Feedback geven en ontvangen Flashcards

1
Q

Leren gebeurt in 4 fasen:

A
  1. Onbewust onbekwaam
  2. Bewust onbekwaam
  3. Bewust bekwaam
  4. Onbewust bekwaam
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Feedback geven =

A

Specifieke informatie n.a.v. een

geobserveerde prestatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Hoe geef je feedback (3)?

A
  1. Constructief
  2. Doel: iemand helpen zichzelf verder te
    ontwikkelen en aangeven wat goed gaat
  3. Sfeer van vertrouwen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Feedbackregels (6):

A
  1. Veilig & vertrouwelijk:
  2. Accepteer elkaar als persoon
  3. Aanwijsbaar
  4. Geen interpretatie maar concreet
  5. Ik-vorm
  6. Laat ruimte voor reactie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Pendleton rules (5):

A
  1. De student benoemt wat goed ging
  2. De observator benoemt wat goed ging
  3. De student benoemt wat beter moet
  4. De observator benoemt wat beter moet, geeft prioriteiten
  5. Samen concrete punten afspreken hoe men zich kan verbeteren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Hoe ontvang je feedback (4)?

A
  1. Het is geen persoonlijke aanval
  2. Probeer de feedback te begrijpen (LSD).
  3. Besluit wat je met de feedback gaat doen.
  4. Toon waardering voor de feedback
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly