arresten burgerlijk recht Flashcards

1
Q

Matatag/Schelde

A

Beperkende werking redelijkheid en billijkheid bij exoneratiebedingen, terughoudend bij B2B contracten waar deze bedingen gangbaar zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Brok/Huberts

A

Indien een zaak niet voldoet aan de overeenkomst is daarmee een tekortkoming gegeven. Voor het toekennen van schadevergoeding, moet deze tekortkoming echter wel toerekenbaar zijn. Het enkele feit van non-conformiteit leidt dus niet meteen tot aansprakelijkheid van de verkoper.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Oerlemans/Driessen

A

Non-conformiteit van indrustrieel vervaardigde zaken komen in beginsel voor het risico van de verkoper, ook als deze het gebrek noch kende noch behoorde te kennen.

(Uitzondering op basis van bijzondere omstandigheden mogelijk, maar dit moet niet snel worden aangenomen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

PIP-implantaat

A

Ttk toerekenbaar met frauduleuze implantaten door zorgverleners. Dit omdat het hier specifiek gaat om fraude bij de productie en aanbieding ter keuring. Het is dus belangrijk om te beseffen dat op het moment dat er fraude wordt gepleegd en daardoor slechte producten worden geleverd, dit niet toerekenbaar is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Kinheim/Pelders

A

In de regel mag door een enkele mededeling van de ene partij en het zwijgen van de andere partij geen wijziging van de overeenkomst worden aangenomen en het bestaan van verzuim worden aangenomen (hoofdregel).

Verder: ondeugdelijke prestatie kan evenwel ook leiden tot gevolgschade, d.w.z. schade die niet door alsnog deugdelijk presteren wordt weggenomen. In zoverre is de tekortkoming dan niet voor herstel vatbaar en is nakoming blijvend onmogelijk in de zin van art. 6:74 lid 2 en 6:81.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Schwartz/Gnjatovic

A

Schending van voortdurende verplichtingen (in dit geval een huurovereenkomst) kan onmogelijkheid tot nakoming opleveren ex art. 6:265 lid 2 BW, aangezien het verleend woongenot hier niet meer kan worden geleverd (het is immers in het verleden). In dat geval is ontbinding van een overeenkomst mogelijk zonder dat er sprake is van verzuim.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Endlich/Bouwmachines

A

Bij spoed is er geen ingebrekestelling vereist als de niet-nakomende partij niet bereikbaar is of niet met spoed wil herstellen. Dit wordt wel zeer strikt beoordeeld.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Woningstichting Eigen Haard

A

De tenzij-bepaling is niet slechts bij uitzondering toepasbaar, maar de hoofdregel en de tenzij-bepaling moeten in onderlinge samenhang worden begrepen. Een tekortkoming van voldoende gewicht geeft recht op ontbinding van de overeenkomst, niet elke tekortkoming. Rekening moet worden gehouden met de maatstaf van redelijkheid en billijkheid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Saelman/Academisch Ziekenhuis

A

Verjaringstermijn 3:310, lid 1, gaat pas in op de dag volgend op de dag waarop de benadeelde in staat is tot het instellen van een rechtsvordering tot schadevergoeding. Als er letsel bij geboorte is wat veroorzaakt kan zijn door natuurlijk verloop van zwangerschap en bevalling dan begint de termijn pas te lopen zodra deze persoon of diens wettelijke vertegenwoordiger voldoende zekerheid heeft dat het letsel is veroorzaakt door foutief medisch handelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

ondeugdelijk belastingadvies

A

De verjaringstermijn van 3:310 lid 1 BW bepaalt dat de rechtsvergoeding verloopt vijf jaar, na aanvang van de dag dat de benadeelde met de omvang schade en aansprakelijke persoon bekend is geworden. Onzekerheid of onbekendheid met juridische beoordeling staat hier niet aan in de weg. Tenzij dit oordeel gaat over kennis en inzicht om deugdelijkheid te beoordelen, dan mag de uitspraak worden afgewacht voor de termijn gaat lopen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Curacao/Boye

A

De HR definieert kettingbeding: als de inhoud van een beding inhoudt dat dat de koper niet alleen zichzelf bindt maar ook rechtsopvolgers is er sprake van een kettingbeding.

Afhankelijk van het geval moet de verkrijgende opvolger zich aan dit beding houden zoals

  • de ernst van het nadeel
  • de voorzienbaarheid van dit nadeel op het moment van de aankoop
  • of er wanprestatie is gepleegd en zo ja de kenbaarheid hiervan
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Citronas

A

uitgangspunt: contractuele bedingen zijn alleen van kracht tussen handelende partijen. Soms kan een derde ook gebonden zijn, mits er voldoende rechtvaardiging voor is bij het betreffende geval.

Let hierbij op:

  • De gedraging van de derde terug te voeren vertrouwen van degene die zich op het beding beroept, dat hij dit beding zal kunnen inroepen ter zake van hem door zijn wederpartije toevertrouwde goederen.
  • De aard van overeenkomst en het betreffende beding in verband met de relatie tot de derde en de inroeper
  • de werking jegens derden moet binnen het stelsel van de wet kunnen vallen, anders kan het niet worden ingeroepen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wierts/Visseren

A

Diverse factoren kunnen ervoor zorgen dat de tekortschietende kan worden aangesproken voor aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad als de belangen van een derde dusdanig geschonden worden dat het in het maatschappelijk verkeer kan toe worden gerekend. Er dit dus door contractpartijen ook rekening te worden gehouden met de positie van een derde op straffe van onrechtmatige daad.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Hoogovens/Matex

A

Er is geen onderzoeksplicht voor een derde naar eigendomsvoorbehoud op geleverde goederen (die dus niet geleverd hadden mogen worden), tenzij de wederpartij bekend staat om haar slechte reputatie of financiële problemen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Keereweer / Sogelease

A

Sale & leaseback valt niet onder het fiduciaverbod, mits:

  • de sale naar bedoeling van partijen een daadwerkelijke overdracht inhoudt (bijv. koopprijs is ruwweg identiek aan het bedrag tot zekerheidsstelling)
  • Er is geen sprake van fragmentatie van eigendom

De kern is dus dat er daadwerkelijk overdracht moet plaatsvinden en niet buiten het systeem van de wet om een beperkt recht te vestigen om andere schuldeisers buiten de deur te houden bij faillisement.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Rabobank/Reuser

A

Een koper van onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken verkrijgt een eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde. Dit voorwaardelijk eigendomsrecht kan overgedragen of bezwaard worden met een beperkt recht, zoals pandrecht. Dit pandrecht wordt niet geraakt door het faillissement, omdat bij betaling van het resterende bedrag de zaak van rechtswege in de boedel valt.

17
Q

Eelder Woningbouw/Van Kammen

A

De uitleg van de leveringsakte komt aan op de tot uiting gebrachte partijbedoelingen die moet worden afgeleid uit de inhoud van de akte. Voor subjectieve bedoelingen is geen plaats bij de uitleg van een leveringsakte. De akte zelf is dus beslissend.

18
Q

Kamsteeg/Lisser

A

Bij de inhoud van het opstalrecht komt het aan op de zin die partijen aan de afspraken mochten geven en op hetgeen zij te dien aanzien mochten verwachten, dus uitleg a.d.h.v. Haviltex-criterium.

Dit komt omdat het een obligatoire afspraak is en dus ziet op partijafspraken en geen goederenrechtelijke afspraken.

19
Q

WUH/Emmerig q.q.

A

Cessie van huurtermijnen van tot de boedel behorende, aan derden verhuurde onroerende goederen is, voor wat betreft de na de dag van de faillietverklaring verschenen huurtermijnen, te beschouwen als cessie van toekomstige vorderingen die niet tegen de boedel kan worden ingeroepen.

Toekomstige vorderingen, omdat eerst nog het huurgenot dient te worden geleverd voordat er hoeft te worden betaald.

20
Q

De Liser de Morsain/Rabobank

A

Voor het overdragen of verpanden van vorderingen is bepaaldheid vereist, maar soms ook voldoende dat de desbetreffende akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering(en) het gaat.

21
Q

Coface/Intergamma

A

als uitgangspunt geldt dat bedingen die de overdraagbaarheid van een vorderingsrecht bepereken, uitsluitend verbintenisrechtelijke werking hebben, tenzij uit de naar objectieve maatstaeven uit te leggen formulering daarvan blijkt dat daarmee goederenrechtelijke werking is beoogd.

Hebben zij verbintenisrechtelijke werking staat dit dus niet in de weg van een overdracht in de zin van artikel 3:84 bw.

22
Q

Holding BV/Heijmans Infra BV

A

De hoge raad oordeelt dat bij uitleg van pandakte en partijbedoelingen de haviltexnorm relevant is. Maar een zelfstandig te beoordelen vraag of is voldaan aan eisen die voortvloeien uit artikel 3:84 lid 2 jo. 3:98 BW (bepaaldheidsvereiste) dient te worden bepaald aan de pandakte zelf en dus een objectieve maatstaf.

23
Q

Warnaar/Wubben

A

De vervreeemding van een gedeelt van een stuk gemeenschappelijk grond. Is er vereist dat het betreffende gedeelte ten aanhoeve van de vervreemding wordt aangewezen als afzonderlijke, te individualiseren zaak. Dit is een handeling waar alleen deelgenoten samen toe beveogd zijn onder artikel 3:170 lid 23 Bw. Dat ligt niet anders als slechts een deelgenoot wil beschikking over zijn eigen onverdeeld aandeel in een gedeelte van een gemeenschappelijk stuk grond (3:175 lid 1 bw).

Dus eerst een deel indivdualiseren, daarna kan het pas eenzijdig worden besloten vanuit iemand zijn aandeel over dat stuk grond.

24
Q

Texeira de Mattos

A

Wanneer iemand zijn eigendomsrecht op een zaak uit een hoeveelheid soortgelijke zaken erkend wil zien, dan moet hij exact kunnen aanwijzen welke de aan zijn gepretendeerd recht onderworpen zaak is. Anders kan het eigendomsrecht niet worden uitgeoefend

25
Q

Breda/Antonius

A

De omstandigheden die bij industriële fabricage een rol spelen bij de beoordeling van de rechtsverhouding (voor zichzelf doen vormen of voor zichzelf gevormd?):

Wie heeft beslissende invloed op de wijze van productie en de definitieve vorm?

Wie draagt het risico van verliezen wegens tegenvallende bruikbaarheid, verhandelbaarheid of winstgevendheid van het product?

De waarde van de materialen en de bewerking is in beginsel niet van belang.

26
Q

Depex/curatoren Bergel

A

De vraag of een machine een bestandeel vormt van een gebouw (en dus niet als aparte zaak kan worden gezien), moet worden afgemeten aan de maatstaf of gebouw en machine constructief op elkaar zijn afgestemd. Als het gebouw niet kan functioneren zonder de machine, is het een bestanddeel.

27
Q

Portacabin

A

De volgende vier criteria zijn van belang bij de bepaling of een gebouw duurzaam met de grond is verenigd:

a. Een gebouw kan duurzaam met de grond verenigd zijn in de zin van art. 3:3 BW, doordat het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Niet van belang is dan meer dat technisch de mogelijkheid bestaat om het bouwsel te verplaatsen.

b. Bij de beantwoording van de vraag of een gebouw of een werk bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven moet worden gelet op de bedoeling van de bouwer voor zover deze naar buiten kenbaar is. Onder bouwer moet ook worden verstaan degene in wiens opdracht het bouwwerk wordt gebouwd.

c. De bestemming van een gebouw of een werk om duurzaam ter plaatse te blijven dient naar buiten kenbaar te zijn.

d. De verkeersopvattingen kunnen niet worden gebruikt als een zelfstandige maatstaf voor de beoordeling van de vraag of een zaak roerend of onroerend is. Zij kunnen wel in aanmerking worden genomen voor invulling van bovenstaande criteria.

28
Q

Glencore I

A

Hoge Raad geeft uitleg over hoe vermenging werkt met betrekking tot pandrechten:

  • wordt door vermenging de zaak waarop het pandrecht russte een hoofdzaak? Dan gaat het pandrecht voor alle bestanddelen gelden.
  • Wordt de zaak waarop het pandrecht rust een bestanddeel, dan gaat het pandrecht teniet.
  • Is er geen hoofdzaak, dan ontstaan een aandeel in de nieuwe zaak ten behoeve van degene die het pandrecht op de door vermenging tenietgegane zaak had gevestigd.

Of iets een hoofdzaak is of niet moet worden beoordeeld aan de criteria van artikel 5:14 lid 3 BW.

29
Q

Glencore II

A

De Hoge Raad legt hier aan de hand van artikel 3:4 lid 2 Bw dat er dient te worden gekeken naar of iets kan worden afgescheiden zonder beschadiging van betekenis toe te brengen aan de hoofdzaak. De vermogensrechtelijke gevolgen zijn niet relevant om te bepalen of iets hoofdzaak is of niet (dit had het hof wel meegenomen, mag niet van de HR).

30
Q

Muller q.q./Hoogheemraadschap

A

Een koper kan als de omstandigheden dit meebrengen en iemand zich als bezitter gedraagt in de zin van artikel 3:107 lid 1 jo. 3:108 BW, na twintig jaar onafgebroken bezit door bevrijdende verjaring eigenaar worden, zonder dat er levering heeft plaatsgevonden en dus geen overdracht is.

Hij is dus twintig jaar houder, maar omdat hij zich als bezitter en eigenaar gedraagt wordt hij dit ook na 20 jaar wegens bevrijdende verjaring.

31
Q

Vogelzang/Gemeente Landgraaf

A

De theoretische mogelijkheid dat ook een houder de feitelijke macht over zaak kan uitoefenen, leidt nog niet tot het oordeel dat houder de zaak in bezit heeft genomen. Als er objectieve aanwijzingen waren om de machtuitoefening die naar verkeersopvattingen dusdanig kunnen worden opgevat als bezit voor zichzelf, is er sprake van inbezitneming.

32
Q

Gemeente Heusden/Verweerders

A

De verliezer van het eigendom (onrechtmatig) kan nog een OD instellen, en op basis hiervan ook afgifte van het goed afdwingen.

Dit geldt als een bezitter te kwader trouw via extinciteve verjaring bezit verkrijgt (3:105 jo. 3:306 jo. 3:314 lid 2 BW).