EHO Flashcards

1
Q

Basis principes

A
  1. Theat first what kills first
  2. Voorkom verergering van de situatie
  3. Eigen emoties controleren (SADD)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

SADD

A

Stop Adem Denk Doen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Punten bij geruststellen

A
  • Laat slachtoffer niet alleen
  • Houdt contact
  • Blijf communiceren
  • Vraag of iemand gebeld moet worden
  • Omstanders op afstand houden
  • zorg voor goede omstandigheden (weer)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

4 Hoofdlijnen

A
  1. Eigen veiligheid voor
  2. Beoordeel toestand
  3. Waarschuw hulpdiensten
  4. verleen verdere eerste hulp
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Belangrijke dingen voor centralist

A
  • locatie
  • Oorzaak/ ongevalsmechanisme
  • Aantal en leeftijd
  • Heftigheid van de verwondingen
  • Zwangere vrouw of kind
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wanneer Ambulance?

A
Ambulance;
Ernstige stoornis in ABC
- HET
- wervelletsel, dwarsleasie
- Fracturen (bekken, benen schedel ribben 
- Vergiftiging
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

MIST- protocol

A

Mechanisme of injury ==> Hoe ernstig is het ongeval
Injuries found and suspected ==> Wat voor letsel? Gebroken?
Signs ==> ABC-stabiel
Treatment given ==> Wat heb ik gedaan?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Waarom een protocol?

A
  • Systemische benadering
  • houvast
  • eenduidigheid
  • minder risico op het missen van een levensbedreigend letsel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Airway;
Wanneer raakt iemand bewusteloos?
Wanneer treed er onherstelbare schade op?

A

Bewusteloos na 1 minuut

onherstelbare schade na 4 minuten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Symptomen van volledige luchtwegobstructie

A
  • Praten en hoesten niet mogelijk
  • cynotische of rode kleur
  • Paniek
  • Grijpen naar keel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Symptomen van een gedeeltelijke luchtwegobstructie

A
  • Hoorbaar hoesten
  • Gierende inademing
  • rochelende ademhaling
  • cynotische of rode kleur gezicht
  • paniek
  • grijpen naar keel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Handelen Luchtweg obstructie (bewust zijn)

A

Proberen vrije luchtweg te maken.
- Anafylactische reactie ==> EpiPen
Obstructie door zwelling weke-delen ==> Kan je vrij weinig aan doen
Corpus alienum ==> Hoesten aanmoedigen en anders rugslagen en buikstoten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Oorzaken van een luchtweg obstructie

A
  • Anafylactische reactie
  • Zwelling van weke-delen
  • Corpus alienum
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Handelen luchtweg obstructie (buiten bewustzijn)

A

Starten basale reanimatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

C-spine

A

Cervicale wervelkolom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Dwarslaesie

A

Ruggenmergletsel waarbij zenuwbanen van en naar hersenen onderbroken zijn
meestal rond C4-th1 en th1-L1.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Oorzaken van een Dwarslaesie

A
  • Optreden van bloeding of zwelling
  • wervelfractuur
  • schotverwonding
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Voorwaardes voor HET geval

A
  • Val van Hoogte (2-3x val van eigen hoogte)
  • Aanrijding >45km/u
  • Aanrijding met motor of fietser >35km/u
  • Aanrijding met voetganger >10km/u
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Motorische zenuwen

A

Zenuwen die zorgen voor bewegingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Gnostische sensibiliteit

A

Bewegingsafhankelijk

en bestaat uit bewegings-, positie-, vibratie-, en fijne tastzin

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

vitale sensibiliteit

A

Beweginsonafhankelijk

en bestaat uit de grove tast-,pijn en temperatuurzin

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Symptomen van een dwarslaesie (volledig en onvolledig)

A

Symptomen zijn altijd caudaal van aantasting ruggenmerg

  • Pijn in rug of nek
  • Gevoelsstoornissen
  • verlamming
  • incontinentie

Bij volledige ==> Alle symptomen
Bij onvolledige ==> enkele symptomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Ongevalsmechanismes waarbij je altijd verdenking moet hebben op een dwarslaesie

A
  • Rechtstandige val op hakken of stuit
  • flexie/extensie trauma van de nek
  • val waarbij de rug gedraaid werd (rotatiecomponent) ==> let op schouder schaafwonden
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Osteoporotische wervelfractuur

A

Plotselinge pijn in de rug, zonder trauma

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

Wervels met soort uitval

A

C3-C5 N.phrenicus (diafragma valt uit) ==> Boven C4 ademhalingsstilstand
C5-T1 ==> uitval van armen en alles daaronder
T12-S2 ==> uitval van de benen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
26
Q

Astma bronchiale factoren (oorzaken)

A
  • Allergie voor bepaalde inhalatieallergene

- verhoogde gevoelighied voor aspecifieke prikkels

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
27
Q

De pathofysiologie van atsma bronciale

A
  • Contractie van het bronchiale gladde spierweefsel
  • mucosa zwelling
  • slijmsecretie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
28
Q

Status astmaticus

A

Een heftige variant van atsma bronchiale. Voornamelijk bekent bij patient bij overmatige blootstelling of patiënten die geen medicatie nemen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
29
Q

Symptomen Atsma

A
  • Dyspneu
  • piepende ademhaling
  • stak gevoel op de borst
  • hoesten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
30
Q

Symptomen status astmaticus

A
  • Ernistige Dyspneu
  • expiratoire stilte
  • geen vol zinnen
  • angst
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
31
Q

Behandeling astma

A

Toedienen van medicatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
32
Q

Oorzaken ‘‘paniekaanval met hyperventilatie

A
  • inspanning
  • stress
  • psychische druk
  • astma
  • ontregelde diabetes mellitus
  • drugs
  • angst
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
33
Q

Pathofysiologie ‘‘paniekaanval met hyperventilatie

A
  • Door snelle ademhaling daalt de CO2 gehalte van het bloed ==> ph waarde stijgt (alkalose)
  • Hierdoor daalt het calcium gehalte waardoor er tintelingen en spierkrampen ontstaan.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
34
Q

Symptomen ‘‘paniekaanval met hyperventilatie

A
  • stekende pijn op de borst
  • tintelingen of jeuk rond de mond of vingers
  • handspasme
  • hartkloppingen
  • transpiratie
  • duizeligheid
  • misselijkheid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
35
Q

Handel bij Danger

A
  1. Controleren veiligheid van jezelf, omstanders en slachtoffer
  2. waarborg de veiligheid
  3. Bedenken ongevalsmechanisme
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
36
Q

Handelen bij Response

A
  1. Check bewust zijn
  2. Bewust; Vraag na wat er gebeurt is en wat de klachten zijn
  3. Bewusteloos; Spreek aan en schud bij de schouders in lengte as
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
37
Q

Voorrangsregels + Handelen

A
  • Nekwervelletsel ==> Zeg Slachtoffer niet te bewegen en beweeg slachtoffer niet onnodig
  • Slagaderlijke bloeding ==> Druk op wond uitoefenen
  • Brandwonden (Koelen) , alleen als ABC er in eerste instantie goed uitzien.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
38
Q

Handelen shout voor help

A
  • Vraag iemand persoonlijk om er bij te blijven

- Indien iemand bewusteloos is laat iemand 112 bellen en iemand een AED halen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
39
Q

Handelen Airway & C-spine

A
  1. Controleren op luchtwegobstructie
  2. Luchtweg bedreigd?
  3. Heeft het slachtoffer nog iets in zijn mond
  4. Verdenking op wervelletsel?
    Ja ==> nekstabilisatie (chinlift of jawthrust)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
40
Q

Vragen bij wervelletsel

A
  • Pijn in nek of rug
  • Tintelingen of doof gevoel in armen
  • vingers en tenen kunnen bewegen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
41
Q

Handelen Breathing

A
  1. Evalueer ademhaling
    - Bijgeluiden
    - Ademfrequentie (12-20)
    - Diepte
    - Buikademhaling
    - Verwondingen
  2. Overweeg de volgende aandoeningen
    - Hyperventilatie
    - Atsma
    - Pneumothorax
    - spanningsthorax
    - fladderthorax
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
42
Q

Handelen circulation

A
  1. Behandel ernistige uitwendige bloedingen
  2. Evalueer circulatie
  3. verdenking op shock
  4. Overweeg
    - Inwedige bloedingen
    - angina pectoris
    - acuut coronair syndroom
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
43
Q

Handelen Disability 1

A
  1. Ga na op krachtwerking op het hoofd, HET, aanwijzing hersen hoofdletsel.
  2. Afnemen van EMV/ AVPU score
    3 AmBuLance Biedt HULP
    A= PTA of RA
    B = Bent u bewusteloos geweest na trauma, zo ja hoelang?
    L= laterlalisatie ==> Kunt u uw vingers en tenen bewegen?
    B = Battle sign
    H = Hematoom
    U = uitvalsverschijnselen
    L = liquor/bloed
    P = pupilafwijking

Bij disability 1 altijd ambulance bellen

44
Q

Handelen Disability 2

A
  1. uitvragen FAST-test
    - Face
    - Arms
    - Speech
    - Time
  2. Positief ==> CVA/TIA
  3. overweeg ‘‘Sommige Ezels Doen Wel Iets’’
    - Syncope
    - Epilepsie
    - Diabetes mellitus
    - warmte-/koude letsel
    - intoxicaties
45
Q

Handelen exposure

A
  1. voorkom van onderkoeling/ oververhitting
  2. Uitvragen SAMPLE
    - Symtomes
    - Allergy
    - Medication
    - Past illness
    - Last meal
    - events/evironment
  3. AKUT
    - Abnormaliteiten
    - kleur
    - urineverlies
    - tempratuur
    LET OP slachtoffers met bloedverdunners
46
Q

Pneumothorax (factor en oorzaak)

A
  • In de volksmond ook wel een klaplong
  • het berust op lucht in de pleuraholte
    Oorzaken
  • Steekwond
  • stomp trauma
  • Een HET
  • Andere oorzaken voor perforatie
  • Drukverschil
  • Roken

Het is zelf niet levensbedreigend, alleen onder volgende factoren

  • Patiënt heeft een longaandoening
  • er bouwt spanning op
  • De Pneumothorax is bilateraal (tweezijdig)
47
Q

Pneumothorax (pathofysiologie)

A

Traumatische pneumothorax door perforatie
- De negatieve interpleurale druk verdwijnt door de lucht van binnen (vanuit longweefsel) of vanaf buiten de thorax door defect

idiopathisch

  • Bij lange, dunne, jonge mannen die roken
  • Hierbij kunnen de blebs (blaasjes) die onder de pleura vesceralis zitten knapen, waardoor er een perforatie ontstaat

Duiken met perslucht
- Bij het opstijgen met ingehouden adem, ontstaat er een te grote druk op de longen, waardoor alveoli knappen

48
Q

Pneumothorax (Handelen)

A

Je kan een pneumothorax niet verhelpen, je kan er wel voor zorgen dat het geen spanningsthorax wordt. Hiervoor kan je ‘‘afplakken van een zuigende wond’’.

49
Q

Spanningsthorax (Factor en Pathofysiologie)

A

Bij een spanningsthorax kan er wel lucht naar binnen, maar niet meer buiten. Hierdoor worden de venen dichtgedrukt en kan de trachea verschuiven.

50
Q

Spanningsthorax (handelen)

A

Afplakken van zuigende wond.

Professionele hulpverleners mogen er een naald in steken

51
Q

Fladderthorax (factor en pathofysiologie)

A

Je hebt een fladder thorax als er meerder rib fracturen zijn. (Twee of meer ribben op 2 of meerdere plaatsen) Hierdoor komt een deel van de thoraxwand los te liggen. De ribben bewegen in tegen gestelde richting van normale ademhaling. Dit wordt een paradoxale beweging genoemd.

52
Q

Pneumothorax (symptomen)

A
  • Acute dyspneu
  • plotselinge pijn thorax
  • schouderpijn
    (- zuigende borstwond)
53
Q

Spanningsthorax (symptomen)

A
  • symptomen pneumothorax
  • opgezette halsvenen
  • Aangedane thorax helft zakt niet mee met de ademhaling
  • obstructieve shock
54
Q

Fladderthorax (symptomen)

A
  • Dyspneu
  • Pijn
  • paradoxale ademhaling
  • snelle, oppervlakkige ademhaling
55
Q

Circulatiestilstand

A

Het slachtoffer reageert niet en het slachtoffer ademt niet of ademt abnormaal

56
Q

soorten ritmestoornissen bij circulatiestilstand

A
  • schokbare ritmes ==> geen effectieve circulatie (snel en ongecontroleerd samen trekken)
  • Niet-schokbare ritmes ==> geen tot onvoldoende elektrische hartactiviteit
57
Q

Uitwendige bloeding (+ symptomen

A
  • Bloeding, waarbij bloed uit het lichaam stroomt
  • Ontstaan van hypovolemische shock
    Symptomen
  • Arteriële bloeding (pulserend)
  • Ernstige veneuze bloeding
58
Q

Inwendige bloeding (+ symptomen)

A
  • Circulerend volume gaat verloren en hoopt zich op in lichaam.
  • ontstaan van hypovolemische shock
    symptomen
  • verdenking op basis van ongevalsmechanisme
  • pijn in thorax, buik of bekken
59
Q

Amputatie (handelen)

A
  • Druk op de wond combineren met een tourniquet

- afgerukte lichaamsdeel in zakje, in ijs om het zo droog en koel mogelijk door te geven aan de ambulance

60
Q

Soorten shock

A
  • Hypovolemisch
  • Cardiogeen
  • Obstructief
  • Distributief
61
Q

Hypovolemische shock (Oorzaak, symptomen, handelen)

A
Oorzaak
- Bloedverlies
- Verlies van water en zouten bij langdurig braken of diaree
- Brandwonden (vochtverlies)
Symptomen;
- inwendige/uitwendige bloedingen
- vertaagde Cap. refill
- bleke, koud, klamme huid 
Handelen;
- indien mogelijk bloeding stelpen
- 112 bellen
- benen omhoog
62
Q

Cardiogene shock (Oorzaak, symptomen, handelen)

A
Oorzaak
- Cardinaal (acuut coronair syndroom 
symptomen 
- Dyspneu
- pijn op de borst 
- vertraagde cap. refill
- Bleke, koude en klamme heid. 
Handelen
-112 bellen
- Benen NIET omhoog
- Reanimatie indien circulatie stilstand
63
Q

Obstructief (Oorzaak, symptomen, handelen)

A
Oorzaak;
- Spanningpneumothorax
- longembolie
- harttamponnade 
Symptomen 
- Dyspneu
- opgezette hals venen
- snelle weke pols
- vertraagde cap. refill
- bleke, koude en klamme huid 
Handelen 
- 112 bellen
- Oorzaak behandelen 
- Benen omhoog
64
Q

Distributief (Oorzaak, symptomen, handelen)

A
Oorzaken 
- Anafylactisch ==> Heftige allergische reatie 
- septisch ==> Ontregelde reactie van het lichaam op een infectie 
- Neurogeen ==> Bij een laesie van het ruggenmerg 
Symptomen
- Snelle, weke pols
- Normale cap. refill
- rode, warme, droge huid 
Handelen 
- 112 bellen 
- Oorzaak behandelen
- Benen omhoog
65
Q

Angina pectoris

A
  • Vernauwing coronair-aterie
  • Milde ischemie hartspier (chemie = weinig doorbloeding )
  • ontstaan bij inspanning/stress
  • klachten verdwijnen in rust en na inname nitroglycerine
66
Q

ACS (acuut coronair syndroom

A
  • Drukkende pijn op de borst, uitstraling
  • dyspneu
  • transpireren
  • klachten verdwijnen NIET in rust en na inname nitroglycerine
67
Q

Myocardinfarct

A
  • Afsluiting coronair- arterie
  • irreversible schade hartspier
  • kan in rust ontstaan
  • klachten zijn hevig en blijvend
68
Q

Glasgow Coma scale (EMV)

A
Onderdelen (Eyes, Motoric, Verbal) EMV
Eyes (ogen openen)
- spontaan 4
- bij aanspreken 3
- bij pijnprikkel 2
- geen 1

Motoric (beste motorische reactie)

  • Opdracht uitvoeren 6
  • Lokaliseren van pijn 5
  • terugtrekken (pijnprikkel) 4
  • Buigen (pijnprikkel) 3
  • Strekken (pijnprikkel) 2
  • geen 1

Verbal (beste verbale response)

  • Georienteerd 5
  • verward 4
  • inadequaat 3
  • Onverstaanbaar 2
  • geen 1
69
Q

APVU-score

A
  1. Alert (15)
  2. Reageren op aanspraak (12-14)
  3. Reageren op pijnprikkel (9-10)
  4. Reageert niet (8 of lager)
70
Q

Syncope (Factor en Pathofysiologie)

A
  • Flauwvallen, door het gevolg van plotselinge afname van de toevoer naar het cerebrum.
  • Orthostatische hypotensie ==> indien de aanval direct aansluitend op, of korte tijd na het overeind komen optreedt
  • Vasovagale collaps ==> veroorzaakt door heftige pijn of emoties centraal in de hersenen. de hersenen geven een signaal naar het autonome zenuwstelsel, waarop een bloedrukdaling optreedt (hypotensie) en de hartfrequentie daalt (bradycardie)
71
Q

Syncope (symptomen)

A

Syncope

  • Kortdurende bewustzijnsverlies
  • huid bleek/klam
  • trekkingen

Dreigende syncope

  • Huid bleek en klam
  • Gevoel van slapte
  • Duizeligheid
  • Geeuwen
  • Hartkloppingen
72
Q

Hersenlagen

A
  1. Huid
  2. schedel
  3. Dura mater
  4. Arachnoidea
  5. Pia mater
  6. Cortex (hersenweefsel)
73
Q

Primair en secundair hersenletsel

A

Primair
- Schade aan de hersenen door de klap zelf op de plek zelf

Secundaire
- Bloedingen of hersenoedeem
Zoals;
- Rotatietrauma ==> roterende schouderbweging
- acceleratie-declaratie trauma ==> ook schade aan andere kant dan lokatie
- penetrerend trauma ==> door het hoofd heen

74
Q

Matig en ernstige traumatische hersenletsel (MTH/ETH)

A
  • Bij GCS/ EMV lager dan 13
  • Langer dan 15 min bewusteloos
  • Duur PTA (post traumatische amnesie) langer dan 24 uur
  • Grote kans op secundaire schade
  • O.a Coup-contrecoup letsel
75
Q

Symptomen Hersenletsel(Niet specifiek - Sterke aanwijzing - Alarmsymptomen)

A

Niet specifieke symptomen;

  • Middelijkheid en braken
  • hoofdpijn
  • bleek zien
  • duizeligheid

Symptomen die sterke aanwijzing geven

  • Bewustzijnsverandering
  • PTA of RA
  • sufheid en traagheid
  • onrust, irritatie, verwardheid
  • Dof gevoel of tintelingen
  • Overgevoeligheid voor licht of geluid
  • epileptische insult na trauma
Alarmsymptomen
A= PTA of RA
B = Bent u bewusteloos geweest na trauma, zo ja hoelang?
L= lateralisatie ==> Kunt u uw vingers en tenen bewegen?
B = Battle sign
H = (Bril)Hematoom 
U = uitvalsverschijnselen 
L = liquor/bloed 
P = pupilafwijking
76
Q

Epiduraal hematoom

A
  • Arteriële bloeding in epidurale ruimte
  • lichtstijve pupil
  • verlamming lichaamshelft
  • wisselde bewusteloosheid
  • PTA meestal in orde

Handelen

  • 112 bellen
  • plat laten liggen
  • niet bewegen ivm letsel
  • vitale functies waarborgen
77
Q

Subduraal hematoom

A
  • veneuze bloeding in subdurale ruimte
  • Bewustzijnsverlaging
  • slaperigheid
  • lichtstijve pupil
  • verwardheid
  • Bewusteloosheid komt soms voor, met name bij acuut en langer bestaand bij subacuut
  • PTA wisselende duur

Handelen;

  • 112 bellen
  • plat laten liggen
  • niet bewegen ivm letsel
  • vitale functies waarborgen
78
Q

Schedelbasis fractuur

A
  • Een fractuur in de schedel
  • Hoofdpijn
  • liquor/bloed
  • Brilhematoom
  • Battle sign
  • Chetne-stokes
  • Braken
  • Bewusteloosheid afhankelijk van bijkomend hersenletsel
  • PTA wisselende duur

Handelen

  • 112 bellen
  • plat laten liggen
  • niet bewegen ivm letsel
  • vitale functies waarborgen
79
Q

Subarachnoïdale bloeding

A
  • Artiële boeding in subarachnoïdale ruimte
  • Plotselinge misselijkheid en braken
  • hoofdpijn
  • bewusteloosheid
80
Q

Herseninfarct/hersenbloeding

A
  • altijd arterieel, afhankelijk van de locatie afsluiting
  • Positieve FAST
  • verwardheid
  • misselijkheid
  • moeite met spreken
  • verlamming
  • zelden bewusteloosheid
81
Q

TIA

A
  • Is het zelfde als een hersenbloeding, maar dan allen heel kort (Klachten binnen 4 uur voorbij)
  • altijd arterieel, afhankelijk van de locatie afsluiting
  • Positieve FAST
  • verwardheid
  • misselijkheid
  • moeite met spreken
  • verlamming
  • zelden bewusteloosheid
82
Q

FAST-test

A

Face ==> Tanden laten zien
Armen ==> Armen strekken met gesloten ogen
Speech ==> Verwarde taal?
Time ==> Alleen relevant als bovenstaande positief zijn

83
Q

Epilepsie (Factor) en e

A
  • Een plotselinge, kortdurende functiestoornis van de hersenen die wordt veroorzaakt door acute, synchrone ontlading van hersencellen en die gepaard gaat met waarneembare verschijnselen.
84
Q

Epilepsie (Soorten en symptomen

A

Aanvaltypes;
-Partiële aanval
Vindt focaal (op een gebied) plaats met plaatselijke schokken
- primair gegeneraliseerde aanval
begint direct over het hele lichaam
- secundair generaliseerde aanval
Breidt zich uit over het hele lichaam na een focaal begin
- Tonisch-clonisch insult
Begint acuut met verkramping van armen en benen, snel gevolgd door heftige, meestal symmetrische regelmatige spierschokken (SO bijt vaak op tong)
- Koortsstuip
Vooral bij kinderen tussen 6 maanden en 6 jaar

  • Status epilepticus
    Als de post-ictale fase (na de aanval) te lang duurt kan het slachtoffer in coma terecht komen of slachtoffer blijft in epileptische toestand

Symptomen Epilepsie;

  • Slachtoffer reageert niet
  • trekkingen armen en benen
  • tongbeet
  • incontinentie

Symptomen status epilepticus;

  • Aanval stopt niet binnen 5 min
  • aanvallen blijven elkaar opvolgen
  • slachtoffer komt binnen 15 min niet bij bewustzijn
85
Q

Type Diabtes mellitus

A

Diabetes Type 1;

  • pancreas maakt geen insuline meer
  • auto-immuungemedieerd

Diabetes type 2;

  • Combinatie tussen verminderde gevoeligheid voor insuline gevold door insuline deficiëntie
  • Ouderdomsdiabetes
86
Q

Symptomen diabetes

A

Hypoglykemie; Een te laag bloedsuiker gehalte
- Hongerig
- Bleke, klamme en of bezwete huid
- snelle krachtige pols
- ongecoordineerd, verward en onrustig gedrag
- bewustzijnsdaling
Handelen
- Geeft slachtoffer druivensuiker en boterham te eten

Hyperglykemie;
- Veel dorst, veel plassen
- slaperig moe, coma
- hyperventilatie
- adem ruikend naar aceton
- misselijkheid en braken
- weke pols
- kussmaul ademhaling ==> snelle diepe ademhaling
Handelen 
- Neem contact op met huisarts 
- insuline geven indien so het bij zich heeft
87
Q

Compensaties mechanismes (koud en warm)

A

Koud

  • Rillen
  • vasoconstrictie
  • Foetushouding

Warm

  • Zweten
  • Rust
  • vasodilatie
  • Koele ruimte opzoeken
88
Q

Warmte Koud letsel (gradaties met symptomen)

A

Warmte uitputting 1/3

  • Hevige dorst
  • duizelig
  • misselijk
  • hoofdpijn
  • Dyspneu
  • spierkrampen
  • verward
  • klamme huid

Warmte collaps 2/3

  • Enkele symptomen warmte uitputting
  • Rode huid
  • Transpiratie
  • Gevoel van slapte

Hitteberoerte 3/3

  • Enkele symptomen Warmte uitputting
  • Rode droge huid
  • Verward gedrag
  • Bewustzijnsdaling
  • Convulsies (stuipen)
  • verlamming
  • snelle pols
Hypothermie 
- Bleke koude huid
- rillen
- veranderd bewustzijn
bewusteloosheid
89
Q

Warmte en koud letsel (pathofysiologie)

A
  • Warmt uitputting
    verlies van vocht, zonder dit aan te vullen of alleen aangevuld met water. Lichaamstempratuur onder 40 gaden
  • Warmte collaps
    Perifere vasodilitatie leidt tot vermindere bloedaanvoer hersenen
  • Hitteberoerte
    lichaam kan tempratuur niet kwijt en stijgt boven de 40 graden. Door de oververhitting schade aan de organen en regelsystemen
90
Q

Warmte Koud letsel (handelen)

A

Warmte uitputting

  • Inspanning staken
  • Controleren ABC
  • naar koele omgeving brengen
  • laat slachtoffer plat liggen met benen omhoog
  • laten drinken (ORS. Water en zouten)

Warmte collaps

  • Inspanning staken
  • Controleren ABC
  • naar koele omgeving brengen
  • laat slachtoffer plat liggen met benen omhoog
  • laten drinken (ORS. Water en zouten)

Hitte beroerte

  • Controleer ABC
  • Bel 112
  • Brengen naar koele omgeving
  • Direct actief koelen
  • Verwijder kleding

Hypothermie

  • Controleren ABC
  • Verplaats naar warme plek
  • verwijder natte kleding
  • laat so plat liggen
  • Warm voorzichtig op met dekens en warme dekens
91
Q

Soorten intoxicaties

A

Via luchtwegen
- Handel ==> bel 112

Via maag-darmkanaal

  • Schakel deskundige hulp in
  • Laat slachtoffer met water de mond spoelen en vervolgens uitspoelen

via huid/ogen

  • 30 min spoelen
  • schakel deskundige hulp in
92
Q

Paracetamol intoxicaties

A
- Heeft een sterk negatieve effect op de lever 
Symptomen 
- misselijkheid
- braken
- buikpijn
- leverfalen
93
Q

Drugsintoxicatie

A

Verdovende middelen
- Kenmerk en symptomen; verlaagde hartfrequentie, ademhaling, lichaamstempratuur en spierspanning. Sloom, aandacht en concentratiestoornis

Voorbeelden

  • Alcohol
  • GHB
  • Heroïne
  • Benzodiazepine
Stimulerende middelen 
- Kenmerken en symptomen; verhoogde hartfrequentie, ademfrequentie, lichaamstempratuur en spierspanning en alertheid. Wijden pupillen, tandenknarsen (bruxisme), rigiditeit (oververhitting)
Voorbeelden 
- XTC
- 4-FA
- Speed 
- Cocaïne 
Waarneming veranderen middelen 
- Kenmerken en symptomen; Hallucinaties of dissociatie. Stimulerend, verdovend, neutraal.
Voorbeelden
- Cannabis
- LSD
- Paddo's
- ketamine
- lachgas
94
Q

Brandwonden

A
Eerstegraads (geen wond)
Kenmerken;
-erytheem
- pijn
- zwelling 
-  forse zonverbranding
- alleen epidermis is aangedaan 
Behandeling 
- Hoe de huid vettig 
Tweedegraads 
Oppervlakkig
Kenmerken;
- Cap. refill is normaal
- dermis is niet ernstig aangedaan
- blaarvorming 
- pijn
Behandeling 
- Intacte blaren ==> Bedek met een gaasje en een zwachtel

Diep
kenmerken;
- Nat
- Cap. refill is vertraagd op wond
- beschadiging tot diep in de dermis aanwezig
Behandeling
- kapotte blaren; speciale creme en niet-klevende gas

Derdegraads;
Kenmerken
- Diepe rode of witte kleur
- necrose
- soms verkolig
- Cap. refill is afwezig
- sensibiliteit niet meer aanwezig
- huid is tot subcutis aangedaan 
Behandeling; Bell 112
95
Q

Handelen Brandwonden door warmte en chemische stof

A

1 voorwerpen verwijderen en vlammen doven
2 Starten koelen 10-20 min
3. verwijder kleding/sieraden indien mogelijk
4 wondverzorging ==> metalinegaas (2 en 3)

Handelen bij chemische stof 
1. let op chemische stof
2 verwijderen van chemische stof
3 spoel 45-60 min en verzorg de wond als bij een brandwond door vuur
4 altijd door sturen naar ziekenhuis
96
Q

Elektrisch letsel Symptomen

A

Hart ==> Hartritmestoornis, alleen op te lossen met AED
Hersenen ==> Ademhalingstilstand
Brandwonden ==> Brandwonden bij plek van binnen en uit komst
Compartimentsyndroom ==> Spieren kunnen klem te komen zitten in de fascie corpartiment ==> spierweefsel zwelt op. Hierdoor kan de vascularisatie in gevaar komen.
Spierkramp ==> er kunnen botten breken en de ademhaling kan verstoord worden

97
Q

Bevriezing

A
- Frostnip
Oppervlakkige bevriezing waarbij symptomen als pijn, verdoving en een witte kleur aanwezig zijn 
- Frostbite 
Ernstige bevriezing waar altijd restschade zal zijn; 
Eerstegraads 
- Bevriezing delen van oppervlakkige huid met erytheem
- oedeem
- geen blaren
- na enkele dagen vervelling huid
Tweedegraads 
- Bevriezing gehele oppervlakkige huid
- oedeem met erytheem 
- vorming blaren
Derdegraads
- Diepe bevriezing tot subdermale plexus
- bloedblaren
- huid grijs/blauw
Vierdegraads
- Bevriezing tot subcutaan weefsel, spieren, bot en pezen
- beetje oedeem
- vlekkerige huid
- niet wegdrukbare cyanotische kleur
98
Q

De regel van negen

A
Volwassene 
Hoofd ==> 9
arm ==> 9
been ==> 18
borst ==> 18
rug ==> 18
geslacht ==> 1 

Kind
Hoofd ==> +4 +1
Been ==> -2
geslacht ==>1

Baby
Hoofd ==> +4
Been ==> -2

99
Q

Soorten botletsel

A
  • open fractuur
  • gesloten fractuur
  • pathologische fractuur ==> Fractuur door onderliggend lijden
  • stress fractuur ==> herhaalde extreme belasting

Symptomen

  • Hevige pijn, druk pijn en asdrukpijn
  • afwijkende stand
  • gezwollen door de bloeduitstorting
  • crepiteren ==> krakend geluid bij het bewegen, stukken die langs elkaar gaan

Complicaties;

  • Hypovolemische shock
  • Vetdeeltjes uit het beenmerg kunnen vrijkomen in de circulatie ==> vetembolie
  • scherpe randen

Handelen
1. staniliseer/ immobiliteit

100
Q

Direct en indirect trauma

A

Direct trauma
- Pareerfractuur
een dwars fractuur als gevolg van een kleine kracht die inwerkt op een klein gebied
-Communitieve fractuur
Verbrijzeling van het bot, meerdere fracturen
- penetrerende fractuur
schotwonden die het bond kunne breken of bij zelfs verbrijzelen

Indirecte trauma
- avulsiefractuur
een stuk bot breekt af ==> ligament of pees is eraf gescheurd met grote kracht
- compressiefractuur
door druk, in de lengte splijten
- angulatiefractuur
bij een dwarse kracht buigt het bot
- Torsiefractuur
door draaien van het bot ontstaat een spiraal fractuur
- greenstick fractuur
komt allen voor bij kinderen, doordat het soepel is

101
Q

Gewrichtsletsel

A
- Distorsie 
letsel waarbij het gewrichtskapsel is verrekt als gevolg van trauma ==> hydrops (vocht in gewricht)
en Haemarthors (bloed in gewricht 
Symptomen 
- pijn 
- zwelling
- hematoom 
Behandeling 
-RICE methode 
- profesionele hulp 
- luxatie 
Gewricht in abnormale stand, gewrichtskom is leeg 
Symptomen 
- Pijn
- afwijkende stand
- onbeweeglijk
- zwelling
Handelen
- Steun geven 
- SEH
102
Q

Ottawa Ankle rules

A

Pas naar SEH als deze letsels voorkomen

  • Drukpijn distale posterieure zijde tibia of uiteinde mediale malleolus
  • Drukpijn distale posterieure zijde fibula of uiteinde laterale malleolus
  • drukpijn op de basis van het 5de os metatarsale
  • drukpijn op het os nviculare
  • onvermogen om de enkel te belasten
103
Q

RICE-methode

A

Toepassen bij behandeling van spieren, pezen, ligamenten
Rust; ==> Vermijd belasting ==> ondersteuning met mitella of brede das
Immobilisatie; ==> weinig bewegen
Compressie; ==> drukverband
Elevatie; ==> lichaamsdeel omhoog houden (boven hart)

104
Q

Spier en peesletsel

A

Spieren

  • Krampen ==> spier oprekken
  • contusies (kneuzing) ==> Kemerkt; zwelling, bloeduitstorting en pijn ==> RICE-methode
  • Scheuren ==> bij extreme rekbelasting ==> springen en sprinten

Wanneer de spier niet meer functioneert is de pees afgescheurd.

Boten zijn beter doorbloedt en zullen daarom sneller genezen dan pezen

105
Q

Wonden en verbandleer

A
  • Mitella
    Bij verwonding, kneuzing of breuk van onderarm en distaler
  • Brede das
    Bij een ontwrichting of breuk van elleboog, bovenarm, sleutelbeen of schouder

Ze geven allebei verlichting van de klachten
steun en er zal minder vocht naar de arm gaan.

Wonddrukverband ==> slagaderlijke bloedingen en milde verwondingen
drukverband ==> kneuzing of extra steun gewenst