Digitale Transformatie Flashcards

1
Q

Wat is digitale transformatie?

A

Een proces waarbij de organisatie reageert op de veranderingen die plaatsvinden in de omgeving waarbij zij gebruik maken van digitale technologieën om hun processen van het creëren van waarde te veranderen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

6 Dimensies van digital government?

A
  1. Digital by design: Digitale technologie en gegevens gebruiken om publieke diensten te hervormen
  2. Data driven: begrijpen hoe data moet gebruiken om goede beslissingen te maken, diensten te leveren en publieke waarde te creëren
  3. Government as platform: alles wat er in de overheid gebeurt als bouwstenen zien die makkelijk samen tot een geheel komen. Focussen op user needs en ecosystemen komen
  4. Open by default: alle code die overheid bouwt moet open zijn voor alle niveaus van overheden tenzij het privacy gevoelig is
  5. Userdriven: Waarderen de ervaring van de gebruikers en kan samenkomen met specialisten om de behoeftes te begrijpen en oplossingen te ontwerpen
  6. Proactiveness: Bijvoorbeeld voorinvulling
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat kan er worden gezegd over digitale transformatie in de publieke sector?

A
  1. Wanneer transformatie voortkomt uit externe druk wordt meer gericht op digitaliseren van objecten, bv artefacten en processen (korte termijn)
  2. Wanneer transformatie voortkomt uit interne druk wordt gericht op bureaucratische cultuur en organisatie om publieke diensten te leveren (lange termijn)
  3. Verandering in bureacratische cultuur leidt tot verandering in type relatie die overheid overhoudt met stakeholders en dat er een verandering is in de mentaliteit en competenties van de ambtenaren
  4. Wanneer de transformatie korte termijn leidt tot toename van de output in termen van het aantal gewijzigde diensten, betekent het geen verandering op lange termijn.
  5. Digitale transformatie moet voortdurend herzien en verbeterd worden. Eindtoestand niet haalbaar, maar juist voortdurende feedbackloop
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat betekenen digitisering, digitalisering en digitale transformatie?

A
  1. Digitisering: Verandering van analoge naar digitale diensten. Dus 1 op 1 hoe diensten worden geleverd veranderen en toevoegen technisch kanaal. Digitiseren bestaande processen en formulieren
  2. Digitalisering: Focust op potentiële verandering in processen en denkt aan nuttelozen stappen afschrappen
  3. Digitale transformatie: benadrukken culturele, organisatorische en relationele veranderingen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is de strategie van VDAB?

A
  1. Opportunities strategie: werken in een wisselvallig omgeving en moet sterk zijn om op de veranderingen te kunnen reageren
  2. Van …. naar ……
    • digital support naar digital first
    • service provision naar ecosystem
    • offering services naar service journeys
    • have to naar want to
    • plan driven naar agile
    • ad hoc naar capabilities
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is er uit de strategie van de VDAB gekomen?

A
  1. Mentor: app die als mentor dient
  2. VDAB tracht waar mensen naar kijken en dus op klikken en geeft suggesties
  3. Systeem die zoekt naar welke baan beste past
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn de voordelen van het waterfall project management

A
  1. makkelijk meetbaar
  2. makkelijk te managen, omdat je weet wat er moet gebeuren
  3. Voorspelbaar budget
  4. Belangrijkste beslissingen worden voorhand gemaakt
  5. past binnen hiërarchische omgeving
  6. we weten welke zaken we moeten weten en hoe we dat moeten invullen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Waarom wordt waterfall gebruikt in de overheid

A
  1. Accountability: mensen aan de top verantwoordelijk over beslissingen en willen dus die zelf nemen
  2. Traditie: gedetailleerd upfront planning zit ingebed in de overhemdstructuren. Denk aan budgetten die afgetekend worden en aanbestedingsprocessen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

4 Fases waterfall en agile?

A
  1. Analysis
  2. Draft
  3. Implement
  4. Roll out
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de voordelen van agile

A
  1. Scope verkleinen of vergroten
  2. er is al iets gebouwd
  3. analisten krijgen meer data
  4. doel aanpassen op basis van analyse
  5. lager risico door feedback
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is agile?

A

Het is voor situaties waar we niet weten wat of hoe. Waarbij we moeten samenwerken met klanten, inspelen veranderingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat waren de problemen die naar voren waren gekomen bij de agile transformatie bij FOD?

A
  1. Er kwamen veranderingen doorheen de tijd
  2. Na analyse bouw gestart echter loopt het niet altijd opeenvolgend er kunnen overlappingen zijn
  3. Test liep achterop, dus dingen die 1 jaar geleden gebouwd waren nog niet eens getest
  4. Hele concept was voorzien zodat er op een moment een omschakeling moest komen van het ene naar andere systeem > risico
  5. Project liep vast op berg van veel risico’s
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Waarom is een werkend software de belangrijkste maat voor voortgang? (Agile)

A
  1. Het kan de tijd inkorten, ook dit steeds met iteraties (herhalingen)
  2. Zorgt voor snelle feedback
  3. Flow: je maakt kleine stukjes werken en gaat die kort analyseren en uitrolt naar productie in ideale situatie
  4. Je gaat van project naar product. Het is beter om over de levenscyclus van de applicatie te denken dan over het project van de bouw
  5. DevOps aanpak: het kunnen uitrollen naar productie. Hierbij moet toepassing op server geïnstalleerd worden. Elke kleine aanpassing op een testomgeving zetten
  6. Test automatisatie: want als je alles steeds blijft opbouwen en handmatig blijft testen wordt testwerk te groot
  7. Documentatie blijft belangrijk want je moet het onderhouden
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Waarom kan Agile helpen bij het inspelen op veranderingen

A
  1. Je moet een duidelijke visie hebben
  2. Je kan het niet alles van te voren plannen er is veel verandering
  3. Je moet nogsteeds met de vereisten omgaan. Denk aan functionaliteit, product backlog, rangschikken op belang en risicovolle zaken zo snel mogelijk aanpakken
  4. Maak werk zichtbaar. Door bv post-its(online)
  5. Er wordt nogsteeds gepland. Dit is per iteratie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Waarom kan Agile helpen bij mensen en hun onderlinge interactie?

A
  1. Scrum master: iemand komt kijken hoe de toepassingen efficiënter gedaan kunnen worden, dus samenwerking tussen mensen
  2. 1 team uit verschillende functies die gelijktijdig te werk gaan. Minder wij-zij verhaal
  3. Werkt beter als wordt opgesplitst in kleine teams
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Waarom kan Agile helpen bij samenwerking met de klant?

A
  1. Klant nodig die goed beslissingen kan maken over wat er nodig is
  2. Klant continu betrekken
  3. Samenwerking op dagdagelijkse basis, maar in veel gevallen contracten nodig
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat is de toolbox voor digitale transformatie?

A
  1. Scrum: om de 2 weken opnieuw een planning (demo)
  2. Scaled agile: methodieken bedenken hoe je dingen het beste kan aanpakken
  3. Lean: denken in operationele flow
  4. Klant staat centraal (user-centric)
  5. Extreme programming: technieken voor ontwikkelaars om zich aan te houden die goed samenwerken met agile
  6. Veel zaken moeten samengebracht worden
18
Q

Wat is Conway’s law?

A

Elke organisatie die een systeem ontwerpt zal een ontwerp opleveren waarvan het een kopie is van de structuur van de communicatie van de omgeving. Je kopieert hoe je te dienst gaat.

19
Q

3 Zaken om rekening mee te houden bij human centered design?

A
  1. Desirable: mensen moeten het willen
  2. Viable: het moet iets opleveren
  3. Feasible: technologie moet het aankunnen
20
Q

Hoe helpt mindset bij human centered design?

A
  1. Creatief vertrouwen: gaat ervan uit dat iedereen creatief kan zijn
  2. Make it: kunnen uitleggen aan iemand anders. Aan tonen dat iets werkt, zo krijg je waardevolle feedback
  3. Leren van falen
  4. Empathie: met elke type eindgebruiker empathisch opstellen
  5. Omarm de ambiguïteit: zo ga je innovatief zijn
  6. Optimisme: elk probleem ga je oplossen
  7. Iteratie: steeds leren van verschillende pogingen tijdens ontwerp
21
Q

Hoe helpt methologies bij human centered design?

A

Je kan kiezen uit een aantal methoden zoals, design thinking, customer journey, visualisatie tools, etnografie en user surveys

22
Q

Wat is het idee van design thinking?

A

In het begin mag je ruim denken en moet je op een bepaald moment weer terug komen of het desirable, viable en feasible is.

23
Q

6 Stappen design thinking?

A
  1. Discovery: probleem begrijpen (onderzoek doen) > breed
  2. Personas (empathize):
  3. Define customer journey: het proces dat personas volgen
  4. Ideate (sketching): wat kunnen doen met de problemen > breed
  5. Prototype: hoe gaat zo’n app eruit zien. Kleine stukjes functionaliteit zodat ze getest kunnen worden > meteen feedback
  6. Validate: bv enquete doen
24
Q

Wat zijn de objectieven en voordelen van open data?

A
  1. Transparantie: als overheid duidelijk zijn waar we mee bezig zijn
  2. Innovatie stimuleren en efficiëntie verhogen: start ups kunnen nieuwe zaken bouwen en samenwerking met andere overheden
  3. Participatie en engagement aanmoedigen
25
Q

5 Stars van open data?

A
  1. Data beschikbaar op internet en iedereen mag gebruiken > pdf
  2. Als data gestructureerd is kan het worden weergegeven in excel. Dus Microsoft beschikken
  3. Als het ook in open format beschikbaar is, je hebt geen andere programma nodig om het te openen
  4. Vereist dat je objecten en concepten kunt identificeren. Iedereen hoort te weten wat je in welk kolom vind (uniform resource identifier)
  5. Je kan data linken aan andere data
26
Q

3 Types open data

A
  1. Statisch
  2. Dynamisch
  3. Historisch
27
Q

4 Stappen bij Ecosysteem

A
  1. Data genereren
  2. Data verzamelen, aggregeren en verwerken
  3. Data verdelen
  4. Data gebruiken
28
Q

Wat is het ecosysteem?

A

Het is een functionele eenheid die een set van actoren en een set van technologische elementen omvat die onderling afhankelijk zijn van elkaar. Actoren zijn dus complementaire.
Het gaat ook over iets dynamisch, omdat er nieuwe actoren en waarde proposities bijkomen. De gebruiker moet centraal staan

29
Q

3 Indicatoren om na te gaan of ecosysteem gezond is?

A
  1. Productiviteit: omzetten technologie tot nieuwe producten en efficiëntie > wanneer doelen bereikt worden. Deelnemers met elkaar verbinden
  2. Niche creatie: variatie in nieuwe producten en diensten of open data, helpt als er zoveel mogelijke ontwikkelaars zijn
  3. Robuustheid: overleven als omgeving veranderd, bv wanneer nieuw datastandaard of technologie komen
30
Q

Wat is smart cities

A

Het smart, duurzame gebruik van schaarse middelen, variërend van tijd, plaats en financiële middelen tot ideeën (NATURE), om op een technologiegestuurde manier (APPROACH) in te spelen op de behoeften van haar burgers (ESSENCE).

Er zijn twee elementen techonlogy use, dus technologie gaat mensen helpen en people first, men moet niet alleen focussen op technologie

31
Q

Wat zijn hackathons?

A

Een event die minstens 1 dag kan duren waarbij deelnemers elkaar ontmoeten en teams vormen om data her te gebruiken. Focust op 1 topic en prijs kan worden gewonnen.

  • Winnaars: werkten samen en vanuit een goed gedefinieerd probleem en dus hergebruik van open data verbeteren
  • Verliezers: hadden alleen korte termijn doelen
32
Q

Wat zijn living labs?

A

Het is meer eenmalig dan hackathons. Er wordt gefocust op 1 onderwerp, maar gemaakt met een groep mensen over oplossingen voor een slimme stad

33
Q

Wat zijn kenmerken van slimme stad?

A
  1. Kent en begrijpt het ecosysteem
  2. Beperkt schaal van ecosysteem tot iets met betekenis
  3. Activeert het ecosysteem, dus hoe het gezond te houden
  4. Leidt en bedient het ecosysteem
34
Q

Wat zijn de verschillende definities van platform

A
  1. Transactie: faciliteert transacties tussen verschillende individuen en organisaties die elkaar moeilijk zouden vinden
    - waarde uitwisseling
    - netwerkeffecten: meer gebruikers (direct) of eerst meer gebruikers aan ene kant voordat er meer gebruikers aan andere kant komen (indirect)
  2. Innovatie: technologische bouwblokken worden gebruikt als fundering waarop een groot aantal innovators complementaire diensten of producten ontwikkelen
  3. Transactie en innovatie: zowel connecties leggen als bouwstenen vormen
35
Q

Voordelen Mijn burgerprofiel voor overheidsinstanties?

A
  1. Aanbod van componenten - modulair
  2. Tools die relatie met burger uitbouwen
  3. Transactionele dienstverlening - integratie met back end
  4. Laag boven loketwerking
  5. Extra kanaal door brede inzet headerintegraties
36
Q

Wat is ethiek in de overheid?

A

Het organiseren van bestuursprocessen en -regels op een manier die blijk geeft van zorg voor burgers en die transparant en verantwoordelijk is. Bij ICT van overheid gaat het over, privacy, accuracy en accessibility

37
Q

10 Belangrijkste overwegingen voor de digitale overheid en toepassing op big data en AI?

A
  1. Inclusiviteit: digitale kloof verkleinen, maar kan ook discrimineren
    - AI: ongelijkheid vergroten door bias dus bestudeer effect AI op samenleving om inclusieve realisatie te garanderen
    - Big data: stigmatisering, stijgen digitale kloof en verkeerde identificatie strafzaken
  2. Privacy
    • AI: ingezet bij bewaking, maar starten we vanuit privacy vriendelijke omgeving en welke voordeel hierdoor moeten we opgeven
    • Big data: verzameling persoonlijk info, schending vrijheid en privacy
  3. Datagebruik: ongepaste gebruik verzamelde gegevens
    • AI en big data: gegevens misbruiken, evenwicht vinden om toch innovatieve diensten te creëren
  4. Kwaliteit nauwkeurigheid informatie: is info correct
    • Al en big data: onnauwkeurige gegevens > foutieve beslissingen. Opt-out niet altijd mogelijk en schade groter
  5. Transparantie: black box en begrijpbaar anders ongelijkheid in behandeling
  6. Verantwoording: verantwoordelijkheid overheid tov burger > vertrouwen
    • AI: wie is er verantwoordelijk als AI een foute beslissing maakt
  7. Informatie-eigendom: eigenaar van informatie en wie kan beslissen wie data mag zien
    • Big data: nood aan discussie over grenzen van data verzameling
  8. Vertrouwen: effect dat automatisering van overheidsdiensten heeft op burgers. Heeft ook te maken met controle en toezicht
    • AI: vertrouwen in AI-ondersteunende beslissing
    • Big data: data management van belang
  9. Afstemming waarden: motivatie overheid niet altijd in lijn met behoeftes burger
    • AI: wiens belangen moet AI vertegenwoordigen
    • Big data kan leiden tot conflict tussen waarde overheid en burger
  10. Kost: niet alleen financieel maar ook de trade-offs
    - AI: indirecte kosten
    - Big data: kosten opslag en bewerking zeer hoog?
38
Q

Wat is privacy?

A

Mogelijkheid voor individuen, groepen of instellingen om te beslissen wanneer, hoe en tot welke mate informatie over hen aan andere gedeeld kan worden. Het is dus individueel en voor iedereen anders. Er wordt ook een evenwicht gezocht (afweging) tussen het verlangen van privacy en verlangen om informatie te delen.

> Risico’s en voordelen met elkaar afwegen

39
Q

4 Type data voor privacy concerns?

A
  1. Persoonlijke data voor een dienst: traditionelel zaken die overheid gebruikt op dienst burgerlijke stand
  2. Persoonlijke data voor bewaking: politiedata, OV en gezichtsherkenning
  3. Onpersoonlijke data voor bewaking: controle verkeersstromen, sport en event management, gaat over groepen
  4. Onpersoonlijke data voor een dienst: data over dingen, open data op portalen. Bv systemen die luchtkwaliteit, geluid en waterkwaliteit monitort
40
Q

Wat is GDPR?

A

General data projection regulation. Het gaat om Europese verordening met rechten voor burgers en verplichtingen voor organisaties die data verzamelen
- moet op een eerlijke en op een legale manier gebeuren
- transparant
- gebruikte data telkens voldoen aan aantal regels
- burger altijd toestemming geven voor data gebruik