Verklaring hst 3 Flashcards

1
Q

Wat betekend “Lineair-Causaal” denken?

A

Men veronderstelt een rechtstreeks en rechtlijnig verband tussen oorzaak en gevolg. Dit is typerend voor het biologisch ziektemodel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is het “circulair interactiemodel”?
(Voorbeschikkende factoren)
(uitlokkende factoren)
(Bestendigende factoren)

A

Het bestudeerde verschijnsel (stoornis) wordt geplaatst binnen een ruimer geheel (systeem) waarvan de samenstellende delen elkaar wederzijds beïnvloeden (interactie).

Oorzaak en gevolg zijn nu niet meer te onderscheiden, omdat ze in kringloop zijn gevat.

Het gaat om een samenspel van verschillende factoren die elkaar beïnvloeden.

  • Daarbij worden onderscheiden:
  • Voorbeschikkende factoren
  • Uitlokkende factoren
  • Bestendigende factoren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Voorbeschikkende factoren:

Circulair interactiemodel

A

Gaat om de vraag of het betrokken individu een zekere kwetsbaarheid bezit om onder bepaalde voorwaarden een psychiatrische stoornis te ontwikkelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

uitlokkende factoren:

Circulair interactiemodel

A

De mogelijk verstorende invloed van niet-organische factoren hangt mede af van de eventuele bestaande kwetsbaarheid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Bestendige factoren:

Circulair interactiemodel

A

In stand houdende, onderhoudende factoren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Somatisch:

A

Heeft betrekking op het lichaam.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Drie vormen van relatie tussen somatische en psychische symptomen:
(Biologische verklaringen)

A

1) Soma en psychisch staan in direct verband met elkaar (Psycho-organische stoornissen)
2) De somatische aandoening vermindert de algemene weerstand of draagkracht van de persoon.
3) De somatische aandoening kan zulke belemmeringen of aanpassingsproblemen met zich brengen, dat de persoon hierop reageert met psychische symptomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Drie bekende neurotransmitters:

Biologische verklaringen

A
  • Dopamine (psychotisch gedrag)
  • Serotonine ( Impulscontrole)
  • Noradrenaline (Angstregulering)

*Alle drie zijn betrokken bij de stemming van een persoon

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Psychologische verklaring:

A

Verklaart psychiatrische stoornis uit een bijzondere ontwikkelingsgeschiedenis, met nadruk op vroegkinderlijke ervaringen, waarbij (onopgeloste) conflicten tussen (grotendeels onbewuste) motieven en verlangens een centrale rol spelen.

Bekendste: Psychoanalytische theorie van Freud.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Psychoanalytische theorie van Freud:

A

Freud onderscheidde drie structuren:
Het ID: Een geheel van driften en onbewuste wensen uit op lustbevrediging (Primitief)
Ego: Aanpassen aan de realiteit. (onderdrukken van ID)
Superego: Het superego is het aspect van persoonlijkheid met al onze geïnternationaliseerd morele normen en idealen die we van ouders en de samenleving krijgen. Het superego biedt richtlijnen voor het maken van oordelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat zijn de drie hoofdstromingen van de systeemtheorie?

Sociale verklaringen

A

1) De structurele benadering: Het probleemgedrag wordt beschouwd als een teken of een symptoom van onaangepast gezinsfunctioneren.
2) Communicatietheoretische benadering: Het probleemgedrag zou te weten zijn aan specifieke communicatiepatronen binnen een gezin (paradoxale communicatie).
3) Intergenerationele/Contextuele benadering: Het probleemgedrag binnen een gezin zou ook beïnvloed worden door ten minste drie generaties van de familie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

De milieutheorie beweert:

A

Dat maatschappelijke verhoudingen bijdragen tot het ontstaan of voortduren van psychiatrische stoornissen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly