College 5 H10 Flashcards Preview

Ontwikkelingspsychopathalogie > College 5 H10 > Flashcards

Flashcards in College 5 H10 Deck (25)
Loading flashcards...
1
Q

Wat is phonologie?

A

aller kleinste onderdeel van taal. Een klank en de regels hoe we klanken bij elkaar voegen.

2
Q

wat is een morfeem?

A

kleinste betekenisvolle klank een woord of deel van een woord.

3
Q

Wat is syntax

A

op niveau van structuur van zinnen.

4
Q

Wat is pragmatiek?

A

het gebruiken van taal in specifieke setting. Denk daarbij het begrijpen van nonverbale communicatie, confersatie regels, etc.

5
Q

Wat zijn de vier hoofdeisen voor diagnose van speech sound disorder (fonologische stoornis)

A
  1. moeite met het produceren van geluid bij spraak.
  2. zorgt voor limitatie
  3. vroeg aanwezig in ontwikkeling
  4. niet veroorzaakt door andere medische of neurologische stoornissen
6
Q

wat zijn de vier hoofdeisen voor diagnose van developmental language disorder (taalstoornis)

A
  1. moeite met het begrijpen en gebruiken van taal op verschillende niveaus (schrijven, spreken, gebaren, etc)
7
Q

Welk middel werd gebruikt als indicatie van developmental language disorder gediagnositiseerd in de DSM 4? waarom nu niet meer?

A

Dmv een IQ test werd er gekeken of er discrepantie zat tussen verbale en nonverbale en andere onderelen van de test. Dit wordt niet meer gebruikt omdat verbale communicatie overal wordt gebruikt. Je kunt dus niet valide meten.

8
Q

Wat is een verschil tussen taal ontwikkelingsstoornis of een taal achterstand?

A

bij vertraging is er meer sprake van externe factoren. Minder blootstelling aan:
* bilingual opgevoegd bijvoorbeeld, waarbij 1 taal achterloopt op de ander.
* gehoorproblemen in begin jaren.

9
Q

Wat is het belangrijkste kenmerk van dyslexie

A

ernstige problemen met lezen (niet persee schrijven). denk hierbij aan het herkennen van geluiden naar woorden en klanken naar woorden.

10
Q

Welke drie gebieden worden (dmv patroon herkenning FMRI) geassocieerd met lees problemen?

A
  1. Broca: woorden analyseren
  2. wernicke’s: fonologische verwerking
  3. junction occipital temporal lobe: snelle woord herkenning
11
Q

Hoe kunnen taal ontwikkelingsstoornissen leiden tot psychopathologische problemen?

A
12
Q

Op welke drie hoofgebieden is het handig om te focussen bij kinderen met taal problemen?

A
  1. kijken of er als gevolg gedragsproblemen zijn ontstaan.
  2. taal problemen: extra ondersteuning in taal
  3. stimuleren van emotionele competentie: door gebraak aan taal vaardigheden kunnen emotionele competentie problemen ontstaan.
13
Q

Welke nieuwe benadering word tegenwoordig gebruikt bij het identificeren van kinderen die mogelijk een leerstoornis hebben?

A

respons to intervention (RTI) Hierbij worden kinderen aan een programma blootgesteld voordat ze eventueel met een stoornis gediagnosticeerd worden. De aanname die aan deze benadering ten grondslag ligt, is dat kinderen die in vergelijking met leeftijdsgenoten slecht reageren op dit programma met een leerstoornis gediagnosticeerd kunnen worden. Bij de RTI methode worden kinderen blootgesteld aan interventies met oplopende intensiteit.

14
Q

Wat is semantiek?

A

De taalregels die te maken hebben met de betekenis van woorden en zinnen.

15
Q

Wat is het verschil tussen receptieve en expressieve taal?

A

Onder receptieve taal wordt het begrijpen van boodschappen van anderen verstaan. Expressieve taal staat voor de productie van taal en het verzenden van boodschappen. Receptieve taal ontwikkelt zich eerder dan expressieve taal.

16
Q

Wat is de prevalentie van taalstoornissen?

A

tussen 3 en 7 %

17
Q

Hoe zit de ontwikkeling van taalstoornissen eruit gedurende iemands leven?

A

sommige worden pas zichtbaar als een kind naar school gaat, vaak blijven de achterstanden levenslang, maar ze kunnen ook volledig verdwijnen. Het risico op blijvende problemen is bij mensen met een receptieve taalstoornis het grootst.

18
Q

Welke cognitieve beperkingen hebben kinderen met een taalstoornis vaak.

A

niet-linguistische cognitieve tekorten, zoals snelheid van informatieverwerking, auditieve waarneming en het geheugen. Ook zijn er hypotheses die stellen dat taalstoornissen gevolg zijn van tekorten in auditieve verwerkingen en in korte termijn geheugen en verbaal werkgheugen.

19
Q

Welke drie specifieke leerstoornissen worden onderscheiden?

A
  1. dyslexie
  2. dysgrafie
  3. dyscalculie
20
Q

Leesproblemen ontstaan vaak rond 9-jarige leeftijd. Uit onderzoek blijkt dat kinderen met leesproblemen op deze leeftijd één van de volgende drie paden doorlopen kunnen hebben. Welke paden zijn dit? welke twee mogelijke verklaringen zijn er voor het derde pad?

A

Een pad met consistent slecht lezen.
Een pad met fluctuerende leesprestaties.
Een pad met een dramatische terugval.
Er bestaan twee mogelijke verklaringen voor het laatste pad:

  1. Kinderen hebben de vroege fonologische verwerkingsvaardigheden niet verworven, maar hebben dit gecamoufleerd door middel van ‘sight reading’ (uit het hoofd leren hoe bepaalde woorden eruit zien).
  2. Kinderen hebben de fonologische verwerkingsvaardigheden inadequaat verwerkt, wat zichtbaar wordt naarmate leestaken complexer worden.
21
Q

Wat is de prevalentie van leesstoornissen?

A

4-10%

22
Q

Met welke stoornis bestaat er een verband met leesstoornissen?

A

ADHD

23
Q

Wat is de prevalentie van schrijfstoornissen?

A

6-10%

24
Q

Wat zijn twee belangrijke secundaire problemen bij taal en leerstoornissen?

A
  • sociale relaties en competenties: bijvoorbeeld als gevolg van achterstallige emotionele expressie
  • academisch zelfbeeld en motivatie: kans op vicieuze cirkel: problemen–>slechte prestaties–>gevoel gebrek aan controle–>daling motivatie–>slechte prestatie.
25
Q

Uit welke vier onderdelen bestaat de assessment van taal en leerproblemen?

A
  • De ontwikkeling van het kind.
  • De spraak- en taalvaardigheden.
  • Verbale en non-verbale intelligentie.
  • Gehoor, neurologische kenmerken en de medische geschiedenis.