Frans 28 Flashcards Preview

Frans > Frans 28 > Flashcards

Flashcards in Frans 28 Deck (22):
0

Le chocolat

De chocolade

1

Un dessert

Een dessert

2

Une fois

Een keer,maal

3

Un malade

Een zieke

4

Une tartine

Een boterham

5

La viande

Het vlees

6

Quelque chose

Iets

7

Ne...rien

Niets

8

Je ne fait rien

Ik doe niets

9

D'accord

Akkoord

10

Attendre : j'attends

Wachten : ik wacht

11

Entendre : j'entends

Horen : ik hoor

12

Trouver

Vinden

13

Avoir envie de poires

Zin hebben in peren

14

Avoir faim

Honger hebben

15

Il faut travailler

Men moet werken

16

Quoi?

Wat?

17

Tu fais quoi?

Wat doe je?

18

Pourquoi?

Waarom?

19

Heureux,heureuse

Gelukkig

20

Malheureux,malheureuse

Ongelukkig

21

Malade

Ziek