chapter 0.1 Flashcards

inleiding

1
Q

psychologie

A

is het gedrag van een mens

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

functileer

A

bestudeerd hoe die functies werken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

ontwikkelingspsychologie

A

bestudeert welke gedrag typisch is voor een bepaalde leeftijdsfase ( kleuter, peuter , baby , enzovoort….)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

persoonlijkheidsfase

A

hoe ze denken en hoe ze zich gedragen worden hier bestudeert….

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

klinisch psychologie

A

bestudeert waarom mensen psychische problemen krijgen en hoe ze geholpen kunnen worden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

sociale psychologie

A

bestudeert hoe mensen met elkaar omgaan en hoe we elkaars gedrag beïnvloeden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

arbeids - en organisatiepsychologie

A

bestudeert ook hoe je het best reclame maakt om een product te verkopen , hoe je je winkel het best inricht .

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

mensenkennis

A

persoonlijke kennis die iedereen heeft over mens, verzameld door dagelijkse ervaring .

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wetenschappelijke kennis

A

kennis door het leven en wetenschap

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

verschillen van mensenkennis en wetenschap

A

mensenkennis is subjectief
weinig kritisch
gebaseerd op toevallige persoonlijke ervaring.
wetenschappelijke kennis is objectief
kritisch
gebaseerd op onderzoek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

hoeveel stappen in wetenschappelijke onderzoek

A

5

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

1) onderzoeksvraag

A

vaak gebaseerd op een al gekende theorie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

2) onderzoeksmethode

A

wordt de meest geschikt onderzoeksmethode gekozen om de onderzoeksvraag te beantwoorden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

3 ) dataverzameling

A

tijdens het onderzoek ( experiment, enquête , interview…) worden alle gegevens verzameld en gecategoriseerd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

4) data- analyse

A

de verzamelde gegevens worden ontleed en er worden objectieve verklaring gezocht voor de gevonden resultaten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

5) datarapportage

A

in de laatste fase worden de gevonden gegevens uitgeschreven en wordt er een conclusie opgesteld dat besluit is een antwoord op de onderzoeksvraag .