer mensen de taak doen, hoe beter ze snappen hoe het werkt.

De taak promoot eerder expliciet in plaats van impliciet leren, omdat de straf en beloning steeds hetzelfde blijft en mensen veel tijd krijgen om na te denken.

8

Met welk hersengebied is self-referential thought en het default mode network vooral gerelateerd?

De mediale prefrontale cortex.
Daarnaast ook de 'medial mystery parietal cortex'.

9

Welke problemen kunnen er onder andere optreden bij, of zijn gerelateerd met, een probleem in de default mode activiteit?

Alzheimer, Schizofrenie.
Het is nuttig voor toekomstige acties.
Veel neuronen hebben alleen interne connecties en geen connecties met de zintuigen.

10

Waar vindt het wegen van de waarde van verschillende opties plaats?

In de ventromediale prefrontale cortex.

11

Waar worden waardeassociatie representaties gecodeerd?

In de orbitofrontaalcortex.