Begrippen Hoofdstuk 4 Flashcards Preview

*Aardrijkskunde 3de klas > Begrippen Hoofdstuk 4 > Flashcards

Flashcards in Begrippen Hoofdstuk 4 Deck (30):
1

gewapende conflicten

Een aanhoudende strijd waarbij in een jaar in totaal minstens 25 doden vallen.

2

internationaal conflict

Conflict dat zich tussen twee of meer staten afspeelt.

3

intern conflict

Conflict tussen bevolkingsgroepen binnen de grenzen van een land.

4

burgeroorlog

Conflict tussen bevolkingsgroepen binnen de grenzen van een land.

5

terrorisme

Geweld om een politiek doel te bereiken.

6

regionaal conflict

Conflict dat begint als intern conflict of burgeroorlog, maar zich uitbreidt tot voorbij de landsgrenzen.

7

territorium

Het woongebied van een volk.

8

staat

Gebied met eromheen een internationaal erkende grens (land). Binnen een staat gelden wetten en regels.

9

soevereiniteit

Zelfbeschikking: de staat oefent zelf de macht uit en andere staten mogen zich niet met de binnenlandse aangelegenheden bemoeien.

10

zelfbeschikking

Soevereiniteit: de staat oefent zelf de macht uit en andere staten mogen zich niet met de binnenlandse aangelegenheden bemoeien.

11

volk

Groep mensen die zich bij elkaar voelen horen door taal, geloof of doordat ze een gemeenschappelijke geschiedenis hebben.

12

etniciteit

De identiteit van een volk.

13

regionalisme

Een volk houdt, binnen een staat, sterk vast aan de eigen geschiedenis en cultuur.

14

nationalisme

Een volk streeft naar onafhankelijkheid en het stichten van een eigen staat.

15

separatisme

De wens van een volk om zich van een staat af te scheiden.

16

autonome regio

Regio in een land met zelfbeschikking over bijvoorbeeld onderwijs, belasting of politie

17

jeugdbult

Een groot aandeel 15- tot 29-jarigen in de bevolking.

18

natuurlijke hulpbronnen

Rijkdommen die van nature voorkomen in of op de aarde.

19

paradox van de overvloed

In een land met veel brandstoffen of mineralen is de kans op gewapende conflicten veel groter dan in een land zonder dergelijke rijkdommen.

20

autoritair regime

De macht in een land ligt bij één persoon of een kleine groep.

21

dicatuur

De macht in een land ligt bij één persoon of een kleine groep.

22

failed state

Een staat met een overheid die vrijwel geen controle heeft: overal is corruptie, misdaad en economische chaos, veel mensen zijn op de vlucht.

23

mislukte staat

Een staat met een overheid die vrijwel geen controle heeft: overal is corruptie, misdaad en economische chaos, veel mensen zijn op de vlucht.

24

asielzoekers

Vluchteling dei in het land waar hij zijn toevlucht heeft gezocht, een aanvraag tot verblijf heeft ingediend.

25

ontheemd

Aanduiding voor een vluchteling die in zijn eigen land blijft.

26

genocide

Vernietiging van een volk, een ras of een groep mensen of een poging daartoe.

27

babyboom

Opmerkelijk groot geboortecijfer in een bepaald jaar (geboortegolf).

28

vredesoperatie

Een bijdrage (onder aanvoering van de VN of een andere organisatie) aan de internationale rechtsorde (vrede).

29

Veiligheidsraad

Onderdeel van de VN dat over vredesmissies besluit.

30

ICC of Internationaal Strafhof

(International Criminal Court) Strafhof dat genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden berecht.