Ethiek Flashcards

1
Q

Normen

A

Concrete regels of handelingsvoorschriften

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Waarden

A

Nastrevenswaardige principes door een bepaalde groep van de samenleving

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Moraal

A

Geheel aan normen en waarden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Moreel

A

Moraal en wat juist is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Nivellerend

A

Gezondheidsdiensten worden aangeboden aan mensen in hogere nood

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Biostatisch voordeel

A

Objectief, geldt ook voor andere soorten en past binnen evolutioneel denken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Biostatisch nadeel

A

Valt nirt samen met gewone opvatting van ziekte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Biostatisch

A

Normaal fysiologisch functioneren, ziekte is subnormaal functioneren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Holistisch

A

Gekeken naar de hele persoon en niet alleen het biologische organisme, ziekte is meer gebonden aan illness dan fysiologie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Holisitisch voordeel

A

Sluit aan bij dagelijkse ervaring can ziek zijn, blik als mens als geheel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Holistisch nadeel

A

Niet toepasbaar op planten en dieren, wordt gesubjectiveerd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Sociaal constructief

A

Ziekte is normatief begrip

Gewenst is gezond, ongewenst is ziek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hawthorne effect

A

Deelnemers aan onderzoek handelen of gedragen zich anders [1 punt] doordat ze zich bewust zijn van het feit dat ze aan een onderzoek
deelnemen. [1 punt]

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly