Baustelle 1 Flashcards Preview

Duits Wörter Kapitel 5 > Baustelle 1 > Flashcards

Flashcards in Baustelle 1 Deck (28):
1

ik moet (gedwongen / noodzakelijk)

ich muss

2

jij moet (gedwongen / noodzakelijk)

du musst

3

hij/zij/het moet (gedwongen / noodzakelijk)

er/sie/es muss

4

wij moeten (gedwongen / noodzakelijk)

müssen

5

jullie moeten (gedwongen / noodzakelijk)

müsst

6

zij moeten (gedwongen / noodzakelijk)

müssen

7

U moet (gedwongen / noodzakelijk)

müssen

8

ik moet (willen / advies)

ich soll

9

jij moet (willen / advies)

du sollst

10

hij/zij/het moet (willen / advies)

er/sie/es soll

11

wij moeten (willen / advies)

wir sollen

12

jullie moeten (willen / advies)

ihr sollt

13

zij moeten (willen / advies)

sie sollen

14

U moet (willen / advies)

Sie sollen

15

ik houd van

ich mag

16

jij houdt van

du magst

17

hij/zij/het houdt van

er/sie/es mag

18

wij houden van

wir mögen

19

jullie houden van

ihr mögt

20

zij houden van

sie mögen

21

U houdt van

Sie mögen

22

ik weet

ich weiß

23

jij weet

du weißt

24

hij/zij/het weet

er/sie/es weiß

25

wij weten

wir wissen

26

jullie weten

ihr wisst

27

zij weten

sie wissen

28

U weet

Sie wissen